Kiwa breidt haar testfaciliteiten en kantoor in Apeldoorn uit. Zo krijgt het laboratorium allerlei extra testfaciliteiten op het gebied van waterstoftechnologie en het Internet of Things (IoT). Ook biedt de locatie ruimte aan het grootste warmtepomplaboratorium van Europa. Dit lab zet Kiwa volledig geautomatiseerd in voor het testen van verschillende soorten warmtepompen.

Kiwa investeert sinds 2020 tientallen miljoenen euro’s in deze en andere testfaciliteiten in Apeldoorn. De oplevering van het gerenoveerde gebouw en alle nieuwe voorzieningen staat gepland voor de zomer van 2021. Kiwa verstevigt daarmee haar positie als expert op allerhande vitale infrastructuren, zoals de energievoorziening en verschillende internettoepassingen.

Waterstoftechnologie

Kiwa is er van overtuigd dat waterstoftechnologie een belangrijke bijdrage gaat leveren aan de energietransitie. Recent drongen energiebedrijven bij de overheid aan om waterstoftoepassing in bestaande situaties mogelijk te maken. Kiwa wil met haar investeringen in waterstoflaboratoria bijdragen aan het veilig toepassen van waterstof in het kader van de noodzakelijke energietransitie. Het bedrijf leverde een gelijksoortige bijdrage in de overschakeling van stadsgas naar aardgas in de jaren zestig.

Energietransitie

Kiwa verbreedt óók in haar rol als kennispartner en opleider op het gebied van waterstof in het kader van de energietransitie. Op het gebied van waterstoftechnologie bouwt het bedrijf een nieuwe teststraat voor waterstofleidingen en -componenten. Ook bouwt men trainingsruimtes en laboratoria voor het testen en keuren van producten die geschikt zijn voor waterstof.

Kiwa biedt organisaties verder de mogelijkheid om de toegevoegde waarde van waterstoftoepassingen te ontdekken. Onder meer met behulp van de zogenoemde waterstoftafel. Hiermee kunnen zij samen met Kiwa-experts experimenten uitvoeren om de verschillen en overeenkomsten tussen aardgas en waterstof te ervaren.

Ook leidt Kiwa in samenwerking met de energiesector, monteurs op voor het ombouwen van aardgasgestookte toestellen naar waterstof. Een veilige toepassing is de uitkomst van al deze activiteiten van Kiwa.

Jan Pieter Bijkerk, Vice President van Kiwa ‘Het warmtepomplaboratorium is gebaseerd op de allerlaatste technologie, zodat wij ook warmtepompen met brandbare koelmiddelen, zoals propaan, kunnen testen. In 2021 willen wij deze faciliteiten verder uitbreiden, zodat ook elektrische veiligheidstesten voor warmtepompen kunnen worden uitgevoerd. Daarmee testen en certificeren we op één locatie niet alleen de prestatie, maar ook de veiligheid op basis van internationale standaarden.’

Fire Laboratorium

Kiwa realiseert op de locatie in Apeldoorn tevens een Fire Laboratorium. In de bijbehorende rooktunnel, brandkamer en andere testopstellingen testen de experts detectoren en brandalarmen op basis van Europese normen. Dankzij de hoogwaardige inrichting van dit laboratorium kan Kiwa producten van organisaties sneller certificeren en doorlooptijden aanzienlijk verkorten. Ook wil zij op de locatie in Apeldoorn lektesten met brandbare koelmiddelen uitvoeren.

Ten slotte verhuizen ook de onderzoek- en testfaciliteiten voor de mobiliteitsinfrastructuur naar het nieuwe laboratorium in Apeldoorn. Door het samenbrengen van de verschillende labs creëert Kiwa een laboratorium gericht op de wegenbouw, met als doel de verbetering van onder andere wegen, vliegvelden, bedrijfsterreinen en dijkbekledingen.

 

Engie gebruikt de huidige turnaround van de Maximacentrale om zich voor te bereiden op een grote upgrade in 2023. Door diverse hardware aanpassingen kan de centrale dan op hogere bedrijfstemperaturen draaien, waarmee het combined cycle rendement toeneemt tot boven de zestig procent. De aanpassingen maken ook bijstook van waterstof tot vijftig procent mogelijk.

De ingenieurs van turbineleverancier Ansaldo Energia maken graag gebruik van de huidige turnaround van de Maximacentrale in Lelystad. Ze kunnen nu alvast een voorschot nemen op de aanpassingen die ze in 2023 willen doorvoeren. Nieuwe materialen, koelsystemen en een nieuw softwarepakket zorgen er dan voor dat de combined cycle gasturbine hogere temperaturen kan verdragen. En daarmee neemt het rendement aanzienlijk toe. Bovendien maken de aanpassingen ook bijstook van waterstofgas mogelijk. In ieder geval tot vijftig procent, maar hogere percentages zouden in de toekomst met extra aanpassingen en voortschrijdende technologische ontwikkeling ook geen probleem moeten vormen.

De Maxima-centrale is volgens plantmanager Harry Talen al een van de de meest efficiënte combined cycle gascentrale (CCGT) van Nederland. Maar de energietransitie stelt nog hogere eisen aan de efficiency, duurzaamheid en flexibiliteit van dit soort centrales in de nabije toekomst. ‘Het aandeel duurzaam vermogen neemt aardig toe’, zegt Talen. ‘Het aandeel wind- en zonne-energie loopt al op tot zo’n  25 procent van de elektriciteitsproductie. Dat zijn mooie cijfers, maar betekent ook dat nog steeds 75 procent van de elektriciteit van fossiel gestookte centrales komt. Het beste wat je op de korte termijn dan kan doen is om dat fossiele deel in ieder geval zo efficiënt mogelijk uit te voeren. Sommigen kiezen dan voor extra efficiency door ook warmte te leveren. Met het toenemende aanbod van intermitterende energiebronnen als wind- en zonne-energie wordt het wel steeds lastiger om die warmte altijd te leveren.’

Nieuwe rol

De upgrade van een van de twee 440 megawatt units van de centrale levert tot 35 megawatt meer vermogen op. Alleen al deze stap kan een jaarlijkse bespring moeten kunnen opleveren tot veertigduizend ton CO2. Deze besparing maakt de businesscase voor Engie iets aantrekkelijker, omdat het daarmee ETS-kosten vermijdt. De andere unit zou in een later stadium dezelfde aanpassingen kunnen krijgen. Maar die beslissing zal ook afhangen van de marktontwikkelingen.

Talen voorziet een andere rol voor gascentrales in het algemeen. ‘Gascentrales zullen steeds meer worden ingezet voor leveringszekerheid als zon en windenergie te weinig levert en netbalancering, om dips in de duurzame stroomopwekking op te vangen. Dat zou kunnen betekenen dat een gemiddelde centrale geen zesduizend uur meer draait, maar slechts tweeduizend uur. Bovendien zullen we vaker op en af moeten regelen, naar gelang het aanbod wisselt. De configuratie van onze twee units is wat dat aangaat gunstig voor dit soort marktomstandigheden. Door de upgrade wordt de centrale nog flexibeler en  kunnen we heel snel en efficiënt opstarten en weer afschakelen.

Je kunt je voorstellen dat zo’n wisselende belasting ook zijn uitwerking heeft op de levensduur van de assets. Het nieuwe softwarepakket dat we installeren helpt ons om keuzes te maken tussen de opbrengsten van flexcapaciteit en de kosten van extra onderhoud.’

Waterstof

Bijkomend voordeel van de upgrade is dat ook bijstook van waterstof geen probleem meer vormt. ‘De branders kunnen zonder grote aanpassingen tot vijftig procent waterstof bijstoken. Met aanpassingen in de toekomst zouden hogere percentages ook mogelijk moeten zijn.

De overname van Tata Steel in IJmuiden door SSAB gaat niet door. Na een diepere analyse concludeerde de Zweedse staalproducent dat de groene ambities te ver uit elkaar liggen. De besprekingen met Tata Steel zijn daarom beëindigd.

‘Wij hebben Tata Steel IJmuiden zorgvuldig geëvalueerd en zijn tot de conclusie gekomen dat een overname om technische redenen moeilijk zou zijn’, zegt Martin Lindqvist, president en CEO van SSAB. ‘Wij zijn niet voldoende zeker van een snelle uitvoerbaarheid van onze duurzame technische oplossingen. Daardoor kunnen we Tata Steel IJmuiden niet op de gewenste manier afstemmen op onze duurzaamheidsstrategie. De synergieën die we in de transactie zagen, zouden de kosten en investeringen die nodig zijn voor de transformatie niet volledig rechtvaardigen. Dit betekent dat de transactie over het geheel genomen niet aan onze financiële verwachtingen zou voldoen.’

SSAB wil het voortouw nemen in de transformatie van de staalindustrie naar een fossielvrije productie. Het staalbedrijf wil in 2026 als eerste fossielvrij staal op de markt te brengen en in 2045 een fossielvrij bedrijf zijn.

Tata Steel

Tata Steel heeft wel degelijk groene ambities. In het Steel2Chemicals project werkt het bedrijf samen met ArcelorMittal, Dow Terneuzen en met onderzoekers van TNO, Universiteit Gent en ISPT. Doel van het project is een geïntegreerd systeem dat restgassen uit de staalindustrie omzet in petrochemische producten zoals nafta. De kunststoffen die met nafta worden gemaakt, met name polyetheen, kunnen weer worden ingezet als koolstofbron voor de staalproductie. Daarmee ontstaat een echt circulaire staalindustrie én chemische industrie die bovendien niet de volledige groene elektriciteitsproductie opslorpt. Kijk voor een achtergrond-artikel over staalvergroening in het gratis online magazine Industrielinqs.

Fossielvrij

De reden voor de besprekingen over Tata Steel IJmuiden was gebaseerd op de  wens van de klanten van SSAB voor een leverancier van fossielvrij staal. Het uitgebreide assortiment staalproducten van SSab kan op de lange termijn worden omgezet in fossielvrije producten. De samenwerking zou ook synergieën moeten creëren tussen de bestaande activiteiten in Scandinavië en in IJmuiden.

‘De overgang naar fossielvrij staal is een topprioriteit voor SSAB’, zegt Lindqvist. ‘Wij zijn voortdurend op zoek naar mogelijkheden om te investeren en het tempo van deze overgang op te voeren. Volledig fossielvrij staal zal een premiumsegment zijn met een groot groeipotentieel. We zien een grote vraag van klanten, voornamelijk binnen Automotive en Heavy Transport.  Ik ben ervan overtuigd dat SSAB een belangrijke rol kan spelen  in de industrie-transitie.’

 

TenneT selecteerde negen partners voor de Europese aanbesteding EU-303 Stations. Deze bedrijven zullen samen met TenneT 360 hoogspanningsstations in Nederland aanpassen, vernieuwen of uitbreiden.

TenneT moet zijn hoogspanningsnet in hoog tempo uitbreiden. De vraag naar transport van elektriciteit neemt in deze energietransitie namelijk steeds verder toe. Bijvoorbeeld door elektrificatie in het vervoer, van verwarming en de industrie. Maar ook door de opwek van stroom met windturbines en zonneparken. Naast uitbreiding van de hoogspanningsstations vervangen de partners ook onderdelen in de stations. De stations van 110kV en 150kV moeten in veel gevallen volledig worden vervangen. Ze zijn soms vijftig jaar of langer in bedrijf en aan het eind van hun technische levensduur.

Vier miljard euro

De aanbesteding EU-303 Stations is een inkoopprogramma van circa vier miljard euro, over een looptijd van elf jaar (tot 1 januari 2032). Het programma is gericht op multidisciplinaire werkzaamheden voor de TenneT hoogspanningsstations van 110kV, 150kV, 220kV en 380kV in Nederland. Het gaat daarbij om civieltechnisch en bouwkundig werk voor nieuwbouw, uitbreiding, reconstructie, renovatie, amovering (slopen), vervanging, beheer en onderhoud van hoogspanningsinstallaties. Projectmanagement en projectcoördinatie behoren daar nadrukkelijk ook bij.

Uitdagende opdracht

Het stroomnet wordt zeer intensief gebruikt. Daardoor is het niet mogelijk om een verbinding voor een dag of een week uit te zetten. Ook niet voor werkzaamheden. Bijkomende uitdaging is  ruimtegebrek in dichtbebouwde gebieden. Een goede plek vinden voor de benodigde uitbreidingen is vaak dan ook lastig en tijdrovend. Slotsom: EU-303 Stations is echt een uitdaging, een omvangrijke en complexe opdracht die onder uitzonderlijke omstandigheden moet worden uitgevoerd.

Efficiënter, sneller en slim samenwerken

De hoge ambitie en de lastige omstandigheden leidden tot een bijzondere aanpak in de aanbesteding. TenneT stuurt gericht aan op efficiënter, sneller en slim samenwerken door te kiezen voor vernieuwing, digitalisering van processen en planningen en een gelijkwaardige samenwerking met zijn partners.

Nieuwe partners

Voor de vernieuwing en uitbreiding van de hoogspanningsstations moet veel werk verzet worden en wordt constant gezocht naar betere methodes en processen. TenneT koos bewust voor nieuwe partners. Kandidaten die voor specifiek werk geen ervaring konden aantonen, kregen in de tender de kans om te bewijzen dat ze over voldoende expertise en vaardigheden beschikken. Dat resulteert in vier partners waarmee TenneT niet eerder samenwerkte in een tender. Één van hen deed al wel opdrachten in een andere discipline.

De geselecteerde partners zijn:

  • SPIE Nederland B.V.
  • Heijmans Infra B.V.
  • Croonwolter&dros B.V. en Mobilis B.V. (SC&M)
  • Volker Energy Solutions B.V.
  • Strukton Systems B.V.
  • Cegelec (Omexom)
  • Acciona Industrial S.A.
  • Efacec Engenharia e Sistemas S.A.
  • H&MV Engineering B.V.

‘Covid-19 versterkt de Green Deal plannen van de Europese Unie’, zei Diederik Samsom tijdens de openingstalkshow van de European Industry & Energy Summit. Volgens de kabinets chef van Eurocommissaris Frans Timmermans is er meer publiek geld dan ooit beschikbaar om de energietransitie vorm te geven.

Samsom ziet investeringen in de uitvoering van de Green Deal zelfs al dé manier om uit het financiële dal van de Covid-crisis te komen. Kijk nu de live talkshow terug met André Faaij van TNO, Anja Isabel Dotzenrath van RWE Renewables, Consul-Generaal Antwerpen Bert van der Lingen en Klaus Schäfer van Covestro.

 

Sluit je aan bij leiders in de industrie- en energiesector op de European Industry & Energy Summit 2020. In twee dagen brengen meer dan een dozijn keynotes, side events, cases en energizing talks je op de hoogte van toekomstige kansen en bedreigingen van de energietransitie en het klimaatakkoord.

De Europese procesindustrie en energiesector zijn mede verantwoordelijk voor klimaatverandering. Maar aan de andere kant kunnen ze ook een grote bijdrage leveren aan oplossingen. De European Industry and Energy Summit streeft ernaar ideeën, technologie, plannen en projecten te stimuleren om deze uitdaging aan te gaan. Dat doet ze door alle relevante partijen en expertise uit heel Europa samen te brengen.

Online

De European Industry & Energy Summit 2020 is op 8 en 9 december online te volgen. Het evenement wordt uitgezonden vanuit Amsterdam en diverse industriële locaties in Nederland. De opening is in Amsterdam met onder meer Diederik Samsom (kabinetschef Frans Timmermans, Vice President EC).

Plenaire talkshows zullen betrekking hebben op Europa en de energieplannen van de Europese Unie, waterstof, infrastructuur, innovatie en systeemintegratie. Diverse side-events en break-outs gaan over CCUS, elektrificatie, elektrochemie, energiebesparing, energieopslag en meer.

Interactie

Covid-19 legt ons natuurlijk beperkingen op, maar met moderne technologie kunnen we toch met elkaar in gesprek gaan en ideeën uitwisselen. Onze event-app biedt veel mogelijkheden voor deze interactie. Zo kunnen bezoekers elkaar ontmoeten in één-op-één gesprekken. Partners organiseren ronde tafels en meet & greets in virtuele huiskamers. En je kunt met hen in contact komen op het online beursplein.

Schrijf je dus hier in en wees er zeker van dat je deel uitmaakt van de Europese energietransitie.

Vattenfall nam de definitieve investeringsbeslissing voor Hollandse Kust Zuid 1-4. De Zweden gaan door met de bouw van wat het grootste offshore windpark ter wereld wordt. Als het in 2023 volledig operationeel is, is offshore windpark Hollandse Kust Zuid  het grootste in zijn soort ter wereld. De geïnstalleerde capaciteit is dan 1.500 megawatt

Na het winnen van twee subsidievrije aanbestedingsrondes in 2018 en 2019, kreeg Vattenfall de vergunningen voor de bouw van Hollandse Kust Zuid. Om het ontwikkelproces te optimaliseren, combineerde Vattenfall de twee projecten tot één windpark.

In 2023 voorziet Hollandse Kust Zuid in een derde van de totale geïnstalleerde offshore windcapaciteit in Nederland. Daarmee levert het park een grote bijdrage aan de doelstellingen van de Nederlandse regering op het gebied van duurzame energie.

‘Hollandse Kust Zuid voorziet niet alleen onze particuliere en zakelijke klanten van fossielvrije en betaalbare elektriciteit. Het is ook een grote infrastructurele investering die belangrijke economische activiteit en werkgelegenheid creëert in tijden van economische onzekerheid. Dankzij de goede samenwerking met onze nationale en internationale partners zijn we goed voorbereid om de volgende stap te zetten in het realiseren van dit unieke project’, zegt Gunnar Groebler, Senior Vice-president en Head of Business Area Wind bij Vattenfall.

Kansen

Zowel de bouw, die offshore in 2021 van start gaat, als de exploitatie van het windpark en het daarvoor te ontwikkelen onderhoudscentrum creëren belangrijke kansen voor het regionale bedrijfsleven. Bovendien zorgen ze voor langdurige hoogwaardige werkgelegenheid.

Vattenfall werkt samen met Siemens Gamesa voor het vervaardigen van de turbines en de gedeeltelijke plaatsing ervan. De in Nederland gevestigde Sif Group bouwt de funderingen. Het in Nederland gevestigde TKF en Prysmian vervaardigen de inter-array kabelsystemen. Ingenieursbureau Subsea 7 installeert de funderingen en inter-array kabelsystemen. Swire Blue Ocean installeert de turbines.

Feiten Hollandse Kust Zuid

Met een geïnstalleerde capaciteit van 1.500 megawatt  wordt dit het grootste offshore windpark ter wereld. De elektriciteitsproductie kan het jaarverbruik van ruim twee miljoen Nederlandse huishoudens dekken. Het windpark bestaat uit 140 turbines van elf megawatt, die voor het eerst offshore worden geplaatst.

Volgens overheidsvoorschriften staat de ruimte op zee tussen de turbines open voor doorgang en medegebruik. Exploitatie en onderhoud vinden plaats vanuit Vattenfalls nieuwe, moderne onderhoudscentrum in de haven van IJmuiden. Het windpark wordt verbonden met twee offshore substations, geëxploiteerd door TenneT.