nieuws

Mariëtte Hamer (SER): ‘Blijven ontwikkelen net zo logisch als gezonde voeding’

Publicatie

28 feb 2019

Auteur

Laura van der Linde

Categorie

iMaintain

Soort

nieuws

Tags

digitalisering, opleiding

Technologische ontwikkelingen gaan snel en het is goed om even stil te staan bij het gegeven dat mens en technologie hand in hand gaan. ‘Als een bedrijf zich wil voorbereiden op de toekomst is het niet alleen nodig om in de techniek te investeren, maar ook in de leercultuur van het bedrijf’, aldus Mariëtte Hamer, voorzitter en kroonlid van de Sociaal Economische Raad (SER).

De SER is de belangrijkste adviesraad voor regering en parlement over sociaal-economische vraagstukken. Binnen dit adviesorgaan wordt samengewerkt door ondernemers, werknemers en onafhankelijke deskundigen (kroonleden). Een van de thema’s waar de SER zich op focust is ‘scholing en ontwikkeling’. Er wordt al jaren gepraat over een leven lang leren of een leven lang ontwikkelen, maar een vanzelfsprekende en positieve leercultuur is in Nederland nog altijd niet goed van de grond gekomen. De ministers van Onderwijs en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid willen daar verandering in brengen en hebben de SER gevraagd een aanjaagfunctie te vervullen.

Leven lang ontwikkelen

Technologie verandert ons leven en werken. Dat biedt kansen, maar stelt het aanpassingsvermogen van mensen en organisaties op de proef. Het kabinet heeft de SER gevraagd om met een breed netwerk van stakeholders, aan de hand van een actie-agenda, te werken aan een beweging van onderop. ‘Een beweging waarin leven lang ontwikkelen een vanzelfsprekendheid wordt voor werkgevers, werkenden en werkzoekenden’, licht Mariëtte Hamer toe. ‘De SER is met allerlei regionale en sectorale initiatieven van leren en ontwikkelen in contact, om de ervaringen te verrijken en te verspreiden. Veel bedrijven zijn met regionale opleidingen en regionale overheden een samenwerking aangegaan om gezamenlijke uitdagingen aan te pakken voor goed opgeleid personeel. De initiatieven zijn in elke regio weer anders, en dat is ook logisch. De SER sluit daarbij aan, en helpt waar mogelijk met kennis en ervaring die elders zijn opgedaan.’

Verder zal de SER een rol spelen in de lerende aanpak bij het verder ontwikkelen en delen van kennis over wat werkt om werkenden, werkzoekenden en werkgevers te stimuleren om te investeren in het permanent op peil houden van kennis en vaardigheden. En de wil inventariseren of er belemmeringen in wet- en regelgeving zijn waar bedrijven tegenaan lopen. Deze belemmeringen kan de SER dan in Den Haag bij de juiste partijen agenderen.

Mens en technologie

Volgens Hamer zijn technologie en technologische ontwikkelingen enorm belangrijk voor onze economie. ‘Het biedt kansen, en we kunnen ons in een internationale context niet permitteren die te laten liggen. De kunst is wel om de kansen te verzilveren op zo’n manier dat iedereen profiteert.’

Wat daarbij van groot belang is, is het besef dat mens en technologie hand in hand gaan. Hoe veranderen werkprocessen? Wat betekent dat voor de taken van medewerkers? Verdwijnen er taken, komen er nieuwe bij? Wordt dat takenpakket uitdagender, leerrijker, of juist niet? Wat betekent dat voor de ontwikkeling van medewerkers, maar ook voor instroom in opleidingen en voor curricula? En uiteindelijk ook: hoe kunnen we het werk zo inrichten, dat lerende organisaties ontstaan die optimaal in staat zijn om zich technologische ontwikkeling eigen te maken en daarmee voorop te lopen? Hamer: ‘Technologie gaat over kansen, mensen zijn nodig om die kansen te benutten, dus om de innovaties productief te maken. Leren en ontwikkelen komt veel centraler te staan bij mensen en in organisaties.’

Het onderwijs moet daarbij wel worden geholpen. Want hoe weten opleidingen hoe de inhoudelijke kant van een goede voorbereiding er uitziet? Daarvoor heeft het onderwijs de hulp nodig van bedrijven in de regio. ‘Opleiden is namelijk niet alleen een verantwoordelijkheid van onderwijsinstellingen, maar van de hele samenleving, inclusief de bedrijven.’ Dit vraagt om een open en actieve opstelling van de Nederlandse industrie in de samenwerking met het onderwijs. ‘De rol van onderwijsinstellingen is niet: U vraagt, wij draaien. Maar samen met onderwijsinstellingen kan het bedrijfsleven zijn eigen belang en het belang van studenten, opleidingen en de regio dienen.’
Die op ontwikkeling gerichte verbinding met het onderwijs is uiteindelijk in het belang van de bedrijven zelf. ‘Die verbinding vergt samenwerking, naar elkaar luisteren, elkaar willen begrijpen en elkaar willen helpen.’

Leercultuur

Het gaat er niet alleen om dat de jeugd goed wordt voorbereid op de technologische ontwikkelingen. Ook de mensen die nu werken, moeten kunnen omgaan met nieuwe technologie en voorbereid worden op de ontwikkelingen. ‘Dan gaat het dus niet alleen om onderwijs in de klassieke zin, maar om allerlei vormen van ontwikkelen. Je kan ook heel goed leren van je collega’s, door eens andere werkzaamheden te doen of een keer een stage te lopen.’ Uiteraard kan een opleiding helpen, maar ook op de werkvloer en binnen een bedrijf kan veel worden gedaan aan een leven lang ontwikkelen. Volgens Hamer is dit een absolute must. ‘Als een bedrijf zich wil voorbereiden op de toekomst is het niet alleen nodig om in de techniek te investeren, maar ook in de leercultuur van het bedrijf.’

Een leercultuur ontstaat niet vanzelf. Daar moet je goed over nadenken. Maar volgens Hamer is het ook weer niet zo heel ingewikkeld. ‘Wat zijn de ambities van het bedrijf en wat zijn de ambities en mogelijkheden van de personeelsleden? Voer daarover het gesprek! Kijk wat er nodig is en wat de mogelijkheden zijn, intern en in de regio. Er zijn tal van organisaties die daarbij kunnen helpen: leerwerk-loketten, UWV, ROC’s, particuliere opleiders, collega’s, werkgevers- en werknemersorganisaties.’

Actie-agenda

Het is de bedoeling dat er in heel Nederland een sterkere leercultuur ontstaat. ‘Iedereen, mensen en organisaties, moet zich blijven ontwikkelen zodat we de uitdagingen van de toekomst aankunnen.’ Daarom heeft de SER een actie-agenda opgezet om te komen tot een positieve leercultuur. Commitment van de bedrijven is hierin onontbeerlijk. ‘Een sterkere leercultuur wordt gerealiseerd op basis van diverse componenten: voer regelmatig gesprekken met iedere werkende over de loopbaan en hanteer een open houding ten aanzien van stages, job-rotation en leren van collega’s. Breng in kaart wat mensen aan kennis en ervaring meebrengen en zorg voor een flexibel leeraanbod. Geef werknemers meer eigen regie over hun ontwikkeling maar biedt ook goede ondersteuning bij ontwikkelvragen.’

Dit zijn concrete handvatten voor ondernemers om zo een positieve leercultuur te bewerkstelligen waarin mensen de juiste basisvaardigheden en mogelijkheden hebben om zich te blijven ontwikkelen. Er moet binnen bedrijven ruimte zijn om informeel, in de praktijk te leren. Het ontwikkelen moet ingebakken zitten in het werk. Ondernemers hoeven deze kar echt niet alleen te trekken. ‘Regio’s, sectoren, bedrijven, organisaties en scholen zullen moeten samenwerken, zodat maatschappelijke en economische kansen samen worden opgepakt. De SER wil bijdragen aan de sterkere leercultuur door te inspireren met wat er al goed gaat, kennis te ontwikkelen en te delen en belemmeringen te agenderen.’

Tekort aan technici

Niet alleen de aansluiting van medewerkers op toekomstige ontwikkelingen is voor bedrijven een uitdaging. Ook het tekort aan technisch geschoold personeel is voor de industrie een punt van zorg. Enkele jaren geleden is hiervoor het Techniekpact opgezet. Het doel was drieledig: ervoor zorgen dat meer leerlingen kiezen voor een techniekopleiding, bewerkstelligen dat meer leerlingen en studenten met een technisch diploma ook aan de slag gaan in een technische baan, en ervoor zorgen dat mensen die werken in de techniek ook worden behouden voor deze sector. Hamer: ‘Er is in de afgelopen jaren al heel veel werk verzet met het Techniekpact. Maar er is nog steeds een groeiende behoefte aan goed geschoold personeel. Dat komt ook door het belang van technologie in andere sectoren dan de techniek. De industrie moet concurreren met andere sectoren om technisch opgeleid personeel binnen te halen. Er zitten steeds meer vissers rond de vijver met technisch geschoold personeel.’

Uit cijfers blijkt dat technische sectoren moeite hebben om goed geschoold personeel vast te houden. Hamer: ‘Mensen met een technische opleiding zijn lang niet allemaal in de techniek aan het werk. De sector moet bij zichzelf te rade gaan hoe dat komt. Ik kan me voorstellen dat de waardering voor technisch personeel, in vergelijking met bijvoorbeeld commerciële of juridische functies, niet gelijkwaardig is.’ Verder ziet Hamer kansen op het gebied van vrouwen in de techniek. ‘Vrouwen zijn in deze sector ondervertegenwoordigd. Ook hier is het aan de technische sector om na te gaan waarom het ze niet lukt een aantrekkelijke werkomgeving te zijn voor vrouwen. Ik geloof niet dat het aan de vrouwen is om te veranderen zodat zij in de techniek aan het werk kunnen. Ik geloof echt dat het aan de technische sector is om te bewegen.’

Blijven ontwikkelen

Kortom, het gaat voor de toekomst om vinden en binden van mensen. En om mensen te binden is een positieve leercultuur ontzettend belangrijk. Hamer vindt het – met de SER – van groot belang dat iedereen in de samenleving mee kan blijven doen en daarvoor moet iedereen zich (kunnen) blijven ontwikkelen. ‘Het idee dat je klaar bent als je eenmaal een diploma hebt, is achterhaald. Blijven ontwikkelen is eigenlijk net zo logisch als gezonde voeding. Iedereen snapt dat dat nodig is en dat we daar een gedeeld belang bij hebben.’

Hamer waardeert de inzet van de industrie. ‘Er is de afgelopen jaren heel actief gezocht naar mogelijkheden voor samenwerking met zowel onderwijspartijen als anderen in de regio. Daar moet de Nederlandse industrie onverminderd mee doorgaan. Dat is ook iets wat nooit klaar is. Je moet blijven investeren in de relaties in de regio en met je personeel.’

Maar omdat er nog steeds grote uitdagingen liggen, is het nu van groot belang om te focussen op de lange termijn en de continuïteit. ‘Veel van de processen waar we het hier over hebben, zijn niet in een week of een jaar gerealiseerd. Vaak vergen dit soort leercultuuruitdagingen jaren van volhouden en blijven investeren. Dat valt in een omgeving waarin de wisselende conjunctuur direct voelbaar is niet altijd mee. Maar het is een van de grote verdiensten van de Nederlandse samenleving dat we met elkaar wel tot lange termijn doelstellingen in staat blijken. Ook voor een leercultuur moeten we daarvoor de handen ineenslaan.’

iMaintain 2019

Mariëtte Hamer verzorgt tijdens het iMaintain Jaarcongres op 14 maart in Harderwijk de keynote lezing over het belang van permanent leren, een sterke leercultuur en een responsieve samenleving. Dat vraagt om het ontwikkelen, activeren en effectief benutten van de skills van de beroepsbevolking. Registreer nu via www.imaintain.info/congres.

Bron: iMaintain 2-2019

Laura van der Linde

Neem contact op - Bekijk profiel

iMaintain 10, 2019

19 november 2019