nieuws

Onderzoeksraad: ‘Sabic heeft incidenten uit 2012 onderschat’

Publicatie

12 apr 2015

Categorie

iMaintain

Soort

nieuws

Tags

Beide incidenten vonden in 2012 plaats bij Sabic op de Chemelot site in Geleen in de naftakraker Olefins 4. Het eerste voorval vond plaats op 21 januari 2012, waarbij enkele gaskoelers zijn gaan lekken en kraakgas via de koeltoren naar de buitenlucht is ontsnapt. De reparatie van een van de gaskoelers werd vanwege een verkeerde aanname over de oorzaak van de lekkage niet adequaat uitgevoerd, waardoor deze voor een tweede keer ging lekken. Dit resulteerde uiteindelijk in drie perioden van meerdere dagen in de maanden januari tot en met maart 2012 waarbij kraakgas verdund naar de buitenlucht werd geëmitteerd via de pluim van het koelwerk.

 

Volgens het rapport is er in totaal circa 2.000 ton kraakgas vrijgekomen. ‘De toename van de vervuiling is niet aan één enkele oorzaak toe te schrijven, maar aan een complex samenspel van factoren. Het is niet de verwachting dat de omgeving een gezondheidsrisico heeft gelopen als gevolg van de emissie gezien verdunde uitstoot en de potentiële blootstelling gedurende korte tijdsperiodes.’ Terugkijkend naar het voorval waren er volgens de Onderzoeksraad wel aanwijzingen dat de geconstateerde lekkage groter was dan Sabic in eerste instantie aan nam, zoals de plotselinge temperatuurverhoging van het koelwater aan de uitlaatzijde van de kraakgaskoeler en de geur die nabij de koeltoren/koelventilatoren kortstondig werd waargenomen.

Berekeningen

Bij het tweede voorval op 18 oktober 2012 vond een lekkage plaats van een mengsel van de koolwaterstoffen. De lekkage is waargenomen bij de aansluiting van de brilschijf, die zich op circa 11 meter hoog tussen de verdamper en de methaankolom bevindt. Een eerste inschatting van de lekkage werd gemaakt op basis van een visuele waarneming (druppels uit de isolatie). Deze inschatting kwam uit op een lekkage van 5 tot 10 liter per uur. Korte tijd daarna bleek uit gasmetingen dat er een verhoogde concentratie brandbare gassen aanwezig was in de directe omgeving van de lekkage. De werkzaamheden in deze sectie van de installatie werden gestopt. Toen bleek dat het verwachte dichttrekken van het lek niet plaatsvond, werd even later besloten om deze sectie met de methaankolom gecontroleerd uit bedrijf te nemen, waarbij de lekkage continu is gemonitord. Berekeningen gaven achteraf aan dat de lekkage circa 240 kilogram per uur moet zijn geweest.

Onderschatting

Voor beide voorvallen heeft de Onderzoeksraad geconstateerd dat op basis van een eerste inschatting van de lekkage de te ondernemen acties en beheersmaatregelen zijn bepaald. In beide gevallen bleek achteraf sprake te zijn van een onderschatting van de omvang van de lekkage. Het onderschatten van dergelijke lekkages kan tot levensbedreigende situaties leiden volgens de Onderzoeksraad. Daarom vindt hij het belangrijk dat in de omgang met lekkages rekening wordt gehouden met een ‘worst-case-scenario en dat daarna gehandeld moet worden zolang er geen zekerheid is over de omvang van de lekkage.

Op haar website schrijft Sabic dat ze bij beide gevallen inderdaad uit zijn gegaan van een worst-case-scenario. Ook schrijft het bedrijf dat de voorvallen zijn gemeld volgens de bestaande afspraken bij de bevoegde overheden (provincie Limburg, Inspectie SZW en de Veiligheidsregio Brandweer Zuid-Limburg). Deze overheden hebben ook onderzoek gedaan naar de incidenten in het kader van het BRZO. Die veiligheidsstudies hebben geleid tot een aantal verbetermaatregelen, die de beide voorvallen in de toekomst moeten voorkomen. De uitvoering van deze verbetervoorstellen is ook afgestemd met de bevoegde overheden.

 

Lees hier het rapport van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid.

Wellicht vindt u deze artikelen ook interessant

Schrijft u in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.