nieuws

Op zoek naar excellente meesters

Publicatie

20 mei 2015

Categorie

iMaintain

Soort

nieuws

Tags

Dat de laatste jaren van zijn carrière in de chemie zo enerverend konden zijn, had Frans Scheeren van OCI Nitrogen zelf ook niet verwacht. De Limburger heeft met bijna veertig dienstjaren een enorme ervaring in de chemische industrie, het overgrote deel in dienst van DSM. Maar toen de activiteiten op het gebied van minerale meststoffen vijf jaar geleden werden overgenomen door het toen nog Egyptische OCI, verhuisde Scheeren gewoon mee. Inmiddels is het hoofdkantoor van OCI N.V., zoals het bedrijf tegenwoordig heet, in Nederland.
Sinds een half jaar maakt Frans Scheeren als Director Manufacturing deel uit van het MT van OCI Nitrogen, een dochter van OCI N.V. Dus na zijn verkiezing tot Plant Manager of the Year vorig jaar nog geen welverdiend pensioen voor de sympathieke Limburger, maar een minstens zo welverdiende promotie. En bij een bedrijf dat vol ambitie voor zijn kernactiviteiten gaat. Want bij DSM was de productie van meststoffen nog een van de vele onderdelen, bij OCI Nitrogen het enige. En met hernieuwde ambitie, waar hij zelf ook van harte al zijn energie in steekt.

Leerzaam proces
En dan vorig jaar. Zijn verkiezing tot Plant Manager of the Year gaf zijn gerijpte ideeën over de procesindustrie een podium. Niet dat hij al die aandacht zocht, want eigenlijk hoefde hij de ‘poespas’ van een verkiezing niet. Maar al snel merkte hij dat het niet om persoonsverheerlijking ging, maar een instrument om de industrie te versterken.
Misschien wel de meeste impact had zijn column tijdens Deltavisie 2014. Scheeren: ‘Er werd mij gevraagd een column te schrijven over een onderwerp waarvoor ik me sterk wil maken. Het schrijven van een column alleen al was natuurlijk volstrekt nieuw voor mij. Het zette me er toe eens goed na te denken over wat ik belangrijk vind en waarover ik me zorgen maak. Daar gun je je in de dagelijkse praktijk te weinig tijd voor. Laat staan dat je het idee krijgt om zoiets kort en direct op te schrijven.’ Het was een leerzaam proces.
 
#Deltavisie
Zo heeft hij halverwege het schrijven zijn eerste fabricaat naar de prullenmand verwezen. Het was vooral een column over wat niet deugde en wat er nodig moest veranderen. ‘Ik liet de tekst lezen aan onze communicatiedeskundige. Zij vond de toon wat te negatief. Ik kon het daar wel mee eens zijn.’ Toen Scheeren afstand nam van zijn eerste column, ging het ineens heel snel. ‘Op een zondagochtend had ik de uiteindelijke column ineens staan. Spontaan, vanuit het hart. Toen ik haar de column de volgende dag weer liet lezen, was ze heel enthousiast. De perfecte toon en goed inhoudelijk was haar reactie.’ Een spreekwoordelijk geval dus van de spijker op de kop.
En juist die column heeft al veel in beweging gezet. Een tweet van de redactie van Petrochem zorgde meteen voor enige rumoer:

Natuurlijk heeft hij het niet zo hard gezegd en een dergelijke uitspraak staat ook niet letterlijk zo in zijn column. Maar het doel heiligt de middelen. De tweet heeft er inmiddels voor gezorgd dat Scheeren na het interview een gesprek had met een onderhoudsmanager over wat hij wel bedoelde. En over wat hij teweeg wil brengen. ‘Dat is toch het belangrijkste! Ik wil mezelf en anderen stimuleren dat we weer meer aan het vakmanschap en beoordelend vermogen van mensen gaan werken. Dat begint door er met de juiste mensen over te praten en kijken welke acties we kunnen ondernemen.’
 
Herkenbaar

Daarom was Scheeren ook aangenaam verrast toen hem werd gevraagd zijn column voor te dragen aan het platform ‘Partners in Safety’. ‘We komen als leadershipteam van de site, waarin naast OCI Nitrogen ook het management van onder andere Sitech, DSM, Lanxess en Borealis is vertegenwoordigd, periodiek samen met de directies van de contractors die werkzaam zijn op de Chemelot-site. En het was natuurlijk geweldig toen bleek dat mijn spontaan opgeschreven column als zeer herkenbaar voelde bij mijn collega’s en de contractors. Dan heb je dus zo’n column nodig om dat te ontdekken.’
Daarmee lijkt hij met zijn Chemelot-collega’s de eerste belangrijke stappen te zetten in de gewenste richting. In zijn column stelt Scheeren namelijk dat hij samen met partners wil uitvinden waar in de organisaties de meesters zitten, doelend op de directe toezichthouders. Om vervolgens uit te zoeken of deze meesters hun rol herkennen en of ze hun rol kunnen waarmaken. ‘Zo niet, dan is het aan ons om belemmeringen weg te nemen. Hierbij wil ik focussen op werkprocessen of procedures en tegelijkertijd op de praktijk van alledag. Dus heel concreet en met meer aandacht. Oftewel: iets meer ‘to the point’, iets meer power en iets minder PowerPoint!’

 

Gezellen
Scheeren wil, gechargeerd gezegd, weer terug naar de middeleeuwen: ‘In de oude ambachten had je de meester en de gezel. In het Duits heette dat: ‘der Meister und der Geselle’. De gezel werd lid van een gilde, kreeg een basisopleiding en zocht dan aansluiting bij een meester om het beroep tot in de finesses te leren. De meester was verplicht om hem alles te leren wat hij zelf beheerste. De meester was een specialist, bijvoorbeeld een meubelmaker, die precies wist wat de klant vroeg, de kneepjes van het vak kende en die heel veel ervaring had.
In de Duitse taal bestaat dan ook een veelzeggend spreekwoord: ‘übung macht den Meister’. De meester was meestal de eigenaar van de zaak en moest alles zelf doen: ontwerpen, materiaal inkopen, plannen, produceren, bezorgen en uiteraard afrekenen. Maar als hij bezig was met produceren, dan had hij alle aandacht voor zijn gezel. Hij instrueerde hem, deed hem de dingen voor en controleerde wat de gezel had gemaakt. Het moest in één keer goed, en hopelijk ook veilig.’
Gezellen heten tegenwoordig engineer, constructeur, inkoper, planner, monteur, operator, logistiek medewerker, enzovoort. De meesters heten senior, chef, teamleider, uitvoerder of directe chef, maar zelden of nooit toezichthouder of controleur, laat staan ‘meester’. Onze meesters hebben meestal niet één, maar soms zelfs tien of meer gezellen die vaak letterlijk niet dezelfde taal spreken, vindt Scheeren. Hij zou graag zien dat er in elke tak van sport in de industrie meesters komen. Bijvoorbeeld een meester bij engineering, inkoop en constructie, die ervoor zorgt dat de tekeningen kloppen, de juiste materialen worden geleverd en de draadjes goed worden aangesloten, zodat de machine start met één druk op de knop. En een meester bij productie die controleert of de fabriek naar behoren is veiliggesteld, zodat de gezel van de contractor geen vingerkootje kwijtraakt of vloeistof over zich heen krijgt. En zeker ook een meester bij de onderhoudsdienst of bij de contractor die controleert of de juiste pakking op de juiste wijze is gemonteerd, zodat de compressor niet weer uitgebouwd hoeft te worden of de gezel van productie straks in een gaswolk staat.

 

Turnaround
Dat de controle op vakmanschap en kwaliteit van geleverde diensten en materialen min of meer is verwaterd, heeft volgens Scheeren deels te maken met de historie en ook met huidige ontwikkelingen. Vóór de verkoop van een groot deel van de fabrieken in Geleen aan het Arabische Sabic, ruim een decennium geleden, waren nagenoeg alle fabrieken van DSM. Het Angelsaksische model vierde in die periode hoogtij. Focussen op kerncompetenties was het credo en zoveel mogelijk uitbesteden van zaken die daar niet toe konden worden gerekend. Dat moest tot kostenbesparingen leiden. Scheeren: ‘Dit heeft ertoe geleid dat het vakmanschap en de toezichthoudende en controlerende rol buiten de deur werden gezet.’
‘Daarnaast zie je dat ten gevolge van de huidige vergrijzing en de flexibilisering van de arbeidsmarkt veel, al of niet plant-specifieke ervaring dreigt te verdwijnen. Vooral tijdens een turnaround wordt het probleem zichtbaar: alle tekortkomingen van geleverde materialen en diensten stapelen zich dan op en leiden vaak tot improvisatie, risico’s en vertraging. Het corrigeren leidt uiteindelijk tot extra kosten en langere doorlooptijd en dus productiederving.’
Scheeren is van mening dat het vakmanschap, het domein van de gezel in het vroegere gildesysteem, maar ook de controle op geleverde diensten en materialen, de rol van de meester, thuishoren bij de serviceverlener en toeleverancier. ‘Deze toezichthoudende meesterrol dient explicieter te worden ingevuld om incidenten, fouten, dubbel werk, en vertraging te voorkomen. Met andere woorden: ‘first time right’. Het bedrijf zelf dient uiteraard als klant in staat te zijn om de behoefte goed te definiëren en te beoordelen of de geleverde diensten of materialen voldoen aan de verwachting.’

Stork
Inmiddels heeft Scheeren zelf ook de daad bij het woord gevoegd. Met contractor en partner Stork werkt OCI Nitrogen aan een samenwerkingsverband op het vlak van onderhoud waarbij vertrouwen en de lange termijn er voor moeten zorgen dat partners zich medeverantwoordelijk voelen voor fabrieken en een goed beoordelend vermogen opbouwen.
Samen met Roy Janssen van Stork komt Frans Scheeren 4 juni tijdens Deltavisie in Rotterdam graag uitleggen hoe OCI en Stork de samenwerking willen inkleden. Waarbij meesterschap een belangrijke rol krijgt. Inmiddels zijn ook filmopnames gemaakt over een wederzijds bezoek bij OCI en Stork.
Binnen het Petrochem platform wordt met hen tevens gewerkt aan een traject voor e-learning. Onder de naam Masters of Excellence kan iedereen straks meediscussiëren en van elkaar leren om de industrie te versterken.

 

Wellicht vindt u deze artikelen ook interessant

Schrijft u in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.