Plantmanager Harm Dijkstra van Lyondell­Basell opende eind oktober met een druk op de knop het Circular Steam Project. Op de locatie van het bedrijf op de Maasvlakte staat een waste-to-energy fabriek die afvalwater van de site omzet in biogas en stoom. Dat het project onder de huidige omstandigheden is opgeleverd, getuigt van een sterk staaltje wilskracht. De energiebesparing van 0,9 peta­joule maakt natuurlijk veel goed.

Een beeld zegt natuurlijk meer dan duizend woorden, dus kijk nog maar even goed naar de foto van CSP. Een installatie met de omvang van een flink flatgebouw zie je niet veel bij de meeste utility-projecten. De inzet van LyondellBasell en Covestro was dan ook hoog. Ze wilden een technologie inzetten die nog nergens ter wereld werd gebruikt met een investeringssom van 150 miljoen euro. En dat in een tijd dat de CO2-prijs nog niet heel veel businesscases kon vlottrekken. Dijkstra: ‘Bij dit soort investeringen moet je altijd goed naar de strategische waarde kijken. We produceren er tenslotte geen druppel propyleen-oxide extra mee. De energiebesparing en daar aan gekoppelde milieuvoordelen gaven uiteindelijk de doorslag. Als we in staat waren ons proceswater zelf te verwerken tot biogas en stoom en ook nog minder zout op het oppervlaktewater hoefden te lozen, voelde dat gewoon goed. Natuurlijk beslisten we op meer dan een goed gevoel, maar de duurzame kansen waren zeker een reden voor de CEO en de aandeelhouders om door te zetten.’

Potentiële besparing

Dat wil overigens niet zeggen dat de weg ernaartoe eenvoudig was. Met name Covid zorgde voor extra hoofdbrekens omdat de nieuwbouw gewoon doorging tijdens de lockdown-periode.Dijkstra: ‘Dat betekende dat we 350 man moesten testen, zoveel mogelijk separeren en ervoor zorgen dat ze zich op de site netjes aan de Covid-maatregelen hielden. Zeker met medewerkers van buiten Nederland was het soms spannend of ze überhaupt aan het werk konden toen steeds meer grenzen sloten. Gelukkig konden we de besmettingen die er waren snel isoleren zodat we geen uitbraken hebben gehad.’

De weg naar de CSP fabriek was al tien jaar geleden ingezet. Maar in 2014 werden de plannen echt serieus. Na alle voorbereidingen, FEED-studies en engineering- en procurement-fases stak men in de herfst van 2018 de eerste schop in de grond. Dijkstra: ‘Het idee voor de huidige fabriek kwam van onze eigen experts. Ze combineerden een aantal bestaande technieken en berekenden de potentiële besparing die dat zou opleveren. Uitdaging daarbij was dat deze combinatie nog niet elders was toegepast en net als de meeste bedrijven gebruiken we liever proven technology. Toch besloten we met een groot aantal externe partijen in samenwerking met onze eigen experts de uitdaging aan te gaan.’

Circulair afvalwater

De site op de Maasvlakte produceert via een speciale technologie onder meer propyleen oxide en styreen monomeer (POSM). Het is in zijn soort een van de grootste fabrieken ter wereld. Uit het POSM-proces ontstaan twee soorten afvalstromen die voor de ingebruikname van CSP werden afgevoerd naar de thermische behandelinstallatie van AVR. De eerste afvalstroom is een mengsel van verschillende looghoudende waterige stromen. De tweede stroom betreft een tweetal brandbare afvalstromen afkomstig van de Maasvlakte en de Botlek-fabriek.

circular steam project

‘We gebruiken de komende periode om te leren, optimaliseren en waar nodig te verbeteren.’

Harm Dijkstra – plantmanager LyondellBasell

In de nieuwe situatie worden de waterige stromen gescheiden in een deel dat in de bio-plant wordt behandeld (ongeveer veertig procent) en een deel dat in de verbrandingsoven wordt behandeld (ongeveer zestig procent). Om dit mogelijk maken, bouwden Bilfinger en Veolia een anaerobe en aerobe biologische voorzuivering die aansluit op de bestaande biologische zuivering van LyondellBasell en Covestro. De bacteriën in de anaerobe bio-reactor produceren het biogas dat als brandstof dient voor de stoomproductie. Het water gaat daarna naar een moving bed reactor gevolgd door een dissolved air flotation stap. Een deel van het slib wordt afgevoerd en de rest wordt gerecycled. Daarna is het water schoon genoeg om naar de bestaande bioreactor te worden gestuurd.

De tweede stroom, zo’n zestig procent van de afvalstroom, bevat het caustische water en de brandbare afvalstoffen. Deze stroom gaat naar een innovatieve droge verbrandingsoven, die zowel het biogas als de brandstoffen in de tweede stroom gebruikt om stoom te produceren van tussen de 950 en 1050 graden Celsius. Doordat de temperatuur boven de negenhonderd graden Celsius blijft, smelten de zouten of blijven als kleine druppeltjes in de rookgassen aanwezig. Het gesmolten zout stroomt via de wand naar beneden en wordt opgevangen. Dit zout kan vervolgens, na behandeling, worden ingezet in bijvoorbeeld de glasindustrie of als stutmateriaal voor de mijnen.

Optimaliseren

Nu de fabriek in gebruik is genomen, komt hij langzaam maar zeker op stoom. ‘Een deel van de fabriek is gebaseerd op biologische processen’, zegt Dijkstra. ‘Die bacteriën hebben even de tijd nodig om op volle sterkte te kunnen produceren. Hij heeft natuurlijk nog geen 0,9 petajoule geproduceerd, maar tot nog toe draait alles in ieder geval naar verwachting. We gebruiken de komende periode dan ook om te leren, optimaliseren en waar nodig te verbeteren. We kunnen ook nu pas bijvoorbeeld de samples indienen van de zouten. Als die worden goedgekeurd, kunnen we echt bijdragen aan circulair glas.’

Uitdagend project

De bouw van de installaties was een uitdagende klus. De fabriek bleef tijdens de bouw namelijk gewoon doordraaien. Dijkstra: ‘We konden de tie-ins gelukkig uitvoeren tijdens de onderhoudsstop in 2019, maar dat betekende nog eens extra mensen op de site. Op het hoogtepunt liep hier dan ook driehonderd man rond, waarvan heel veel volledig nieuw waren. Om er zeker van te zijn dat de competenties van die onbekende groep overeenkwam met onze eisen, voerden we een zogenaamd on-boarding beleid in. Onze medewerkers komen uit heel Europa, dus hoe weten we de waarde van elk certificaat? Voor sommige taken willen we daarom dat de medewerkers via een praktijktest bewijzen dat ze ook echt kunnen wat er op hun certificaat staat.’

‘We zijn plannen aan het maken voor onze fabriek in de Botlek om reststoom te gebruiken van onze buren.’

Harm Dijkstra – plantmanager LyondellBasell

Hoewel tijdens de bouw zo’n zeventig mensen volcontinu aan de bouw van CSP werkten, blijven er straks nog maar elf over die de fabriek bedrijven. ‘Het mooie is dat die elf wel meeliepen met het project’, zegt Dijkstra. ‘We betrokken zowel de operators als maintenance en veiligheidskundigen die nu de fabriek draaien bij de verschillende bouwfasen. Zo is de boiler bijvoorbeeld al een aantal maanden online. Wat natuurlijk handig was om alvast de nodige testen uit te voeren. Bijkomend voordeel is dat het CSP-team nu al goed voorbereid is op de taken.’

Transitie

Het antwoord of de circulaire stoomfabriek kan worden gekopieerd naar andere sites durft Dijkstra nog niet te geven. ‘Maar er is zeker belangstelling van onze joint ventures elders op de wereld. LyondellBasell heeft zichzelf hoge CO2-reductiedoelen opgelegd. In 2030 moeten we dertig procent van de emissies uit onze fabrieken terugdringen om in 2050 op nul uit te komen. We moeten veel van dit soort technologie inzetten om die doelen te halen. We zijn nu al plannen aan het maken voor onze fabriek in de Botlek om reststoom te gaan gebruiken van onze buren.’

Tegelijkertijd moet twee miljoen ton van de feedstock uit gerecyclede of hernieuwbare bron komen. Dijkstra: ‘Waar mogelijk wil LyondellBasell mechanisch recyclen, terwijl we ook technieken evalueren voor pyrolyse van lastigere reststromen. Onze klanten vragen echt naar de ecologische voetafdruk van onze producten, terwijl ook onze aandeelhouders duurzaamheid hoog op de agenda zetten. Misschien nog wel het belangrijkste is dat ook onze directe omgeving en medewerkers van de toekomst eisen stellen op het gebied van verduurzaming. En dus moeten we het hele palet, van elektrificatie, waterstof en CCS meenemen in het traject. Het Circular Steam Project, met een jaarlijkse besparing van 140.000 ton CO2, is in ieder geval een mooi begin.’

Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) stelt de injectie van productiewater van de NAM in Schoonebeek onder verscherpt toezicht. NAM constateerde in februari namelijk een scheur in de buitenbuis van een waterinjectieput in Twente. Hoewel SodM geen aanwijzingen vond van lekkage van productiewater, vindt SodM wel dat het incident al in 2017 had moeten worden opgemerkt, onderzocht en gemeld. Inmiddels legde NAM alle injectie-activiteiten stil.

NAM constateerde in februari 2021 een scheur in de buitenbuis van een waterinjectieput in Twente (ROW2). De NAM meldde deze bevinding aan SodM en voerde conform de wettelijke verplichting een onderzoek uit. SodM beoordeelde het onderzoek van de NAM en komt tot de conclusie dat de NAM onvoldoende onderzoek deed naar de oorzaak van de scheur.

Bovendien was het monitoringsprogramma van de NAM niet in staat om schade aan deze put tijdig op te sporen. SodM acht dit met name een risico voor injectieput ROW7, die zich in de nabijheid bevindt van ROW2. SodM sluit niet uit dat op dit moment vergelijkbare krachten in de diepe ondergrond inwerken op deze put.

Op aangeven van SodM legde de NAM daarom de waterinjectie in ROW7 uit voorzorg stil. Daarnaast stelt SodM de injectie van productiewater afkomstig van de oliewinning in Schoonebeek per direct onder verscherpt toezicht. In het kader van het verscherpt toezicht, lichtte SodM ook het Openbaar Ministerie in. Het OM kijkt vanuit een strafrechtelijk oogpunt naar deze zaak.

Geen lekkage productiewater

SodM benadrukt dat er op dit moment geen aanwijzingen zijn dat zich gevaarlijke situaties hebben voorgedaan bij put ROW2. Of dat deze dreigen plaats te vinden bij de overige injectieputten in het Rossum-Weerselo veld. SodM stelde vast dat het teruggehaalde deel van de binnenbuis van ROW2 nog intact was. En dat de gemeten injectiedrukken geen lekkage van productiewater naar de buitenbuis laten zien.

Wel staat vast dat zo’n tien kuub mijnbouwvloeistof die tussen de binnen- en de buitenbuis zit, naar de diepe ondergrond is gelekt. Deze vloeistof bestaat uit water met een pH-waarde van 11 door de toevoeging van kaliumchloride (zout). Deze vloeistof is in een injectiereservoir terechtgekomen.

Druk viel weg

De NAM had al in 2017 kunnen weten dat er problemen waren met de integriteit van injectieput ROW2. In augustus van dat jaar viel namelijk de druk in de ruimte tussen de binnen- en de buitenbuis kortstondig weg. De gemeten drukdaling had tijdig moeten worden opgemerkt, onderzocht en bij de toezichthouder gemeld. De NAM stelde de toezichthouder pas in maart 2021 van deze drukdaling op de hoogte.

Aanvullende metingen

In Twente vindt de injectie van productiewater plaats dat vrijkomt bij de oliewinning in Schoonebeek. NAM injecteert het productiewater in het voormalig gasveld Rossum-Weerselo via putten ROW4, ROW5 en ROW7. NAM meet regelmatig de integriteit van deze putten. Zo meet men jaarlijks de staat van de binnenbuis, en het onderste deel van de buitenbuis elke vijf jaar. De metingen van zowel de binnen- als de buitenbuis van ROW4 en ROW5 zijn van voldoende kwaliteit om te kunnen vaststellen of injectie verantwoord kan plaatsvinden. Ook de jaarlijkse metingen van de binnenbuis van ROW7 zijn van afdoende kwaliteit. Omdat de binnenbuis van ROW7 echter een stuk smaller is en hierdoor niet alle meetapparatuur past, hanteert de NAM een alternatieve, minder nauwkeurige methode voor de vijfjaarlijkse metingen van de buitenbuis. Gezien het incident bij ROW2 wil SodM dat de NAM hier aanvullende metingen verricht, voordat kan worden overwogen of deze put weer gebruikt mag worden voor de injectie van productiewater.

Waterschap Brabantse Delta gaat de afvalwaterpersleiding (AWP) die het afvalwater van industrieterrein Moerdijk en 35 dorpen en steden in West-Brabant transporteert naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie in Bath vernieuwen en renoveren. Hiermee wordt een stap gezet in het toekomstbestendig maken van het afvalwatertransport in West-Brabant.

De afvalwaterpersleiding (AWP) is een uniek systeem, niet alleen door de omvang van het leidingstelsel maar ook vanwege de afstand die het afvalwater aflegt. Dit is maar liefst zestig kilometer.

Om het transport van het afvalwater ook in de toekomst goed te regelen, heeft waterschap Brabantse Delta besloten om de AWP te renoveren en gedeeltelijk te vernieuwen. De persstations bij Roosendaal, Bergen op Zoom en Bath zijn hierin onmisbare onderdelen. Hier staan de pompen die het afvalwater verpompen naar de rioolwaterzuivering in Bath. Door goed transport kan het afvalwater afgevoerd worden en komt het niet ongezuiverd in de sloten terecht.

De verdubbeling van de leiding vanaf kruispunt A4 – A58 tot de waterzuivering in Bath is het tweede belangrijke onderdeel. Met deze verdubbeling kan het leidingensysteem het afvalwater nu en in de toekomst snel genoeg verwerken en kan het waterschap (blijven) voldoen aan de capaciteitsvraag van de gemeenten.

Om de persstations te renoveren heeft waterschap een overeenkomst gesloten met aannemer PAUW. Voor het verdubbelen van het stuk leiding is een overeenkomst gesloten met aannemer GW Leidingtechniek. De aannemers beginnen dit najaar met de voorbereidingen, zodat de uitvoering midden 2019 kan starten.