Nederland heeft een haat/liefde-verhouding met water. De liefde komt vooral naar boven in de zomer: we genieten van het strand, trekken erop uit met bootjes en we fietsen vele kilometers over dijken en door duinen. De haat, vooral gevoed door angst, heeft onder andere te maken met de Watersnoodramp van 1953. ‘Bescherming tegen hoog water is een levensvoorwaarde’, zegt Richard Jorissen, die als directeur van het hoogwaterbeschermingsprogramma sturing geeft aan de grootste dijkversterkingsoperatie ooit.

Een oude benaming voor Nederland is de Lage Landen en dat is niet voor niets. Zo’n 26 procent van ons land ligt onder de zeespiegel en 29 procent kan overstromen vanuit de rivieren. ‘Dat betekent dat het leven van 70 procent van de bevolking en van onze economie zich afspeelt in overstroombaar gebied. Natuurlijk willen we dat beschermen.’ Aan het woord is Richard Jorissen. Ruim vijf jaar geleden maakte hij vanuit Rijkswaterstaat de overstap naar het hoogwaterbeschermings-
programma, het HWBP. ‘Dat was een kleine stap. Ik blijf als het ware in dezelfde familie, want Rijkswaterstaat is onderdeel van de alliantie HWBP.’

In dit hoogwaterbeschermingsprogramma worden door de waterschappen en Rijkswaterstaat maatregelen uitgevoerd om de primaire waterkeringen aan de veiligheidsnorm te laten voldoen, nu en in de toekomst. Het gaat om meer dan 1.100 kilometer dijken en 256 sluizen en gemalen die tussen 2014 en 2028 worden aangepakt. Verspreid over bijna 300 projecten in heel Nederland, langs de kust, de grote rivieren en meren.

Asset management

Nederland kent 43 verschillende soorten dijken en 9 verschillende dijksystemen. Daarmee heeft ons land het meest uitgebreide dijkennetwerk ter wereld. Dankzij onze ervaringen met het water zijn we op dit gebied een absolute autoriteit. Het is niet voor niets dat andere landen onze hulp inschakelen als ze een watergerelateerd probleem hebben. Zo was Jorissen ook betrokken bij de realisatie van een plan van aanpak voor risicovermindering en herstelkwesties van het kustgebied van Louisiana. ‘Nadat orkaan Katrina hier in 2005 vreselijk heeft huisgehouden, werd hulp ingeschakeld. New Orleans heeft geen zand, maar moerassen en een fikse storm is daar een orkaan.’ Intensief overleg heeft geleid tot The Dutch Perspective, een veiligheidsplan waarin de Nederlandse visie en ervaring sterk terugkomt.

Jorissen is nu volop gefocust op de Nederlandse dijkversterkingsoperatie. De assets waar in deze operatie naar wordt gekeken, zijn overigens niet alleen dijken. Jorissen: ‘Het gaat in dit programma om de primaire waterkeringen. Dat is in Nederland 3.449 kilometer en daarbij behoren dijken, duinen, sluizen, gemalen, stormvloedkeringen en coupures. Dit zijn aangelegde doorgangen in dijken en kades.’

Koffiedik kijken

De Watersnoodramp van 1953 was een directe aanleiding voor het Deltaplan met de afsluiting van veel zeegaten en de bouw van de Oosterscheldekering. Voor de langere termijn was het belangrijk om uit te gaan van een veiligheidsnorm, waarbij kosten en baten van dijkverbetering zijn afgewogen. Op basis van deze norm is gestart met het verbeteren van de dijken. Maar de omstandigheden 
veranderen. Dijken verouderen, de bodem daalt en ook het land erachter verandert of wordt anders gebruikt. De groei van de bevolking, de toenemende investeringen en de wijziging van het klimaat zorgen ervoor dat je als land je inboedelverzekering moet indexeren.

tekst gaat verder onder de afbeelding
dijkversterkingsoperatie

Jorissen: ‘Soms is het slechts slim gebruik maken van bijvoorbeeld de natuur.’ (c)Rijkswaterstaat

Jorissen: ‘Daarom is op 1 januari 2017 een nieuwe veiligheidsnorm van kracht geworden. Deze nieuwe norm biedt een basisveiligheid voor alle inwoners van het land, ongeacht waar iemand woont. Hierbij wordt extra kritisch gekeken naar de meest kwetsbare delen van het land.’ Deze nieuwe norm betekende wel een vergroting van de opgave die er al lag. Om in 2050 aan de nieuwe normen te voldoen, gaat het naar verwachting om 1.900 kilometer aan primaire waterkeringen. Dit met zo min mogelijk hinder voor de omgeving en zonder al te hoge maatschappelijke kosten.

Het Deltaprogramma is hiervoor het overkoepelende plan en het HWBP maakt hier onderdeel van uit, evenals bijvoorbeeld het (inmiddels afgeronde) programma Ruimte voor de Rivier en het project Afsluitdijk. ‘Het gaat hier heel sterk over lange termijn planningen en over samenwerking. Het blijft koffiedik kijken, we weten niet exact wat over dertig jaar de effecten van bijvoorbeeld de klimaatverandering zullen zijn. Het is belangrijk om doorlopend de vinger aan de pols te houden om tijdig effecten van klimaatscenario’s in onze uitvoeringsagenda te kunnen verwerken.’

Onderhoudscyclus

Naast het normale onderhoud en een jaarlijkse beoordeling met het doel de primaire waterkeringen in de huidige toestand te handhaven, wordt iedere twaalf jaar een uitgebreide veiligheidsbeoordeling gehouden. ‘De waterkeringen die niet voldoen aan de norm, stromen in in ons programma. Op basis hiervan programmeren we, maken we planningen voor de komende jaren. De veiligheid is altijd het belangrijkste criterium en de norm heeft alle benodigde parameters in zich om een prioritering te kunnen aanbrengen.’ Dankzij dit risicogestuurde programma hebben de beheerders, programmadirectie en de minister een goed beeld van de toekomstige werkzaamheden. ‘We weten wat er nog op ons af gaat komen.’

Hierdoor is ook duidelijk hoeveel geld er ongeveer moet worden gereserveerd voor deze dijkversterkingsoperatie. Het totale budget voor de periode tot 2028 bedraagt 7,8 miljard euro en de totale opgave richting 2050 zal ongeveer op het dubbele uitkomen. ‘We doen ongeveer vijftig kilometer per jaar en met een eenvoudige rekensom weten we dat we zes of zeven miljoen euro per kilometer beschikbaar hebben. Dat lijkt veel en voor sommige delen is dat ook zo, maar er zijn ook waterkeringen die zo complex zijn, dat de kosten neerkomen op wel 25 miljoen euro per kilometer. Denk bijvoorbeeld aan de zeedijken met hun zware bekledingen. Of aan de waterkeringen in historische steden waar we moeten voorkomen dat monumentale panden schade ondervinden van de werkzaamheden. Dat hoort er ook bij.’

Stimuleren van innovaties

Om de werkzaamheden daadwerkelijk binnen de gestelde kosten te kunnen uitvoeren, zijn de uitvoerende partijen altijd op zoek naar manieren om de dingen slimmer te doen. ‘Kan het goedkoper, kunnen we de doorlooptijd verkorten, kunnen we de kwaliteit verbeteren? En ook integraliteit en duurzaamheid zijn thema’s die steeds meer een plek in onze projecten krijgen. Het gaat om gemeenschapsgeld, dus als deze bedragen omlaag kunnen, dan moeten we dat vooral doen.’

tekst gaat verder onder de afbeelding
dijkversterkingsoperatie

Jorissen: ‘We zijn zelden blij dat een damwand instort, maar hier werd een klein feestje gevierd.’

Om innovaties te stimuleren, is geen apart innovatiebudget gereserveerd, maar werken beheerders van waterkeringen nauw samen met kennisinstellingen en het bedrijfsleven om een projectvoorstel in te kunnen dienen met daarin verwerkt een plan voor een innovatie die eventueel ook op andere waterkeringen kan worden toegepast. ‘Als we er programmabreed van kunnen profiteren, dan levert dit geld op. Om die reden en om innovaties te stimuleren, krijgt zo’n project niet de reguliere vergoeding van 90 procent van de projectkosten, maar 100 procent.’

Proeflocaties

Dit heeft al geleid tot diverse slimme oplossingen voor lastige problematiek. Jorissen geeft een voorbeeld: ‘Piping is in de wereld van de waterkeringen een groot probleem. Het grondwater onder de dijk door kan bij hoogwater steeds harder gaan stromen en gaandeweg leiden tot grootschalig zandtransport. Dit kan er uiteindelijk voor zorgen dat een waterkering bezwijkt. Een zogenaamd verticaal ingebracht geotextiel, een soort kunststof gordijn, zorgt ervoor dat het water wel kan stromen, maar dat het zand niet kan worden meegevoerd. Deze oplossing is niet alleen een ruimtebesparende oplossing, het zorgt ook voor minder omgevingshinder en is voordeliger dan een traditionele oplossing.’

Ook de zogenaamde grofzand barrière is veelbelovend en zeer effectief tegen piping. Hierbij wordt puur met natuurlijke materialen een filter van verschillende zandstructuren gemaakt, zodat piping geen kans heeft. De verwachting is dat op termijn dergelijke oplossingen toegepast kunnen worden bij zes- tot achthonderd kilometer aan dijk.

Soms hoeft voor een innovatie niets nieuws te worden ontwikkeld. ‘Dan is het slechts slim gebruik maken van bijvoorbeeld de natuur’, vertelt Jorissen. Langs de Houtribdijk (tussen het IJsselmeer en Markermeer) houdt Ecoshape een eerste grootschalige proef met een zandige vooroever. Een vooroever beschermt de dijk tegen golfslag, waardoor de dijk niet of minder hoeft te worden versterkt. Dit wordt langs de kust al vaker toegepast, maar nog niet in meren. Op de proeflocatie tussen Enkhuizen en Lelystad is 70.000 kubieke meter zand neergelegd en beplant met verschillende soorten vegetatie. De proeflocatie wordt gedurende vier jaar gemonitord.

Rekenmodellen en sensoren

Een ander pijnpunt is macrostabiliteit (afschuiving). Net als voor de piping problematiek is hiervoor een projectoverstijgende verkenning opgezet. Bij de damwandbezwijkproef in Eemdijk werd een aangelegde proefdijk bewust tot bezwijken gebracht om meer inzicht te krijgen in het werkelijke vormingsgedrag en de sterkte van een bepaalde constructie in een dijk.

Daarnaast is ook een dijk zonder damwand tot bezwijken gebracht om zo inzicht te krijgen in de verschillen. ‘We zijn zelden blij dat een damwand instort, maar hier werd een klein feestje gevierd. We weten nu welke waarschuwingen we krijgen vlak voor hij bezwijkt, en hoe sterk de damwand feitelijk is. Gebleken is dat dunnere damwanden ook aan onze strenge veiligheidseisen kunnen voldoen. Dankzij de proef kunnen we onder andere flink besparen op staal.’

tekst gaat verder onder de afbeelding
dijkversterkingsoperatie

(c) Rijkswaterstaat

Jorissen vertelt dat er steeds meer gebruik wordt gemaakt van de kennis over de grond. ‘Er zijn natuurlijk ook steeds meer technieken om kennis op te doen over de eigenschappen van de grond. En er wordt meer en meer gebruikgemaakt van sensoren. Ook doen we veel met rekenmodellen en doen we proeven met schaalmodellen. Maar een proef in de praktijk blijft het meest waardevol.’

Kracht van de groep

Naast het steeds meer gebruiken van moderne technieken, zoals sensortechniek en ook inspecties met drones, ziet Jorissen een andere trend: ‘We zijn veel opener dan vroeger. Richting bewoners en overheden, maar ook richting onze samenwerkingspartners. Wanneer je in een vroeg stadium de bedrijven erbij betrekt, kun je maximaal profiteren van de kennis die zij in huis hebben. Ze denken mee over de uitvoerbaarheid van de gekozen oplossing of hebben ideeën over wat de winst zal zijn als in het voortraject voor een iets duurdere oplossing wordt gekozen.’ Ook worden steeds vaker projecten op elkaar afgestemd.

Natuurlijk zijn er individuele projecten die toch iets tegen vallen qua kosten of doorlooptijd of innovaties die toch niets opleveren. Jorissen: ‘Maar over het geheel gezien gaat het erg goed met dit HWBP. Het is één grote familie van dijkwerkers, zoals we iedereen noemen die een bijdrage aan dit megaproject levert. En dan is het toch de kracht van de groep, het geheel. Je deelt successen met elkaar, profiteert van goede ideeën en briljante innovaties, maar je bent ook sterk genoeg om tegenvallers op te vangen. Ook vanuit een bereidheid om elkaar te helpen.’ Zo worden de Lage Landen met vereende krachten beschermd tegen het water.