Een industriële robot is een multifunctionele, programmeerbare manipulator. Dat klinkt imponerend, maar als hij niet op de juiste manier wordt aangestuurd, doet hij helemaal niets. Dan is het feitelijk ‘een dom ding’. Er zijn goed opgeleide mensen nodig, met de juiste kennis en vaardigheden, om deze megakrachtige tools in te kunnen zetten. Maar wat is de juiste kennis en wanneer is iemand goed opgeleid? Dit wordt onderzocht binnen het Fieldlab Industrial Robotics.

Een industriële robot is maximale hightech, gecomprimeerd in één (bijna-)alles-kunner. Laat hem loodzware objecten verplaatsen, tot op de millimeter nauwkeurig snijden of razendsnel assembleren. ‘Ja, een robot kan heel veel dingen beter, sneller en efficiënter dan een mens. Maar uiteindelijk is het een dom ding dat zonder de mens niets doet’, vertelt Piet Mosterd. Hij is initiatiefnemer van het project dat uitgroeide tot het Fieldlab Industrial Robotics. Als voormalig CEO van AWL-Techniek in Harderwijk merkte hij dat schoolverlaters die bij AWL kwamen werken weinig kennis hadden van het bedienen of programmeren van een robot. ‘Toen we ons gingen verdiepen in de vraag wat eigenlijk kan worden beschouwd als basiskennis robotica, moest iedereen ons het antwoord schuldig blijven. Er bestond helemaal geen standaard voor. Die handschoen hebben we opgepakt.’

Hal vol robots

Dat dit initiatief wordt opgepakt door het bedrijfsleven, vindt Mosterd helemaal niet gek. ‘Je kunt het niet verwachten van de mbo- en hbo-opleidingen. De serie robots die we bij AWL hebben staan, is voor scholen niet te betalen. En de omgeving is dusdanig ingericht dat de veiligheid optimaal wordt gewaarborgd. De door ons opgestelde robots zijn idiot-proof en dat is ook nodig als je werkt met mensen die het allemaal nog moeten leren. Ook dat kost geld en ruimte.’

In een grote hal staan nu een stuk of tien robots opgesteld van vier verschillende merken. Mosterd: ‘We hebben zelfs twee lichtdichte lasertestcellen waarin laser-macrobewerkingen, zoals laserlassen en lasersnijden, kunnen worden uitgevoerd. De overige industriële robots die hier staan, kunnen – afhankelijk van het device dat aan de arm is gekoppeld – pakken, verplaatsen, lijmen, snijden, slijpen, schroeven, monteren. Kortom, eindeloos veel technieken. Maar hij doet dus helemaal niets uit zichzelf. Hij moet, in de juiste robottaal, eerst opdrachten krijgen en pas dan gaat hij bewegen. Wel is het zo dat een eenmaal gegeven opdracht, of reeks van opdrachten, eindeloos vaak kan worden herhaald en de uitvoering van de eerste beweging is exact hetzelfde als de laatste.’

tekst gaat verder onder de afbeelding
Oprichter Piet Mosterd (l) en projectleider 
Rik Grasmeijer van Fieldlab Industrial Robotics.

Oprichter Piet Mosterd (l) en projectleider Rik Grasmeijer van Fieldlab Industrial Robotics.

Definiëren en certificeren

Dat een mens deze robottaal beheerst, is essentieel. Maar de werktuigbouwkundigen, elektrotechnici en automatiseringsspecialisten die uit de schoolbanken rollen, hebben deze kennis over het algemeen nog niet in huis. Om de benodigde kennis bij deze jongeren te kunnen ontwikkelen en om deze en de bijbehorende vaardigheden vervolgens te kunnen verspreiden en borgen, is begin 2017, na een voorbereiding van anderhalf jaar, de Stichting Industriële Robotica opgericht. Het doel is om sturing te geven aan de inzet en exploitatie van (het fysieke) Fieldlab Industrial Robotics. Rik Grasmeijer is projectleider. ‘De benodigde kennis is makkelijk gezegd, maar wat dit precies inhoudt, is nog nergens gedefinieerd. Vergelijk het met een vrachtwagenchauffeur. Voordat deze op een vrachtwagen mag rijden, moet hij over bepaalde vaardigheden beschikken. Deze moet hij oefenen en hij moet daar examen in doen. Dat zijn concrete eisen. Maar welke kennis en vaardigheden heeft iemand nodig om een robot aan te sturen? Die eisen zijn niet concreet en daar zijn wij nu druk mee bezig.’

Het fieldlab ontwikkelt gecertificeerde opleidingen op gebied van robotprogrammering en robotbediening op mbo- en hbo-niveau. ‘Wij omschrijven dus de kennis en handelingen die iemand op een bepaald niveau, voor een specifieke functie, moet beheersen. Voldoet iemand hier aan, dan kan hij gecertificeerd operator, programmeur, offline programmeur of engineer worden. Dit zijn vooralsnog de vier functies waarvoor wij de opleidingsinhoud en de certificeringseisen definiëren.’

Attractiever

Mosterd en Grasmeijer zijn er ook van overtuigd dat de opmars van de industriële robotica een positief effect heeft op het aantal jongeren dat kiest voor techniek. Grasmeijer: ‘We zien het nu al. Voor de minor Industrial Operations and Robotics waren eerst zo’n veertig plaatsen gereserveerd. Uiteindelijk waren dat er zestig en voor komend jaar denken ze aan tachtig jongeren.’ Mosterd vult aan: ‘Onlangs hadden we hier een Duits bedrijf op bezoek, werkzaam in de suiker-warenindustrie. Zij hebben moeite om gekwalificeerd personeel te vinden. De toppers kiezen liever voor andere branches. Zij hebben zich gerealiseerd dat ze iets moeten doen om het werk attractiever te maken. Dit kan door robots in te zetten in het productieproces.’

AWL-Techniek is al in 1984 gestart met het implementeren van robots in haar projecten. ‘Wij waren er vroeg bij en daardoor hebben we nu veel ervaring. Anderen bedrijven volgen nu schoorvoetend, maar het is een niet te stoppen ontwikkeling. Over tien jaar werkt iedereen in de industrie met robots. Daarom is het ook zo belangrijk om nu stil te staan bij het opleiden van technici die hier dan ook echt mee kunnen werken.’

Samenwerking

Het is een traject van vijf jaar en de belangstelling is groot. Het fieldlab is opgezet met twaalf samenwerkingspartners. Naast AWL-Techniek, die het equipment en de ruimte beschikbaar stelt, verlenen onder andere Altrex, VMI, IJssel Technologie en ook branchevereniging FME medewerking. Het project wordt gesponsord door de provincies Gelderland en Overijssel en het opleidingsfonds A+O. De deelnemende scholen kunnen aanspraak maken op subsidiegelden. Mosterd: ‘Onze robots worden beschikbaar gesteld aan leerlingen van Landstede, Deltion en Hogeschool Windesheim, maar ook scholen uit andere provincies hebben zich al bij ons gemeld. Het is een hele goede samenwerking tussen onderwijs en het bedrijfsleven.’ De ontwikkelde kennis wordt overigens niet alleen aan studenten van mbo en hbo aangeboden. Ook ‘zittende’ werknemers kunnen met de te ontwikkelen lespakketten worden bij- of omgeschoold. Mosterd: ‘Hiermee blijven medewerkers ‘fit for the job’. Een leven lang leren, is immers nauwelijks weg te denken.’

Momenteel worden al pilots gedraaid met groepjes studenten. ‘We verwachten dat we aan het eind van dit schooljaar de eerste lespakketten beschikbaar hebben voor het mbo, hopelijk inclusief een akkoord van de Raad van Accreditatie. Vervolgens is het zaak om ook docenten op te leiden zodat zij kunnen helpen met het ontwikkelen van onderwijsmateriaal’, aldus Mosterd, die zich ook realiseert dat het werk eigenlijk nooit klaar is. ‘De ontwikkelingen gaan razendsnel. Elke zeven jaar hebben we te maken met een nieuwe generatie robots. Met meer functionaliteiten, meer communicatie met randapparatuur, hogere snelheden en meer programmeermogelijkheden. Het is een continu proces, maar het begin is er.’

tekst gaat verder onder de afbeelding

OLYMPUS DIGITAL CAMERAPassie

De jongeren die inmiddels weten welke taal ze moeten spreken met een robot om hem precies datgene te laten doen wat ze willen, zijn zeer enthousiast. Grasmeijer: ‘Je ziet dat het ze fascineert. Ieder stukje lesstof wordt direct in praktijk gebracht. Dat wat zij bedenken, kunnen ze programmeren en vervolgens zien ze dat imposante, zes-assige, stalen werktuig bewegen. Accuraat, razendsnel, eindeloos herhalend. Je ziet gewoon de passie voor techniek groeien.’

Dat op de werkvloer juist een beetje huiverig tegen de komst van robots wordt aangekeken, is volgens Grasmeijer niet terecht. ‘Robots gaan ons helpen om het werk leuker en makkelijker te maken. Een robot kan worden ingezet voor zwaar of geestdodend werk. Het gaat de werkgelegenheid bij machinebouwers een impuls geven en bedrijven die met robots gaan werken, verhogen hun productiecapaciteit en hebben meer mensen nodig. De angst dat robots al ons werk gaan overnemen, is dus niet terecht.’

Er zijn steeds meer bedrijven die de voordelen van robots inzien en die bereid zijn om hierin te investeren. Niet alleen in de tools, maar ook in goed opgeleid personeel. Grasmeijer: ‘Personeel dat bovendien heel veel plezier heeft in hun werk. De jongens die wij nu opleiden, willen aan het eind van de dag niet meer naar huis. Mooi toch?’