Ontwerp- en consultancyorganisatie Arcadis helpt de NAM bij de ontmanteling van 28 gaswinlocaties in Noord-Nederland. Voordat de boel wordt opgeruimd, onderzoeken verschillende partijen of er herontwikkelingsmogelijkheden zijn. Daarbij gaat het om mogelijkheden voor energie-hubs, om de energietransitie in de regio een impuls te geven.

Voor eventuele herontwikkeling wordt samen met grondeigenaar, aanwonenden, dorpsverenigingen, lokale energiecorporaties, energiebedrijven, gemeenten en provincie naar mogelijkheden gekeken. Dat zijn bijvoorbeeld het realiseren van zonneparken, warmtenetten of grootschalige elektriciteitsopslag.

Voor het ontmantelen moeten installaties worden schoongemaakt, vervolgens gedemonteerd en opgeruimd. Als sluitstuk wordt de grond schoon opgeleverd.

Foto: Straks een zonnepark op de plek van gaswinning?

Na anderhalf jaar stilstand heeft Engie ook haar vijfde eenheid van de Eemscentrale weer terug in gebruik genomen. EC3 onderging een complete revisie van de gasturbine, stoomturbine en generator en kreeg een nieuw besturingssysteem.

Twee maanden geleden nam het bedrijf eenheid EC4 al terug in bedrijf nadat deze ruim 2,5 jaar in de mottenballen had gelegen. Ook deze STEG-eenheid onderging een complete revisie en kreeg een nieuw DCS-systeem. Beide eenheden hebben ieder een capaciteit van 350 megawatt.

Sluiten

Vijf jaar geleden zag de toekomst van de centrale er nog somber uit. De gasprijs was gewoonweg te hoog om te concurreren met bijvoorbeeld goedkope kolenstroom. Bovendien was de vraag afgenomen als gevolg van de crisis. ‘We kwamen in de overlevingsmodus terecht’, vertelde Harry Talen, plantmanager van onder andere de Eemscentrale, eerder dit jaar in een interview in Petrochem. ‘We moesten veertig procent van de mensen ontslaan. In 2016 wilde het hoofdkantoor de centrale in de Eemshaven zelfs sluiten. Het enige dat ik nog kon bereiken, was dat het besluit met een half jaar werd uitgesteld.’

Niet lang daarna keerde het tij. De stroomvraag nam toe, de gasprijs daalde en de CO2-prijs steeg. Daardoor verbeterde de positie van gascentrales ten opzichte van kolen. Van sluiting was geen sprake meer en in maart kondigde Engie aan de twee units van haar Eemscentrale weer uit de mottenballen te halen.

Kijk ook Industrielinqs LIVE Break Outs over overlevingsstrategieën in de industrie terug, waarin Harry Talen vertelt hoe hij zijn team bleef motiveren om de centrale overeind te houden. 

Een breuk in een waterleiding van waterbedrijf Vitens leidde in 2014 tot een grote gasstoring in Apeldoorn. Om dit scenario voor andere steden te voorkomen, besloten de twee betbeheerders samen te werken. Vandaag beginnen de netbeheerders met een deelproject in Nijmegen.

Een breuk in de waterleiding van Vitens leidde tot een breuk in de naastgelegen gasleiding die uiteindelijk brak. Daardoor stroomde water en modder zo de gasleiding in. Het leidde in 2014 tot een gasstoring waarbij honderden mensen dagenlang zonder gas zaten. Dat nooit meer, dachten Liander en Vitens, en daarom zijn ze al een tijd bezig om ruim 300 kilometer gas- en waterleidingen in Nederland te vervangen.

Minder overlast

Eerst was Apeldoorn aan de beurt. Daar hebben Vitens en Liander inmiddels gezamenlijk 92 kilometer aan gas- en waterleiding vervangen. De netbeheerders hebben de ingrijpende werkzaamheden onder meer in nauwe samenspraak met de gemeente Apeldoorn uitgevoerd. Dankzij de goede samenwerking kon de overlast voor omwonenden zoveel mogelijk beperkt blijven.

In de tussentijd kreeg ook het Gelderse Doorwerth in 2019 te maken met een gasstoring. Ook hier zorgde de combinatie van een gesprongen gas- en waterleiding voor problemen. De volgelopen leidingen moesten eerst worden schoongemaakt en daarna gerepareerd. meer dan zestig huizen zaten drie dagen zonder gastoevoer.

Elf gemeenten

Nu is de rest van Nederland aan de beurt en dat begint in Nijmegen. In dit deelproject gaat het in totaal om dertig kilometer aan gecombineerde gas- en waterleidingen, verdeeld over elf gemeenten. Zo’n 1400 huizen in de gemeenten Aalten, Arnhem, Berg en Dal, Brummen, Doesburg, Doetinchem, Ede, Nijmegen, Oude IJsselstreek, Renkum en Rheden worden ook overgezet naar de nieuwe leidingen.

Neptune Energy heeft drie van haar platforms uit het Nederlandse gedeelte van de Noordzee verwijderd. In de video onderaan dit bericht is te zien hoe dat in zijn werk ging. De platforms hebben veertig jaar lang gas geleverd aan Nederland. De productie is al in 2016 stilgelegd.

Meer dan 3.400 ton staal, ongeveer de helft van het gewicht van de Eiffeltoren, is verwijderd van de zeebodem en in een serie hijswerkzaamheden op een schip geplaatst. De platforms waren aan het einde van hun economische levensduur. Ze produceerden de jaren zeventig en begin jaren tachtig gas voor Nederland.

De drie platforms (L10-C, L10-D en L10-G) zijn met het transport en installatieschip Bokalift 1 van Boskalis verwijderd. Het schip heeft een kraan van drieduizend ton en 6300 vierkante meter dekruimte.

Het L10-gebied blijft werken met gas dat wordt geproduceerd op platformen rond L10-A platform van Neptune Energy.

Engie neemt twee units van haar Eemscentrale komende augustus en november weer in gebruik. De twee STEG-units met ieder een capaciteit van 350 megawatt zijn in 2017 stilgelegd. De laatste jaren trekt de markt voor stroom uit aardgas weer aan.

Om de gasturbines weer in goede conditie te krijgen, is een investering van enkele tientallen miljoenen euro’s nodig. ‘Om het additionele werk gedaan te krijgen, krijgen we dit jaar nu dagelijks hulp van honderd tot tweehonderd technici, waarvan er veel worden ingehuurd. Daarnaast hebben we afgelopen jaar al een twintigtal nieuwe collega’s aangetrokken’, stelt plantmanager Harry Talen.

Mottenballen

In een interview dat deze week verschijnt in Petrochem, vertelt Talen hoe de gascentrales in Nederland de afgelopen jaren van overleving naar nieuw elan gingen. Stroom uit aardgas werd goedkoper en kolenstroom juist duurder. Met name daarom halen verschillende producenten  gasgestookte centrales uit de mottenballen.

CO2 besparen

Dat hoeft geen extra uitstoot van CO2 op te leveren. Talen: ‘Dat de turbines weer beschikbaar zijn, betekent niet dat we vanaf dat moment meer CO2 gaan uitstoten. Afhankelijk van de markt, kunnen bijvoorbeeld kolencentrales in Nederland of Duitsland minder draaien, waardoor we zelfs CO2 gaan besparen.’

 

Vanaf zomer 2022 is er in een gemiddeld jaar geen gaswinning meer nodig uit het Groningenveld. Dit heeft het kabinet al eerder besloten om de oorzaak van de aardbevingen aan te pakken. Nu blijkt dat er dit jaar een verdere verlaging van de winning mogelijk is: van de verwachte 11,8 miljard kubieke meter dit jaar naar 10 miljard kubieke meter per jaar.

Deze vermindering komt doordat een nog hogere stikstofinzet wordt gehaald. Daarnaast kon de gasopslag Norg verder worden verruimd. Ook de zachte winter speelt een rol. De jaarlijkse raming van de netbeheerder over de nog benodigde gaswinning uit het Groningenveld heeft minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat aan de Tweede Kamer gezonden.

Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) adviseert een winning onder de 12 miljard kubieke meter in een gemiddeld jaar. Het kabinet blijft zoeken naar verdere mogelijkheden om de gaswinning te verlagen. Dit jaar kan de winning in het huidige gasjaar inderdaad nog verder beperkt worden. Dit kan bijvoorbeeld door hogere inzet van stikstof. Het bijmengen van stikstof maakt van hoogcalorisch gas het voor consumenten en industrie geschikte laagcalorische gas.

Verlaging gaswinning tot 3 miljard Nm3

Uitgaande van een gemiddeld temperatuurverloop is de benodigde gaswinning in het komend gasjaar 2020/2021 9,3 miljard Nm3. In het gasjaar 2021/2022 daalt de winning vervolgens tot circa 3 miljard Nm3. De winning kan vanaf het voorjaar 2022 naar nul. Het veld blijft daarna alleen nog enkele jaren nodig als reservemiddel om leveringszekerheid te borgen voor extreem koude situaties.

Gasunie Transport Services (GTS) geeft aan dat als de afbouw van de vraag volgens planning verloopt het veld in 2025/2026 definitief kan worden gesloten. Vanaf halverwege 2022 blijft er een aantal productielocaties standby. Alleen in een koud jaar is volgens GTS nog een klein restant, maximaal 0,5 miljard kubieke meter, nodig uit het veld. De sluiting en ontmanteling van productielocaties is al ingezet (zoals in Ten Post). Dit wordt de komende jaren voortgezet. Samen met de regio, TNO, toezichthouder SodM en de Mijnraad wordt uitgewerkt hoe op een verantwoorde wijze de overige clusters kunnen worden gesloten.

Dit alles laat zien dat het kabinet samen met alle partners alles op alles blijft zetten om de gaswinning zo snel mogelijk naar nul te krijgen.

 

 

Nederlandse Gasunie en Accenture hebben een nieuw gastransportmanagementsysteem ontwikkeld om het Nederlandse gasnet beter te besturen. Het systeem voorziet de centrale commandopost en het onderhoudspersoneel van nauwkeurige, realtime informatie.

Het nieuwe gastransportmanagementsysteem (GTMS) voorziet Gasunie van realtime inzichten in het hogedruk-gasleidingnetwerk, maakt voorspellingen van de gasvraag tot en met 48 uur in de toekomst en biedt simulaties van gasstromen en -samenstelling. Op die manier is Gasunie in staat haar activiteiten te verbeteren en onderhoud efficiënter uit te voeren.

Digital twin

Met Supervisory Control and Data Acquisition-functies (SCADA) en Gas Management System-functies (GMS) wordt alle communicatie op afstand met Gasunie-stations gefaciliteerd. De opgehaalde data voorziet operators van de benodigde informatie voor het efficiënt beheren van het gasnet vanuit de centrale commandopost in Groningen. Dit draagt bij aan een zo veilig mogelijk transport van (aard)gas in Nederland.
GTMS is geïntegreerd met Gasunie’s geografische-informatiesysteem dat gebruikmaakt van één bron voor assetdata (inclusief gasleidingen, compressors en kleppen) om zo een netwerkmodel van het systeem te creëren, dat fungeert als digitale kopie (digital twin) van het fysieke netwerk. Het nieuwe systeem is eenvoudiger te onderhouden en de flexibiliteit ervan maakt het voor Gasunie makkelijker om in te spelen op toekomstige veranderingen.

Hernieuwbare gassen

Gasunie beheert onder andere meer dan 15.000 kilometer aan gasleiding in Nederland en Noord-Duitsland. Het bedrijf heeft als doel de transitie naar een CO2-neutrale energievoorziening te helpen versnellen en gelooft dat gasgerelateerde innovaties, bijvoorbeeld in de vorm van hernieuwbare gassen zoals waterstof en biogas, een belangrijke bijdrage kunnen leveren. Zowel bestaande als nieuwe gasinfrastructuren spelen hierin een sleutelrol.

De komende decennia zullen veel offshore-platforms in de Noordzee uitgeproduceerd raken. Dat begint nu al. Installatie supervisor Cees Visser deed op  22 december 2017 – haast letterlijk – het licht uit bij gasplatform L7 van Total. Het is nu verlaten, maar nog niet afgebroken. 

Afbreken kost veel geld. En dat hoeft niet als er een nieuwe functie wordt gevonden. Daarom lijkt het Total verstandig om eerst naar een mogelijke tweede leven te kijken voor het gasplatform. Verschillende opties worden overwogen. Cees Visser: ‘L7 kan bijvoorbeeld een functie krijgen bij CCS, in dit geval de onderzeese opslag van CO2. Ook is het niet ondenkbaar dat het een rol gaat spelen bij de opkomst van windparken op zee. Je kunt denken aan die grote transformatoren die nodig gaan zijn.’

Aan land

Een andere mogelijkheid is dat er een chemische fabriek op het platform komt om duurzaam opgewekte stroom om te zetten in bijvoorbeeld waterstof, door elektrolyse van water. Een optie waar de laatste tijd door verschillende partijen veel onderzoek naar wordt gedaan. Met name ook interessant omdat in de Noordzee al een uitgebreid gastransportnet ligt. De aanleg van dure elektriciteitskabels over lange afstanden, om groene stroom aan land te krijgen, wordt dan minder nodig.

Eemsdelta

De energie kan dan in de vorm van bijvoorbeeld waterstofgas worden getransporteerd. Visser: ‘Een belangrijke gasverbinding van L7 naar L10 hebben we volledig geconserveerd. Mocht het nodig zijn, dan kunnen we die per direct weer in gebruik nemen. Als je de gasinfrastructuur volgt, dan zie je dat L10 verbonden met Uithuizen, Noord-Oost-Groningen.’ Juist de industrie in de Eemsdelta en de Noordelijke provincies hebben grootse plannen met groen waterstof.

Meer over hoe L7 is verlaten, kunt u binnenkort lezen in een interview met Cees Visser in het maart-nummer van Petrochem.

 

 

 

Grote bedrijven in Nederland zijn per brief geïnformeerd dat ze op korte termijn zullen moeten stoppen met het gebruik van gas uit Groningen. In de brief wordt het jaartal 2022 genoemd, het jaar waarin de grote bedrijven uiterlijk van het Groningse gas af moeten zijn. De brief is in handen van de NOS.

De brief komt van de minister van Economische Zaken en Klimaat, Eric Wiebes. “Voor mij is hierbij het uitgangspunt dat deze uitfasering onontkoombaar is”, schrijft Wiebes, “maar dat de wijze waarop dit het beste vormgegeven kan worden per bedrijf kan verschillen.”

Lees verder op NOS.