De industrie moet wat CDA-politicus Henri Bontenbal betreft weer op het politieke netvlies komen. En dan het liefst via een groene industrieagenda. Maar dat betekent ook dat er complexe knopen moeten worden doorgehakt. ‘De discussie gaat nog teveel over wat men allemaal niet wil’, zegt Bontenbal. ‘Terwijl de politieke discussies vooral moeten gaan over de energiemix waar we wél mee kunnen leven.’

De Tweede Kamer is niet heel dik bezaaid met bèta’s en dat kan de discussie rondom de energie- en grondstoffentransitie best nog wel eens in de weg zitten. Gelukkig zijn er ook uitzonderingen. Henri Bontenbal zit weliswaar tijdelijk in de Kamer als vervanger van Harry van der Molen, maar vormt al langer het energie- en klimaatgeweten van het CDA. De natuurkundige is al snel geneigd even een spreadsheet er bij te pakken wanneer de discussie over energie gaat. ‘Veel van de energiedebatten gaan eerder over beeldvorming dan over de daadwerkelijke beleidskeuzes’, zegtpol Bontenbal. ‘Men heeft het al snel over groene waterstof als oplossing voor alles of men serveert CO2-opslag, biomassa en kernenergie af als opties, terwijl we weten dat we eigenlijk alle opties nodig hebben. Als je de getallen erbij pakt, zie je dat groene waterstof voorlopig schaars is en duur, en dat we dus ook andere opties zoals blauwe waterstof en CO2-opslag nodig hebben. Maar ook de discussies rondom bijvoorbeeld biomassa gaan vaak meer over emoties dan over de harde cijfers. Om de achterban tevreden te houden, praat men al snel de kritische burger naar de mond zonder het eerlijke verhaal te vertellen. En dat is dat er geen free lunch is. Op de postzegel die Nederland is, heeft iedere keuze zijn keerzijde: windturbines nemen nu eenmaal schaarse ruimte in, net als zonneparken en biomassa. Bovendien zijn de duurzame energiebronnen vaak nog duurder dan de fossiele brandstoffen. Houden we het echter bij aardgas, dan worden we steeds afhankelijker van import uit landen die soms politiek gevoelig liggen. Geopolitiek lijkt niet echt een overweging te zijn in het energiebeleid en we vertrouwen nu wel erg op de energiemarkten.’

Keuzes

Bontenbal wil dan ook wat meer sturing vanuit Den Haag. ‘Het is de taak van de Kamer de pro’s en contra’s tegen elkaar af te wegen en knopen door te hakken. Nu lijkt het er op dat Kamerleden, maar ook NGO’s, vooral weten waar ze allemaal tegen zijn. Terwijl de discussie zou moeten gaan over de energiemix waar we wél mee kunnen leven.’

bontenbal

‘Om de achterban tevreden te houden, praat men al snel de kritische burger naar de mond zonder het eerlijke verhaal te vertellen.’

Henri Bontenbal – vervangend Tweede Kamerlid CDA

De actuele energiecrisis maakt weer pijnlijk duidelijk hoe ingrijpend energietekorten kunnen zijn voor de maatschappij. Bontenbal: ‘We kunnen het ons niet veroorloven om alles maar aan de markt over te laten en hebben wel enige vorm van regie nodig. De TTF gasfutures stonden een jaar geleden nog op vijf euro per megawattuur, nu zo’n 88 euro. Dat is echt absurd hoog. Je moet burgers beschermen tegen de gevolgen van dergelijk hoge prijzen, maar ook een beetje gasverbruikend MKB-bedrijf houdt het op deze manier niet lang vol. Als je iets positiefs uit deze energiecrisis wil halen, dan is dat het feit dat energie en leveringszekerheid weer bovenaan de politieke agenda staan. Maar het geeft ook aan hoe wankel het evenwicht is tussen leveringszekerheid, betaalbaarheid en duurzaamheid. Ik zou daarom ook zeker kernenergie meenemen in de afwegingen. Het energiesysteem dreigt spaak te lopen als er te veel volatiel vermogen op het net komt. Kernenergie kan net dat beetje basislast leveren dat nodig is om de balans in evenwicht te houden. Natuurlijk moet je daarbij wel de maatschappelijke baten en lasten doorrekenen, maar op voorhand uitsluiten is een luxe die we ons niet kunnen veroorloven.’

Industrieagenda

Bontenbal bespeurt daarbij met name bij de linkse partijen een cynische houding richting industrie. ‘Als de industrie al in de debatten wordt genoemd, is het vooral vanwege de dingen die de industrie niet goed doet. Dat zie je bijvoorbeeld bij de discussie rondom Tata Steel. Een aantal partijen zien het bedrijf dan ook liever gaan dan blijven. Maar ze vergeten vaak voor het gemak even dat je daarmee ook een hele keten vernietigt van toeleverende bedrijven en kennisnetwerken rondom de staalreus. De door de publieke opinie afgedwongen koerswijziging van het bedrijf naar groene staalproductie is wat mij betreft dan ook de lakmoesproef voor de groene industriepolitiek die het kabinet wil voeren. Want zonder politieke steun heeft zo’n forse ingreep geen kans.’

De rechtszaak tegen Shell is volgens Bontenbal een ander typerend voorbeeld van hoe de industrie in een negatief daglicht staat. ‘Maar het is vooral de taak van de overheid om grenzen te stellen aan de impact die bedrijven hebben op de directe leefomgeving of het klimaat in het algemeen. Je kunt daar bedrijven individueel niet alleen op aanspreken. Je kunt een klimaatdoel van een land of werelddeel niet zo maar één op één vertalen naar een bedrijfsdoel. Het gelijk dat de aanklager kreeg van de rechter is in mijn ogen dan ook een pyrrusoverwinning. De perverse effecten van zo’n rechterlijke ingreep is dat bedrijven hun activiteiten verplaatsen naar landen met minder stringente regelgeving. Of bedrijfsonderdelen verkopen aan partijen die het minder nauw nemen met het milieu, waardoor de werkelijke uitstoot alleen maar toeneemt.’

bontenbalLeiden

Bontenbal gaf zelf al een voorzetje door een groene politieke industrieagenda te schrijven. ‘Het Klimaatakkoord is een goede aanzet geweest om de industrie te betrekken bij de klimaatambities van het kabinet. Toch blijft het publiek in het algemeen wantrouwig kijken naar de industrie. Ook in de discussies rondom de energietransitie wordt de industrie vooral als probleem gezien. Terwijl een groot deel van het verdienvermogen bij diezelfde energie-intensieve industrie ligt. We hebben nu eenmaal een geografisch gunstige ligging aan de Noordzee waar de oude economie van profiteerde, maar die ook ideaal is voor duurzame innovatie. We kunnen offshore windparken aanleggen, duurzame brand- en grondstoffen importeren. Maar ook CO2 afvangen en opslaan omdat we uitgeproduceerde velden hebben die relatief eenvoudig te bereiken zijn. Als de circulaire economie ergens kan slagen, dan is het hier. Bovendien zijn de Nederlandse universiteiten en hogescholen van wereldklasse, waardoor we ook de kennis in huis hebben om vooruit te lopen in de energietransitie.’

Bontenbal is van mening dat als we als maatschappij kiezen voor een duurzame koers voor onze industrie, we een kraamkamer scheppen voor innovatieve technologie. ‘Als we duurzame alternatieven vinden voor kunstmest en chemische producten, profiteert niet alleen Nederland daarvan, maar leiden we de rest van de wereld naar een schonere toekomst.’

Blauwe boorden

Op het moment van schrijven is de kabinetsformatie nog in volle gang, maar de speerpunten voor de komende vier jaar zijn inmiddels wel duidelijk. ‘De klimaatcrisis, stikstofcrisis, veiligheid en woningen vragen de komende jaren veel aandacht’, zegt Bontenbal. ‘De industrie heeft zeker een aandeel aan de klimaatverandering, maar ook het vermogen om deze op te lossen. Het heeft geen zin om schuldigen aan te wijzen. Kijk vooral naar welk aandeel de partijen kunnen leveren in de transitie.’

‘De industrie heeft zeker een aandeel aan de klimaatverandering, maar ook het vermogen om deze op te lossen.’

Henri Bontenbal – vervangend Tweede Kamerlid CDA

De industrie is ook een grote werkgever en voor de energie en grondstoffen­transitie is nog veel meer bèta-kennis en -kunde nodig. ‘Dan helpt het imago dat de industrie krijgt opgelegd niet mee om leerlingen te motiveren te kiezen voor een bètacarrière. Nu kun je niet alles sturen, maar het is wel de vraag hoeveel jongeren we moeten opleiden voor bijvoorbeeld recreatiewetenschap, terwijl elders grote tekorten ontstaan voor technische beroepen. We hebben als maatschappij en bedrijfsleven de bijna onmogelijke opdracht om grootschalig woningen te renoveren en verduurzamen, netten aan te passen aan elektrificatie en waterstof en nieuwe energiebronnen aan elkaar te knopen. Managers en consultants zijn er genoeg, waar we echt behoefte aan hebben zijn de blauwe boorden. Straal dan ook uit dat we ze belangrijk vinden, anders wordt het nog een lastige transitie.’

Al die partijen die de industrie aanwijzen als grote vervuiler die maar beter uit Nederland kan verdwijnen, krijgen een lange neus van de klimaat- en energieverkenning 2021. Want wie denk je dat van de grote CO2-uitstoters de grootste sprongen maakte het afgelopen jaar? Juist, trek de champagne maar open, liefst eentje met veel koolzuur. Natuurlijk worden de energiegrootverbruikers daarbij wel geholpen door de stok die CO2-heffing heet en de SDE++ wortel, maar dat is eigenlijk alleen maar een bewijs dat overheidssturing wel degelijk effect heeft.

De Klimaatwet schrijft voor dat onderzoekers van onder andere CBS, PBL en TNO jaarlijks de tussenstand opmaken van het klimaat- en energiebeleid. Zoals het er nu naar uitziet, is het kabinetsdoel om in 2030 49 procent minder uit te stoten dan in 1990 nog niet in zicht. Als het tegenzit komt men maar tot 38 procent en met alle wind in de rug zou 48 procent nog haalbaar zijn. Dat is niet erg hoopgevend, nu de Europese Unie zint op hogere besparingsdoelen met het ‘Fit for 55’-programma. Nederland mag zich dan zeker ook nog niet op de borst kloppen. Andere landen doen het echt beter.

Ook opvallend: het grootste deel van de industriële CO2-besparing komt op het conto van de afvang en opslag van CO2. Een optie die het Planbureau voor de Leefomgeving in alle publicaties als snelste en goedkoopste oplossing presenteert, maar die politiek nog niet veel bijval krijgt. Volgens de opstellers van het rapport is de reductiepotentie het grootst bij bedrijven die investeren in CCS, gevolgd door elektrificatie, energiebesparing en de reductie van de uitstoot van lachgas. Maar nu komt het addertje: het slagen van die ingrepen gaat gepaard met grote onzekerheden. Voor zowel CCS en elektrificatie zijn forse investeringen nodig in complexe infrastructuur met lange vergunningstrajecten. Daar zal de politiek bij moeten springen. U ziet de patstelling al opdoemen. En dan is het ook nog de vraag wie de CO2-rechten krijgt toebedeeld als CO2 wordt opgeslagen of als bijvoorbeeld warmte wordt uitgewisseld.

Dinsdag 7 en woensdag 8 december brengen we de industrie, energiesector, politiek en wetenschap samen voor de European Industry & Energy Summit. De industrie en energiesector heeft twee dagen lang de tijd om te laten zien hoe ze nog grotere sprongen kan maken. Misschien wel net zo belangrijk is om in de discussies tijdens de summit of in de pauzes de patstellingen om te zetten in een remise. Aan alle oplossingen kleven bezwaren, maar laten we samen kiezen waar we wél mee kunnen leven.

Nobian gaat verder als een onafhankelijk bedrijf. De aankondiging volgt op het eerder aangekondigde voornemen om af te splitsen van Nouryon. 

‘Nobian blinkt uit in de veilige en betrouwbare levering van hoogzuiver zout, chloor-alkali en chloormethaan. Onze producten zijn essentiële chemicaliën die de basis vormen van duizenden producten die we elke dag gebruiken,’ stelt Knut Schwalenberg, president van Nobian, in een persbericht.

100 jaar

Nobian is gespecialiseerd in de productie van chemische bouwstenen voor de productie van bijvoorbeeld ontsmettingsmiddelen, lichtgewicht duurzame kunststoffen, aluminium, isolatiematerialen, elektrische auto’s en farmaceutica. Nobian heeft zo’n 1.600 medewerkers, in 2020 was de omzet zo’n EUR 1 miljard. Het bedrijf exploiteert zeven chemische en zout fabrieken in Nederland (Rotterdam en Delzijl), Duitsland en Denemarken. De geschiedenis van Nobian in Nederland gaat meer dan 100 jaar terug.

 

De coronacrisis vraagt om nieuwe stappen, ook voor ons als uitgeverij. Zo organiseerden we in het voorjaar zeven online talkshows (Industrielinqs LIVE) en was ons eerste 1,5m-congres Deltavisie – met livestream – een groot succes. We blijven geloven in papier, maar gaan er wel effectiever mee om. Met deze eerste papieren uitgave van Industrielinqs bijvoorbeeld. De magazines Utilities en iMaintain gaan er in op. Naast onderwerpen als energietransitie en onderhoud, pakken we in dit blad ook andere brede industriële uitdagingen bij de hoorns. Denk aan veiligheid, innovatie en digitalisering. Onderwerpen die veel aandacht en ook de nodige soepelheid van ons vragen. Vooral om ons te blijven verbeteren.

In dit nummer:

Met een jaarlijks energieverbruik van 1,7 terawattuur is aluminiumproducent Aldel een van de grootste elektriciteitsconsumenten van Nederland. Die hoge positie heeft een voordeel: door processen te flexibiliseren, kan de smelterij als virtuele batterij fungeren. We spraken CFO Eric Wildschut en COO David Eisma.

Het is niet de eerste keer dat de huidige manier van shutdownmanagement op bezwaren stuit. Het is namelijk steeds lastiger voldoende technisch personeel te vinden. De Covid-19 crisis zette de discussie extra op scherp omdat het een paradox schiep tussen de persoonlijke veiligheid en gezondheid van werknemers en de veiligheid van installaties.

Een pilot met watersysteemalgoritme AquaVest laat zien dat samenwerking tussen de stakeholders niet alleen de waterstress verlicht, maar ook de systeemkosten beperkt.

Biotechnologie heeft veel te bieden en daarom investeren steeds meer chemiebedrijven in biotechnologische toepassingen. Maar zijn micro-organismen echt de fabrieken van de toekomst?

Dit en veel meer leest u in het allereerste Industrielinqs magazine!

Industrielinqs nu 3 maanden gratis ontvangen?

Gebruik kortingscode ILQS20GRATIS voor een gratis proefabonnement!

In het tweede kwartaal van 2020 lag de omzet van de industrie, mede door de effecten van de coronacrisis, 16,6 procent lager dan een jaar eerder. De negatieve omzetontwikkeling was het grootst voor aardolieproducenten. Zij boekten dertig procent minder omzet vergeleken met het eerste kwartaal van 2019. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers over de industrie.

De omzet nam in het tweede kwartaal zowel in het binnenland als in het buitenland af met 16,6 procent. Halverwege maart zijn door de Nederlandse overheid maatregelen getroffen om het coronavirus te bestrijden. Vooral in de maanden april en mei van het tweede kwartaal hebben industriële producenten minder omzet gegenereerd dan een jaar eerder. De afzetprijzen lagen in het tweede kwartaal 7,1 procent lager dan een jaar eerder.

Klappen raffinage en chemie

De voornaamste negatieve omzetontwikkelingen in het tweede kwartaal van 2020 zijn te zien in de transportmiddelenindustrie (-38,6 procent vergeleken met een jaar eerder), de raffinaderijen en chemie (-30,1 procent) en de textiel-, kleding- en lederindustrie (-27,4 procent).

In de raffinaderijen en chemie hebben de producenten van aardolie, van chemische producten en van rubber- en kunststofproducten minder omzet geboekt dan een jaar eerder. De grootste min was te zien bij de producenten van aardolie die 53,6 procent minder omzet genereerden dan een jaar eerder. De prijzen van aardolieproducten zijn in het tweede kwartaal gedaald met 46,4 procent.

Transport

In de transportmiddelenindustrie heeft een aantal bedrijven hun fabrieken op 19 maart volledig gesloten. De omzet lag ten opzichte van een jaar eerder voornamelijk lager in april en mei, toen de omzet respectievelijk 50,7 en 49,5 procent lager was. Producenten van auto’s en aanhangwagens zetten 51,0 procent minder om in het tweede kwartaal van 2020. Van alle producenten in de maakindustrie lieten deze producenten de grootste omzetafnames zien in april en mei. In deze twee maanden lag de omzet respectievelijk 72,4 procent en 61,6 procent lager dan in dezelfde periode een jaar eerder.

Farma stijgt

Er waren industriële branches die meer omzet genereerden dan een jaar eerder. Binnen de voedings- en genotsmiddelenindustrie sprongen de tabaksproducenten eruit met een positieve omzetontwikkeling van 10,7 procent. Ook de producenten van farmaceutische producten en de producenten van machines noteerden een hogere omzet dan een jaar eerder.

 

Het Adviescollege Stikstofproblematiek heeft maandagmiddag haar advies gegeven voor oplossingen voor de lange termijn. Er moet tegelijkertijd worden gewerkt aan natuurherstel en de reductie van de stikstofuitstoot, waarbij de vrijblijvendheid er vanaf moet.

Het Adviescollege heeft in haar rapport een aantal doelen geformuleerd. Zo moet in 2030 de uitstoot van stikstof zijn gehalveerd ten opzichte van 2019. Daarnaast moet de uitstoot in 2040 zodanig zijn teruggebracht dat de Natura-2000 gebieden onder de kritische depositiewaarde zijn gebracht. Dit is de grens waarboven de natuur serieuze schade ondervindt van de stikstofuitstoot. Als dat allemaal lukt, kan de natuur zich in 2050 hebben hersteld.

De doelen moeten worden vastgelegd in wet- en regelgeving. ‘Alleen met voldoende juridische borging kan geloofwaardig uitvoering worden gegeven aan de PAS-uitspraak van de Raad van State’, stelt het Adviescollege.

Verschil aanpak stikstofoxide en ammoniak

Het Adviescollege maakt in haar rapport nadrukkelijk onderscheid tussen de aanpak van de twee soorten stikstof: stikstofoxide (NOx) en ammoniak (NH3). NOx wordt vooral veroorzaakt door verbranding van fossiele brandstoffen en slaat meestal over een grote afstand neer. NH3 wordt veroorzaakt door biologische processen, met name in de landbouw. NH3 verspreidt zich in de lagere luchtlagen en slaat daardoor dichter bij de bron neer. Het Adviescollege stelt daarom een generieke aanpak voor voor NOx en een gebiedspecifieke voor NH3.

Maar ook piekbelasters, zoals industriële bedrijven, zee- en luchthavens, die stikstofoxide uitstoten en een groot effect hebben op natuurgebieden moeten onderdeel uitmaken van de gebiedspecifieke aanpak.

Aanpak industrie

Voor de industrie beveelt het Adviescollege aan om de reductie van NOx te integreren in de afspraken in het klimaatakkoord en de vorderingen goed te monitoren. Dat geldt ook voor afspraken die in het kader van het Schone Lucht Akkoord zijn gemaakt. Daarnaast moet de industrie versnellen in de transitie naar duurzame energie. Leidt dit niet tot een reductie van vijftig procent in 2030 dan moeten de eisen omhoog. Ook wil het college dat piekbelasters en verouderde installaties worden gehandhaafd op best beschikbare techniek.

Energiebedrijven

Voor energiebedrijven geldt dat door de overgang naar zonne- en windenergie emissies rap zullen afnemen. ‘We adviseren de eisen die gelden voor grote stookinstallaties ook toe te passen op kleinere biomassa-installaties’, zei voorzitter van het Adviescollege Johan Remkes tijdens een persbijeenkomst.

Daarnaast is het advies om SDE+-subsidies voor de kleine biomassa-installaties te beëindigen. Het moet minder interessant worden om een installatie onder 50 megawatt te bouwen. De nieuwe biomassa-installaties, die een SDE+ subsidie aanvragen, zijn vooral kleinere installaties. Deze installaties hoeven aan minder strenge emissie-eisen te voldoen en ook is het voor biomassa-installaties met een vermogen onder 15 megawatt niet nodig om een omgevingsvergunning aan te vragen. Daarom wordt er nu vaak voor gekozen om meerdere kleinere biomassa-installaties te bouwen in plaats van één grote. De kleinere biomassa-installaties emitteren op een lagere hoogte, wat resulteert in een relatief hogere depositie op het Nederlands grondgebied in vergelijking met grote biomassa-installaties.

De coronacrisis zet alles op zijn kop. Zekerheden vallen weg, ook voor industriële bedrijven. Om het hoofd boven water te houden is veel flexibiliteit en creativiteit vereist. En ook daadkracht. In de online talkshow Industrielinqs BREAK OUTS gaan we op 9 juni met tafelgasten in gesprek over overlevingsstrategieën, en met name over mothballing. Er komt nogal wat bij kijken als je een fabriek voor een tijdje stillegt. De talkshow vindt plaats van 09.00-10.30u.
De eerste tafelgasten zijn inmiddels bekend:
  • Harry Talen, plantmanager Engie
  • Paddy Reijnders, senior consultant PDM
  • Kristian Fasel, sales manager Presserv

Door de toenemende druk op de natuurlijke hulpbronnen van de aarde, is de wereld op zoek naar manieren om een meer duurzame voedselvoorziening voor de groeiende bevolking te garanderen. Machinebouwer Hosokawa Micron ziet daarom een toenemende vraag naar apparatuur voor insectenverwerking.

Bij de Wageningen Universiteit zijn verschillende projecten die de mogelijkheden van insecten in de voedingsketen onderzoeken. Ashwin Jagmohan, Application Engineer Food bij Hosokawa Micron, heeft gemerkt dat er een groeiende interesse is voor de meng- en droogapparatuur van het bedrijf voor toepassingen op basis van insecten. ‘Een groeiend deel van de voedsel- en veevoeder gerelateerde vragen die we ontvangen zijn voor de verwerking van insecten zoals meelwormen, krekels en de larven van de zwarte soldaatvlieg’, zegt hij. Een andere interessante ontwikkeling is het drogen en malen van afvalstromen zoals vissenkoppen als gevolg van een toenemende ‘cradle-to-cradle-mentaliteit’.

Vooruitzichten

‘We hebben dit jaar een sterke toename van het aantal aanvragen voor insectentoepassingen gezien’, vervolgt hij. ‘Er zijn verschillende succesvolle tests uitgevoerd en er zijn sterke aanwijzingen dat veel machines binnenkort in echte productieomgevingen draaien. Insecten worden al generaties lang in andere culturen gegeten, en insecten als onderdeel van het westerse dieet als duurzame eiwitbron – of ze nu in hun geheel of in bewerkte vorm worden gegeten – kunnen een stap in de goede richting zijn. Het is geweldig om tekenen te zien dat deze trend eindelijk op gang komt’, concludeert hij.

Mengen

Insectentelers moeten met hun producten aan bepaalde kwaliteitscriteria voldoen. Maar de kwaliteit van insectenoogsten kan fluctueren door bijvoorbeeld seizoensinvloeden, wat betekent dat elke oogst een andere grootte, voedingskwaliteit, enzovoort kan hebben. ‘Daarom kunnen insectenkwekers batch-mengtechnologie gebruiken om verschillende batches insecten te mengen om een consistent algemeen kwaliteitsniveau te bereiken’, besluit Ashwin.

 

Het economisch bureau van ABN-Amro voorspelt een krimpende industriële productie in 2020. In 2019 was de industrie al met één procent gekrompen. In 2020 voeren handelsspanningen, maar ook de stikstof- en PFAS-crisis de druk op. De economen van ABN-Amro verwachten dat de industrie 1,5 procent zal krimpen.

Wereldwijde handelsspanningen en een kwakkelende Duitse auto-industrie zorgde voor een  enigszins teleurstellend 2019 voor de Nederlandse industrie. Het gevolg was een krimp van de industriële productie met één procent. De wereldwijde productiedaling eist nog steeds zijn tol. Ook het negatieve sentiment onder ondernemers zal volgens ABN AMRO in 2020 effect blijven hebben op de Nederlandse industrie.

Industriële productie

ABN-Amro verwacht dat de industrie ook in het komende jaar met 1,5 procent zal krimpen. Zo is duidelijk sprake van minder bedrijvigheid en neemt het aantal exportorders af. In 2020 zal vooral de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China doorslaggevend zijn voor een mogelijk herstel van de productie. ABN AMRO verwacht dat de handelsspanningen dit jaar afnemen, waarna de Nederlandse industriële productie licht kan aantrekken.

Stikstof en PFAS

Ook de stikstof- en PFAS-problematiek drukt op de industriële sector. Zo staat de metaalbewerking volgens ABN AMRO een moeilijk jaar te wachten. De stikstof- en PFAS-problematiek is nadelig voor bouwprojecten, wat resulteert in een daling van de vraag naar metaalproducten.

De stikstof- en PFAS-problematiek zorgt ook voor een dalende vraag naar bouwmachines en bouwmaterieel, zoals hijs- en hefwerktuigen. Deze daalt in het komende jaar ook met twee procent. De elektrotechniek, waarvan de bouw een belangrijke eindmarkt is, wordt ook getroffen door de ontwikkelingen. In 2020 bevindt dit segment zich nog steeds in moeilijk vaarwater en krimpt naar verwachting ook met twee procent.