Iedere keer als er weer een klimaattop is, lijkt het erop dat het internationale overleg alleen maar tot teleurstellingen leidt. Natuurlijk, er zijn zeker pluspunten te noemen. Zo zijn bijna alle landen overeengekomen steenkool uit te faseren. Helaas spreekt China liever over afschalen. Ook wat betreft de uitstoot van methaan, verantwoordelijk voor een derde van de opwarming, beloofden de grootste vervuilers zoals China, India en Rusland maatregelen te nemen. En, misschien wel de belangrijkste afspraak, verschillende landen zijn overeengekomen te stoppen met subsidies voor fossiele brandstoffen.

Toch zijn de beloften en afspraken in veel gevallen niet veel meer dan dat. Want steeds weer zien we berekeningen terugkomen over de geschatte effecten van de afspraken. En dan blijkt dat de verwachte temperatuurstijging in 2100 momenteel op 2,4 graden Celsius staat.

Nu is het misschien te eenvoudig om alleen naar de politieke leiders te kijken. Uiteindelijk zijn die in veel gevallen democratisch gekozen en vertegenwoordigen ze de wil van het volk. En die vindt het in het algemeen maar wat gemakkelijk om met het vingertje te wijzen naar de vervuilende industrie. Terwijl ze wel de producten van diezelfde industrie afnemen, met het vliegtuig op vakantie gaan en het liefste een stukje vlees eten.

Onlangs hoorde ik nog een interview met hoogleraar Bert Weckhuysen, die ook op de European Industry & Energy Summit begin december spreekt, over de belofte van een groene chemie. Goed om te horen dat de onderzoeksgroep van Weckhuysen onderzoekt hoe diezelfde producten waar we als samenleving van profiteren op duurzame wijze kunnen worden geproduceerd. Maar ook confronterend om te horen dat de gemiddelde westerse mens jaarlijks elf ton CO2 uitstoot. Een groot deel van die uitstoot gaat overigens naar de heilige koe: de auto. Natuurlijk hakt een vliegreis er ook goed in. Gedragsverandering heeft dus wel degelijk impact.

Weckhuysen weigerde ook om mee te gaan met de politici die beweerden dat de technologie om de klimaatcrisis af te wenden al klaar ligt. Er zijn natuurlijk al alternatieven voor fossiele brand- en grondstoffen. Maar er is nog heel veel geld en onderzoek nodig om die technologie tot wasdom te laten komen. Het is dan ook te simpel om te denken dat politici, wetenschappers of zelfs de industrie het klimaatprobleem gaan oplossen. Uiteindelijk moet iedereen zijn steentje bijdragen en zijn CO2-uitstoot terugdringen. Je adem inhouden schijnt ook te helpen, maar de trein nemen lijkt me een stuk eenvoudiger.

David van Baarle, hoofdredacteur

De industrie moet wat CDA-politicus Henri Bontenbal betreft weer op het politieke netvlies komen. En dan het liefst via een groene industrieagenda. Maar dat betekent ook dat er complexe knopen moeten worden doorgehakt. ‘De discussie gaat nog teveel over wat men allemaal niet wil’, zegt Bontenbal. ‘Terwijl de politieke discussies vooral moeten gaan over de energiemix waar we wél mee kunnen leven.’

De Tweede Kamer is niet heel dik bezaaid met bèta’s en dat kan de discussie rondom de energie- en grondstoffentransitie best nog wel eens in de weg zitten. Gelukkig zijn er ook uitzonderingen. Henri Bontenbal zit weliswaar tijdelijk in de Kamer als vervanger van Harry van der Molen, maar vormt al langer het energie- en klimaatgeweten van het CDA. De natuurkundige is al snel geneigd even een spreadsheet er bij te pakken wanneer de discussie over energie gaat. ‘Veel van de energiedebatten gaan eerder over beeldvorming dan over de daadwerkelijke beleidskeuzes’, zegtpol Bontenbal. ‘Men heeft het al snel over groene waterstof als oplossing voor alles of men serveert CO2-opslag, biomassa en kernenergie af als opties, terwijl we weten dat we eigenlijk alle opties nodig hebben. Als je de getallen erbij pakt, zie je dat groene waterstof voorlopig schaars is en duur, en dat we dus ook andere opties zoals blauwe waterstof en CO2-opslag nodig hebben. Maar ook de discussies rondom bijvoorbeeld biomassa gaan vaak meer over emoties dan over de harde cijfers. Om de achterban tevreden te houden, praat men al snel de kritische burger naar de mond zonder het eerlijke verhaal te vertellen. En dat is dat er geen free lunch is. Op de postzegel die Nederland is, heeft iedere keuze zijn keerzijde: windturbines nemen nu eenmaal schaarse ruimte in, net als zonneparken en biomassa. Bovendien zijn de duurzame energiebronnen vaak nog duurder dan de fossiele brandstoffen. Houden we het echter bij aardgas, dan worden we steeds afhankelijker van import uit landen die soms politiek gevoelig liggen. Geopolitiek lijkt niet echt een overweging te zijn in het energiebeleid en we vertrouwen nu wel erg op de energiemarkten.’

Keuzes

Bontenbal wil dan ook wat meer sturing vanuit Den Haag. ‘Het is de taak van de Kamer de pro’s en contra’s tegen elkaar af te wegen en knopen door te hakken. Nu lijkt het er op dat Kamerleden, maar ook NGO’s, vooral weten waar ze allemaal tegen zijn. Terwijl de discussie zou moeten gaan over de energiemix waar we wél mee kunnen leven.’

bontenbal

‘Om de achterban tevreden te houden, praat men al snel de kritische burger naar de mond zonder het eerlijke verhaal te vertellen.’

Henri Bontenbal – vervangend Tweede Kamerlid CDA

De actuele energiecrisis maakt weer pijnlijk duidelijk hoe ingrijpend energietekorten kunnen zijn voor de maatschappij. Bontenbal: ‘We kunnen het ons niet veroorloven om alles maar aan de markt over te laten en hebben wel enige vorm van regie nodig. De TTF gasfutures stonden een jaar geleden nog op vijf euro per megawattuur, nu zo’n 88 euro. Dat is echt absurd hoog. Je moet burgers beschermen tegen de gevolgen van dergelijk hoge prijzen, maar ook een beetje gasverbruikend MKB-bedrijf houdt het op deze manier niet lang vol. Als je iets positiefs uit deze energiecrisis wil halen, dan is dat het feit dat energie en leveringszekerheid weer bovenaan de politieke agenda staan. Maar het geeft ook aan hoe wankel het evenwicht is tussen leveringszekerheid, betaalbaarheid en duurzaamheid. Ik zou daarom ook zeker kernenergie meenemen in de afwegingen. Het energiesysteem dreigt spaak te lopen als er te veel volatiel vermogen op het net komt. Kernenergie kan net dat beetje basislast leveren dat nodig is om de balans in evenwicht te houden. Natuurlijk moet je daarbij wel de maatschappelijke baten en lasten doorrekenen, maar op voorhand uitsluiten is een luxe die we ons niet kunnen veroorloven.’

Industrieagenda

Bontenbal bespeurt daarbij met name bij de linkse partijen een cynische houding richting industrie. ‘Als de industrie al in de debatten wordt genoemd, is het vooral vanwege de dingen die de industrie niet goed doet. Dat zie je bijvoorbeeld bij de discussie rondom Tata Steel. Een aantal partijen zien het bedrijf dan ook liever gaan dan blijven. Maar ze vergeten vaak voor het gemak even dat je daarmee ook een hele keten vernietigt van toeleverende bedrijven en kennisnetwerken rondom de staalreus. De door de publieke opinie afgedwongen koerswijziging van het bedrijf naar groene staalproductie is wat mij betreft dan ook de lakmoesproef voor de groene industriepolitiek die het kabinet wil voeren. Want zonder politieke steun heeft zo’n forse ingreep geen kans.’

De rechtszaak tegen Shell is volgens Bontenbal een ander typerend voorbeeld van hoe de industrie in een negatief daglicht staat. ‘Maar het is vooral de taak van de overheid om grenzen te stellen aan de impact die bedrijven hebben op de directe leefomgeving of het klimaat in het algemeen. Je kunt daar bedrijven individueel niet alleen op aanspreken. Je kunt een klimaatdoel van een land of werelddeel niet zo maar één op één vertalen naar een bedrijfsdoel. Het gelijk dat de aanklager kreeg van de rechter is in mijn ogen dan ook een pyrrusoverwinning. De perverse effecten van zo’n rechterlijke ingreep is dat bedrijven hun activiteiten verplaatsen naar landen met minder stringente regelgeving. Of bedrijfsonderdelen verkopen aan partijen die het minder nauw nemen met het milieu, waardoor de werkelijke uitstoot alleen maar toeneemt.’

bontenbalLeiden

Bontenbal gaf zelf al een voorzetje door een groene politieke industrieagenda te schrijven. ‘Het Klimaatakkoord is een goede aanzet geweest om de industrie te betrekken bij de klimaatambities van het kabinet. Toch blijft het publiek in het algemeen wantrouwig kijken naar de industrie. Ook in de discussies rondom de energietransitie wordt de industrie vooral als probleem gezien. Terwijl een groot deel van het verdienvermogen bij diezelfde energie-intensieve industrie ligt. We hebben nu eenmaal een geografisch gunstige ligging aan de Noordzee waar de oude economie van profiteerde, maar die ook ideaal is voor duurzame innovatie. We kunnen offshore windparken aanleggen, duurzame brand- en grondstoffen importeren. Maar ook CO2 afvangen en opslaan omdat we uitgeproduceerde velden hebben die relatief eenvoudig te bereiken zijn. Als de circulaire economie ergens kan slagen, dan is het hier. Bovendien zijn de Nederlandse universiteiten en hogescholen van wereldklasse, waardoor we ook de kennis in huis hebben om vooruit te lopen in de energietransitie.’

Bontenbal is van mening dat als we als maatschappij kiezen voor een duurzame koers voor onze industrie, we een kraamkamer scheppen voor innovatieve technologie. ‘Als we duurzame alternatieven vinden voor kunstmest en chemische producten, profiteert niet alleen Nederland daarvan, maar leiden we de rest van de wereld naar een schonere toekomst.’

Blauwe boorden

Op het moment van schrijven is de kabinetsformatie nog in volle gang, maar de speerpunten voor de komende vier jaar zijn inmiddels wel duidelijk. ‘De klimaatcrisis, stikstofcrisis, veiligheid en woningen vragen de komende jaren veel aandacht’, zegt Bontenbal. ‘De industrie heeft zeker een aandeel aan de klimaatverandering, maar ook het vermogen om deze op te lossen. Het heeft geen zin om schuldigen aan te wijzen. Kijk vooral naar welk aandeel de partijen kunnen leveren in de transitie.’

‘De industrie heeft zeker een aandeel aan de klimaatverandering, maar ook het vermogen om deze op te lossen.’

Henri Bontenbal – vervangend Tweede Kamerlid CDA

De industrie is ook een grote werkgever en voor de energie en grondstoffen­transitie is nog veel meer bèta-kennis en -kunde nodig. ‘Dan helpt het imago dat de industrie krijgt opgelegd niet mee om leerlingen te motiveren te kiezen voor een bètacarrière. Nu kun je niet alles sturen, maar het is wel de vraag hoeveel jongeren we moeten opleiden voor bijvoorbeeld recreatiewetenschap, terwijl elders grote tekorten ontstaan voor technische beroepen. We hebben als maatschappij en bedrijfsleven de bijna onmogelijke opdracht om grootschalig woningen te renoveren en verduurzamen, netten aan te passen aan elektrificatie en waterstof en nieuwe energiebronnen aan elkaar te knopen. Managers en consultants zijn er genoeg, waar we echt behoefte aan hebben zijn de blauwe boorden. Straal dan ook uit dat we ze belangrijk vinden, anders wordt het nog een lastige transitie.’

Al die partijen die de industrie aanwijzen als grote vervuiler die maar beter uit Nederland kan verdwijnen, krijgen een lange neus van de klimaat- en energieverkenning 2021. Want wie denk je dat van de grote CO2-uitstoters de grootste sprongen maakte het afgelopen jaar? Juist, trek de champagne maar open, liefst eentje met veel koolzuur. Natuurlijk worden de energiegrootverbruikers daarbij wel geholpen door de stok die CO2-heffing heet en de SDE++ wortel, maar dat is eigenlijk alleen maar een bewijs dat overheidssturing wel degelijk effect heeft.

De Klimaatwet schrijft voor dat onderzoekers van onder andere CBS, PBL en TNO jaarlijks de tussenstand opmaken van het klimaat- en energiebeleid. Zoals het er nu naar uitziet, is het kabinetsdoel om in 2030 49 procent minder uit te stoten dan in 1990 nog niet in zicht. Als het tegenzit komt men maar tot 38 procent en met alle wind in de rug zou 48 procent nog haalbaar zijn. Dat is niet erg hoopgevend, nu de Europese Unie zint op hogere besparingsdoelen met het ‘Fit for 55’-programma. Nederland mag zich dan zeker ook nog niet op de borst kloppen. Andere landen doen het echt beter.

Ook opvallend: het grootste deel van de industriële CO2-besparing komt op het conto van de afvang en opslag van CO2. Een optie die het Planbureau voor de Leefomgeving in alle publicaties als snelste en goedkoopste oplossing presenteert, maar die politiek nog niet veel bijval krijgt. Volgens de opstellers van het rapport is de reductiepotentie het grootst bij bedrijven die investeren in CCS, gevolgd door elektrificatie, energiebesparing en de reductie van de uitstoot van lachgas. Maar nu komt het addertje: het slagen van die ingrepen gaat gepaard met grote onzekerheden. Voor zowel CCS en elektrificatie zijn forse investeringen nodig in complexe infrastructuur met lange vergunningstrajecten. Daar zal de politiek bij moeten springen. U ziet de patstelling al opdoemen. En dan is het ook nog de vraag wie de CO2-rechten krijgt toebedeeld als CO2 wordt opgeslagen of als bijvoorbeeld warmte wordt uitgewisseld.

Dinsdag 7 en woensdag 8 december brengen we de industrie, energiesector, politiek en wetenschap samen voor de European Industry & Energy Summit. De industrie en energiesector heeft twee dagen lang de tijd om te laten zien hoe ze nog grotere sprongen kan maken. Misschien wel net zo belangrijk is om in de discussies tijdens de summit of in de pauzes de patstellingen om te zetten in een remise. Aan alle oplossingen kleven bezwaren, maar laten we samen kiezen waar we wél mee kunnen leven.

Niet-gouvernementele organisaties (NGO), maar ook particulieren, zoeken steeds vaker de rechtsgang om bedrijven te dwingen hun emissies versneld terug te dringen. Na het succes van de Urgenda-klimaatzaak tegen de Nederlandse staat, zijn ook Shell en Tata Steel gedaagd door respectievelijk Milieudefensie en verontruste burgers. Beide bedrijven hebben al aangekondigd fors te investeren in verduurzaming van de productie. De behaalde successen lijken voor de NGO’s naar meer te smaken.

Het hele artikel vind je in onze digitale Projecten Special 2021!