Voor het eerst gaat een LNG-aangedreven baggerschip onderhoud doen in de Eemshaven. De werkzaamheden zijn dinsdag gestart in gedeelten van de Eemshaven waar de meeste aanslibbing heeft plaatsgevonden, voornamelijk het Doekegatkanaal en de Beatrixhaven.

Uiteindelijk zal de hele haven weer op de gewenste diepte zijn. De werkzaamheden zijn na verwachting na ongeveer anderhalve week gereed, de eerstvolgende baggercampagne vindt in oktober plaats.

De Ecodelta is een hypermodern LNG-aangedreven baggerschip. De milieuvriendelijke aard van het schip maakt het in het bijzonder geschikt voor baggerwerkzaamheden bij het kwetsbare waddengebied bij de Eemshaven. De Ecodelta, een zogenaamde sleephopperzuiger, brengt het opgezogen slib naar vergunde locaties vlak buiten de Eemshaven waar het materiaal mag worden verspreid. Het schip is 134 m lang en heeft een capaciteit van 6000 m3.

Door te kiezen voor LNG als brandstof kan de uitstoot van koolstofdioxide (CO2) verlaagd worden met 20 procent en die van stikstofoxide (NOx) met 85 procent. Zwavel- en fijnstofemissies worden tot praktisch nul teruggebracht.

Havenbedrijf Rotterdam heeft initiatieven genomen om een schonere scheepvaart te realiseren. En ook de Antwerpse haven heeft zich op de energietransitie gestort. Het verduurzamen van de havenactiviteiten is een van de speerpunten.

Met een positieve stimulans voor reders om de zeevaart te vergroenen, kiest het Havenbedrijf Rotterdam voor constructieve samenwerking binnen de keten. ‘Zonder die samenwerking, die ook de reders voorstaan, redden we het niet. Door deze handelswijze kunnen we echt iets bereiken in het sterk terugbrengen van de uitstoot van CO2’, zegt directeur Annet Koster van redersvereniging KVNR.

Ontwerpen met oog op milieu

De zeevaart is een mondiale industrie, goed voor het vervoer van ongeveer 90 procent van de wereldhandel. Relatief gezien is het één van de minst vervuilende vormen van transport, maar dat weerhoudt de reders er niet van om schoner te willen varen. Er wordt dan ook al veel gedaan in de zeevaart om steeds sneller te vergroenen. Nederlandse reders laten moderne schepen bouwen, ontworpen en ontwikkeld door een hoogwaardige kennisindustrie die permanent zoekt naar efficiëntie. Zo wordt op de tekentafel al rekening gehouden met het behalen van een zo groot mogelijke milieuwinst. De afgelopen jaren zijn door betere ontwerpen substantieel zuinigere schepen op de markt gekomen.

Alternatieve brandstoffen

Daarnaast spelen ook alternatieve brandstoffen een belangrijke rol. De ontwikkeling van varen op elektriciteit en waterstof staat nog in kinderschoenen, maar LNG is als scheepsbrandstof al steeds meer beschikbaar. LNG is voor schepen en zwaar wegtransport een goed alternatief om te kunnen instappen in de transitie naar minder broeikasgassen en een betere luchtkwaliteit. Overschakelen op LNG herleidt de uitstoot van zwavel en fijnstof bijna tot nul terwijl ook de emissie van stikstofoxides drastisch daalt en de koolstofuitstoot eveneens beduidend minder wordt.
In Rotterdam ligt al iedere week een cruiseschip dat LNG als brandstof gebruikt wanneer het aan de kade ligt. Dit zorgt niet alleen voor minder CO2-uitstoot, maar ook minder fijnstof in de stad. In de haven van Antwerpen gaat Fluxys aan kaai 526-528 de nodige infrastructuur aanleggen waarmee binnenschepen en kleine zeeschepen LNG kunnen tanken (bunkeren) aan een vaste installatie met LNG-opslag. De onderneming werkt daartoe nauw samen met G&V Energy Group, dat op de terreinen ook een LNG-tankstation voor vrachtwagens zal bouwen. Fluxys breidt de bestaande mobiele LNG-scheepsbevoorrading (met LNG-tankwagens) tegen eind 2019 ook uit met een vaste installatie

LNG Accreditation Audit Tool

Om LNG te bunkeren in de Antwerpse haven, moeten bunkerbedrijven beschikken over een vergunning van de havenkapiteinsdienst van het Havenbedrijf Antwerpen. Om het vergunningsproces te faciliteren, werken de havens van Antwerpen, Amsterdam, Rotterdam, Zeebrugge, Bremen, Le Havre en Marseille -onder auspiciën van de International Association of Ports and Harbours, samen aan een LNG Accreditation Audit Tool. Het ontwerp van die tool werd deze maand in Amsterdam enthousiast onthaald door een brede groep van stakeholders.

Het Havenbedrijf Rotterdam onderzoekt samen met Pitpoint.LNG de realisatie van een multifuel bunkerstation voor het tanken van LNG en andere schonere brandstoffen. Als locatie hebben zij het Duivelseiland in Dordrecht op het oog, op de splitsing van de Oude Maas, Dordtse Kil en de Beneden Merwede.

Dordrecht Inland Seaport is de meest landinwaarts gelegen zeehaven van Nederland. Het is het knooppunt van het vaargebied voor de steden Amsterdam – Rotterdam – Antwerpen, én het vaargebied richting Duitsland: een ideale locatie voor een dergelijk bunkerstation.

In gesprek

De twee initiatiefnemers gaan de komende tijd in gesprek met potentiële afnemers, partners en leveranciers, om te kijken hoe de vraag naar schonere brandstoffen en het aanbod ervan zo goed mogelijk op elkaar kunnen worden afgestemd. Of dit nu waterstof, elektrisch, biodiesel, LNG/CNG is, centraal in het onderzoek staat dat alle brandstoffen van het multifuel bunkerstation minder vervuilende emissies moeten uitstoten dan de traditionele brandstoffen. En dat geldt zowel voor schepen als voor vrachtwagens en personenvoertuigen.

Met de publicatie van ISO 20519 ’Ships and marine technology – Specification for bunkering of liquefied natural gas fuelled vessels’ is er een belangrijke mijlpaal bereikt in de uitrol van de infrastructuur voor alternatieve brandstoffen. Met de publicatie van deze internationale norm hebben partijen de beschikking over breed gedragen eisen voor verlaadsystemen en toebehoren voor het bunkeren van schepen met LNG.

LNG is schoner dan traditionele transportbrandstoffen en motoren op LNG zijn bovendien stiller. LNG wordt dan ook gezien als een belangrijke brandstof voor onder meer schepen in de transitie naar duurzame brandstoffen. Wereldwijd wordt het aantal zogenoemde ‘emission control areas’ uitgebreid, waardoor schepen niet zonder meer op stookolie kunnen varen. De sector wordt voor de keuze gesteld te investeren in filtersystemen om emissies te beperken of over te stappen op (bio-)LNG als alternatieve brandstof. Ook in de binnenvaart wordt het gebruik van schone brandstoffen gestimuleerd om de lokale luchtkwaliteit te verbeteren, naast de verduurzaming van het brandstofgebruik.

Europese richtlijn

In 2014 heeft de Europese Commissie haar richtlijn betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen (2014/94/EU) gepubliceerd. In deze richtlijn wordt verwezen naar technische specificaties voor deze infrastructuur, die, als het gaat om interoperabiliteitsaspecten, in Europese normen moeten worden vastgelegd. Daartoe heeft de Europese Commissie de Europese organisaties voor normalisatie – CEN en CENELEC – verzocht deze normen te ontwikkelen, waaronder normen voor LNG-bunkering. Europese belanghebbenden hebben aangegeven dat ISO 20519 toereikend is om als Europese norm te aanvaarden. Daarmee wordt dit een nationale norm voor de 34 bij CEN aangesloten landen. De norm komt dan ook als NEN-EN-ISO 20519 beschikbaar.

Publicatiereeks gevaarlijke stoffen

Nederland heeft de afgelopen jaren veel kennis en ervaring opgedaan op het gebied van LNG-bunkering. De faciliteiten voor het bunkeren van LNG worden steeds verder uitgebreid. Een voorbeeld is de recentelijk geopende LNG-laadplaats bij Gate Terminal op de Rotterdamse Maasvlakte. Mede om de vergunningverlening van het bunkeren met LNG te harmoniseren en daarmee te vereenvoudigen, is PGS 33-2 ‘Afleverinstallaties van vloeibaar aardgas (LNG) voor vaartuigen’ opgesteld die deel uit maakt van de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS). Dit document is ook ingebracht in het ISO-proces en heeft daarmee een bijdrage geleverd aan de uiteindelijk inhoud van de ISO-norm. Momenteel wordt PGS 33 herzien om de nieuwste ontwikkelingen op te nemen.