Een samenwerkingsverband van verschillende partijen uit de offshore sector gaat zich inzetten voor een efficiënte, duurzame manier om offshore installaties en grote maritieme objecten te recyclen en ontmantelen.

De komende decennia bereiken honderden objecten en installaties op zee het einde van hun levenscyclus. Dat varieert van platforms tot schepen en windturbines. De regio Amsterdam-IJmuiden wil daar een rol in spelen. Amsterdam IJmuiden Offshore Ports (AYOP) faciliteert daarom de samenwerking. Deze is DecomMissionBlue genoemd en bestaat uit AYOP-leden die de gehele waardeketen vertegenwoordigen. ‘Door samen te werken, kunnen we een totaalpakket aan oplossingen bieden’, stelt Jurgen Treffers, CFO Koole Contractors en partner van DecomMissionBlue. ‘In het complete proces en door de gehele keten. Van inventarisatie tot hergebruik en van oil major tot staalverwerker.’

Gezamenlijke missie

DecomMissionBlue-partners houden elkaar gefocust op de gezamenlijke missie om processen en infrastructuur te blijven vernieuwen en toe te werken naar een meer duurzame, circulaire en efficiëntere decommissioning. Het bouwen aan een circulaire economie is een belangrijke doelstelling van de regio Amsterdam-IJmuiden. Het recyclen van materialen en hergebruiken van hulpbronnen is daarom een belangrijk aandachtspunt in elk ontmantelingsproject.

DecomMissionBlue is een samenwerking van: BK Ingenieurs, Boskalis Nederland, Building Careers, Koole Contractors/Decom Amsterdam, Mammoet, Port of Amsterdam, Reym, Seafox, Tata Steel en Van Leeuwen Zwanenburg Sloopwerken.

De ontmanteling van de kolencentrale van EPZ in Borssele is in volle gang. Met een klein aantal medewerkers wordt de centrale stukje bij beetje met de grond gelijkgemaakt. Een uitdagende klus voor de sloper die op een klein terrein moet werken, direct naast een kerncentrale.

Nog maar twee gebouwen staan overeind: het ketelhuis en de machinehal met daarin turbines, generatoren en transformatoren. Eerder al sneuvelden onder meer een paar blikvangers in het landschap van Zeeland. Zo is de 170 meter hoge schoorsteen, tot vorig jaar het hoogste punt van de provincie, van boven naar beneden ‘afgeknabbeld’ met een flinke hydraulische betoncrusher. En de kenmerkende kolenbandbrug is in delen naar een sloopterrein vervoerd. Eind volgend jaar moet er alleen nog maar een groene weide over zijn.Vanuit milieuoverwegingen moest de kolencentrale van EPZ in Borssele in 2015 sluiten. Toen dat bekend werd, kwamen er volgens plantmanager Martin Oosterveld allerlei vragen om de centrale te demonteren en vervolgens ergens anders weer op te bouwen. ‘We hebben die vragen voorgelegd aan de aandeelhouders. Die hebben toen heel expliciet gezegd dat de centrale moet worden gesloopt. Anders verplaats je het probleem.’

Sloopgereed

Oosterveld werkt al sinds de start van de kolencentrale in Borssele en na de ontmanteling gaat hij met vervroegd pensioen, tenzij er nog iets anders leuks op zijn pad komt. ‘Het is alsof hij voor mij is gebouwd.’ Van de 115 mensen die EPZ in 2015 nog in dienst had, zijn er naast Oosterveld nog maar vijf over. Ook allemaal zestigers. Twee collega’s zijn inmiddels met pensioen maar werken nog in deeltijd. De anderen moeten aan het eind van dit project laten weten of ze nog willen blijven als er werk is, kiezen voor een baan buiten EPZ of met vervroegd pensioen gaan.

Toen de kolencentrale uit bedrijf werd genomen, heeft EPZ eerst de tijd genomen om de ontmanteling voor te bereiden. De installatie is sloopgereed gemaakt. Olie en andere chemicaliën in de proces- en hulpsystemen zijn afgevoerd. Ook is de installatie zoveel mogelijk gereinigd.

Daarnaast ging veel aandacht uit naar het ontvlechten en loskoppelen van de infrastructuur rond de kolencentrale. Zowel de kolencentrale als de kerncentrale maakten gebruik van een aantal hulpsystemen die op het terrein van de kolencentrale waren geplaatst zoals water, riool en elektra.

Niks meer waard

De aannemerscombinatie Schotte/Meuva helpt met de verdere ontmanteling. Schotte sloopte eerder al de kolenvergassercentrale in Limburg. In 2019 begon de combinatie aan de centrale in Zeeland. ‘Het is wel eens raar als wij komen’, vertelt hoofduitvoerder Ad Vermeulen. ‘Mensen hebben duizenden uren doorgebracht om zo’n fabriek netjes te houden. We hebben hier in de kolencentrale bijvoorbeeld een elektroman lopen, die heel erg begaan is met de installatie. En dan knippen wij een turbine of elektromotor kapot. Hij zit daar dan naar te kijken en zegt: ‘Weet je wel wat dat waard is?’. Ja, niks meer. Mensen vragen ons wel vaker of we weten wat we weggooien. Maar voor ons worden die materialen weer grondstoffen.’

Gebouwen als buffer

Het was voor de slopers best wel een klein gebied om in te werken, vertelt Vermeulen. ‘We hebben een route uit moeten stippelen. Wat we eerst gingen slopen zodat we materialen konden afvoeren en bij een volgend stuk konden komen. Als we op het ene stuk slopen, kunnen we een ander gedeelte voorbereiden op ontmanteling. Denk daarbij aan asbestsanering en het verwijderen van andere gevaarlijke stoffen.’

‘Mensen hebben duizenden uren doorgebracht om zo’n fabriek netjes te houden.’

Ad Vermeulen, hoofduitvoerder Schotte/Meuva

Door gebouwen zo lang mogelijk te laten staan en eerst alles eruit te slopen, vermijden de slopers zoveel mogelijk geluid- en stofoverlast. Vermeulen: ‘Vervolgens halen we de hoogtes weg en verkleinen we alles. Uiteindelijk komen we dan bij de fundaties uit. Het is een heel doordacht systeem om op te kunnen schuiven.’

De 170 meter hoge schoorsteen, tot vorig jaar het hoogste punt van de provincie Zeeland, is van boven naar beneden ‘afgeknabbeld’ met een hydraulische betoncrusher.

‘We werken eigenlijk naar de kerncentrale toe’, vult Oosterveld aan. ‘De gebouwen die nu nog staan, hebben we de hele tijd mooi als buffer gehad. Sowieso moet alles veilig, maar er mag ook geen hinder ontstaan richting de kerncentrale. Een aantal hulpsystemen staan maar een paar meter van onze gebouwen af. Dus je moet afspraken maken over de bereikbaarheid daarvan. Ook staat er een kantoorgebouw deels tussen de te slopen gebouwen. In sommige situaties moeten de medewerkers uit de ondersteunende afdelingen van de kerncentrale daarom ergens anders werken.’

Radioactiviteit

Daarnaast was ook het verwijderen van radioactieve besmetting een uitdaging. Door de verbranding van steenkool en het gebruik van ongebluste kalk zijn er op twee plaatsen in de installatie natuurlijke radioactieve stoffen achtergebleven. ‘In kolen zit een toefje radioactiviteit’, legt Oosterveld uit. In het proces werden de kolen fijn vermalen en de vuurhaard ingeblazen van wel 1.300 tot 1.500 graden Celsius. De onverbrande deeltjes worden dan vloeibaar en nemen de radioactieve deeltjes op en hechten zich op de wand van de vuurhaard.’

Het team van Vermeulen moest externe specialisten erbij vragen om te helpen bij het saneren van de vuurhaard met radioactiviteit. Uiteindelijk is er een hele tent omheen gebouwd. Toezichthouder ANVS (Authoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming) zag erop toe dat het werk goed werd uitgevoerd. In delen is de vuurhaard naar een aparte locatie gebracht waar met staalstralen de radioactieve laag is verwijderd. Daarna kon het staal pas worden afgevoerd naar de hoogovens. Vermeulen: ‘Dat was een behoorlijke uitdaging. Van vijfhonderd ton vervuild materiaal zijn we naar misschien nog geen twee ton gegaan. Het kost heel veel inspanning, maar hoort bij het proces.’ Wat niet helemaal vrij kon worden gemaakt van radioactieve besmetting is naar een speciale stort gebracht.

Twee kerncentrales

Eind volgend jaar is de ontmanteling klaar. Op een deel van het voormalig kolenpark is al een zonnepark gebouwd van 21 megawatt. Een ander gedeelte van het terrein is overgedragen aan het havenschap en daar heeft een grondstoffenbedrijf een uitbreiding op gedaan. EPZ wil op de rest van de ruimte twee kerncentrales bouwen, maar zover is het nog niet.

Historie kolencentrale

1969: Naast de geplande kerncentrale verrijst ook een op olie en gas gestookte elektriciteitscentrale.

1971: De bouw van een tweede olie- en gasgestookte centrale start.

1974: De oliecrisis maakt duidelijk dat olie voor elektriciteits­opwekking geen blijvende keuze kan zijn.

1983: Na tien jaar olie te hebben gestookt, stapt de exploitant (toen PZEM) over op kolenstook. Er komt een grote ombouw-­operatie op gang.

1987: De kolencentrale wordt in gebruik genomen.

Jaren 90: De impact van de kolencentrale op het milieu is steeds meer een issue.

1998: Start met bijstook van biomassa.

2014: De Nederlandse politiek wil kolencentrales sluiten. Ombouw naar een volledige biomassacentrale blijkt niet haalbaar.

2015: De centrale wordt een maand eerder dan gepland uit bedrijf genomen na enkele ernstige bedrijfsongevallen, waarvan één dodelijk ongeval.

25 tot 50 man

‘Met hoeveel mensen denk je dat we hier werken?’, vraagt hoofduitvoerder Ad Vermeulen. Hij moet lachen bij de gok van tweehonderd mensen van de redacteur, die haar gok baseert op de enorme aantallen extra medewerkers die bij een onderhoudsstop aanwezig zijn. ‘We werken met 25 tot 50 mensen. Bij een onderhoudsstop ligt alles stil en wordt er gewerkt aan installaties, worden ze schoongemaakt en zijn er veel inspecties.’

Het aantal medewerkers is weinig, omdat er nooit boven of onder elkaar kan worden gewerkt. ‘We breken van boven naar beneden af of andersom. Er is altijd gevaar dat iemand wordt geraakt. We doen veel zwaar hijswerk. Overal waar we hijsen moeten we het gebied afzetten. We werken steeds in kleine teams. Daarom proberen we wel steeds in andere zones bezig te zijn met anderen en daar voorbereidende werkzaamheden te doen. Veiligheid garanderen is superbelangrijk.’

Daarbij maken de slopers gebruik van veel machines die spullen klein kunnen knippen en stukken kunnen sorteren. ‘We proberen een groot deel machinaal te doen. Dan hoeven er geen mensen tussen te lopen, wat weer minder risico betekent.

Rijkswaterstaat voert vandaag een praktijkproef uit met proefschoten bij het sluizencomplex in Terneuzen. Proefschoten zijn kleine gecontroleerde explosies om geluid en trillingen te kunnen meten. De praktijkproef moet uitwijzen wat de beste werkwijze is voor de sloop van de Middensluis.

Het plan is om de Middensluis onder water te slopen. Daarbij zet Rijkswaterstaat mogelijk explosieven in. Er is ruime ervaring met deze sloopmethode en doordat het slopen onder water gebeurt, is er minder geluidsoverlast. Eind 2021 begint de sloop van de Middensluis. Het werk zal een klein jaar duren.

Nieuwe Sluis

De bouw van de Nieuwe Sluis in Terneuzen is in volle gang. Naar verwachting vaart eind 2022 het eerste schip door de Nieuwe Sluis. Deze wordt net zo groot als de sluizen in het Panamakanaal, namelijk 427 meter lang, 55 meter breed en 16,44 meter diep. Opdrachtgever is de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie, aannemerscombinatie Sassevaart bouwt de Nieuwe Sluis.

Het sluizencomplex bij Terneuzen is de toegangspoort naar de havens van Terneuzen en Gent en zorgt voor een scheepvaartverbinding tussen Nederland, België en Frankrijk. De Nieuwe Sluis zorgt voor een betere toegang en vlottere doorstroming van het toenemende scheepvaartverkeer, voor zowel binnenvaart- als zeeschepen.

De afgelopen maanden heeft de NAM de sloop van gaswinningslocatie Ten Post voorbereid. De put is afgesloten en de installatie is schoongemaakt en inmiddels overgedragen aan demontagebedrijf Meuva. Dit bedrijf gaat de bovengrondse installatie verwijderen.

Locatie Ten Post is een van de vijf gaswinningslocaties rond Loppersum. Op deze locaties wordt geen gas meer gewonnen, vanwege het besluit van minister Wiebes om de gaswinning uit het Groningenveld af te bouwen en op termijn te stoppen. De vijf locaties – Ten Post, Overschild, De Paauwen, ’t Zandt en Leermens – zijn de eerste locaties die worden opgeruimd. De werkzaamheden bij Ten Post zijn in november begonnen en zullen tot begin 2020 duren.

Het verwijderen van de ondergrondse installatie gebeurt later. Daarbij wordt de oude metalen gasput op drie meter diepte onder het maaiveld afgesneden zodat deze geen belemmering meer vormt voor toekomstige ontwikkelingen op het terrein.

Sleen-4

Ook de gasproductie van de locatie Sleen-4 bij Emmen is stopgezet. NAM begint nog dit jaar met de voorbereidende werkzaamheden om vervolgens de twee op locatie aanwezige gasproductieputten op te ruimen. Naar verwachting zal dit in het voorjaar van 2020 gebeuren.

Begin deze week is de sinterfabriek van Thermphos tot springen gebracht. Het veertig meter hoge gebouw kan nu vanaf de grond verder worden geknipt en opgeruimd. Het schoonmaken van het voormalige Thermphos terrein is een complexe klus en duurt nog minstens tot eind 2020. De kosten zijn geraamd op 87,7 miljoen euro.

Thermphos is de voormalige fosforfabriek in de Vlissingse haven. Een verslechtering van de markt voor fosforproducten bracht de fabriek in financiële problemen. Bovendien dreigde VROM Inspectie in 2010 het bedrijf te sluiten vanwege de uitstoot van dioxine en zware metalen als cadmium. Thermphos moest investeren in installaties om de uitstoot afvalstoffen te verminderen. De fabriek ging in 2012 failliet.
Eind 2014 begon de ontmanteling en sanering van de installaties en het terrein. Volgens een eerste planning had eind 2016 het fosforslib in de buizen en leidingen van de installaties verwijderd moeten zijn. Dit bleek echter geen haalbare kaart. Bijna tachtig procent van het materiaal was toen nog aanwezig en het budget was inmiddels volledig gebruikt.

Complexe klus

Het opruimen van het Thermphos-terrein is een complexe klus want nog nergens ter wereld is een fosforfabriek op een zo’n verantwoord mogelijke manier ontmanteld. Inmiddels is voor de sanering van Thermphos een beheersorganisatie opgericht: Van Citters Beheer (VCB). De sanering bestaat uit twee delen. Het eerste deel is het passief veilig maken van de site. Dit houdt in dat VCB de hoeveelheid aanwezige fosforslik zover terugbrengt dat zeer strenge veiligheideisen niet meer nodig zijn. Het tweede deel is de verdere sanering en schoonmaak van het terrein zodat het opnieuw kan worden uitgegeven.

Fosforslik

De verwerking van het fosforslik gebeurt via voorbewerking in een speciaal daarvoor gebouwde installatie. Een filterpers scheidt fosfor en vaste stof af waarna dit in een verbrandingsoven gaat. Hoewel de gekozen manier van werken volgens externe deskundigen de best mogelijke is, vordert ook nu de verwerking minder snel dan verwacht. Allereerst heeft het bouwen en inregelen van de verbrandingsinstallatie veel tijd gekost. Maar ook bleek dat de hoeveelheid fosforslik op het terrein minstens twee keer zo groot is dan bij aanvang van de schoonmaak was verwacht. Bovendien verouderen de bestaande installaties die nog in gebruik zijn voor het verwerken van het fosforslik.

Sinterfabriek

In de nu tot ontploffing gebrachte sinterfabriek werd voorheen fosfaaterts gemalen en daarna met een kleipap op draaiende schotels tot balletjes ter grootte van een knikker gevormd. Deze werden gedroogd en bij 800 graden Celsius gebakken en weer afgekoeld.

Wilt u meer weten over Thermphos? Bekijk in deze animatie wat waar op het Thermphos terrein gebeurde en welke elementen er tot half juni 2019 zijn gesaneerd.

Het opruimen van de voormalige gaszuiveringsinstallatie (GZI) in Emmen gaat beginnen. De NAM sloot de GZI afgelopen voorjaar en heeft SGS Search en VSM Sloopwerken ingeschakeld om de gaszuiveringsinstallatie te ontmantelen.

Dat levert NAM een groot terrein op met tal van mogelijkheden. Met de industriële bestemming en de bestaande verbindingen met de regionale en landelijke energie-infrastructuur, kan het GZI-terrein een belangrijke rol spelen bij de energietransitie. NAM denkt daarbij aan een waterstoffabriek, groen gas en zonne-energie. Zo heeft een aantal partijen in juli een intentieverklaring ondertekend voor het verkennen van de mogelijkheid van een waterstofgasfabriek.

Hergebruik

VSM begint de ontmanteling met de onderdelen die makkelijk zijn te verwijderen. Halverwege november of begin december volgt het zwaardere werk, dat vermoedelijk een aantal maanden in beslag zal nemen. Daarna is het de beurt aan de ondergrondse leidingen. De onderdelen en materialen worden zoveel mogelijk aangeboden voor hergebruik.

Lees meer.

Op de NAM-locatie van de voormalige gaszuiveringsinstallatie (GZI) in Emmen komt mogelijk een groene waterstoffabriek. Eigenaar NAM gaat met verschillende partners deze optie nader onderzoeken. Groen waterstof kan de fabrieken op het Emmtec-terrein van onder andere DSM en Teijin Aramid onafhankelijk maken van het Groningen-gas.

Het industrieterrein behoort tot de 200 grootverbruikers, die van minister Wiebes binnen vier jaar moeten overschakelen op alternatieven. De plek van de GZI is zo geschikt, omdat de waterstof is te distribueren via het bestaande gasnetwerk. Bovendien is de locatie aangesloten op het industriële elektriciteitsnetwerk. Belangrijk voor de aanvoer van de grote hoeveelheden groene elektriciteit die nodig zijn om via elektrolyse waterstof te produceren.

Experimenteren

NAM werkt bij het haalbaarheidsonderzoek samen met de gemeente Emmen, provincie Drenthe, Emmtec, Gasunie en de New Energy Coalition. Komende woensdag tekenen de partners hiertoe een intentieverklaring. Het onderzoek richt zich naast de fabriek ook op de bouw van een waterstof-tankstation en een zogenoemd fieldlab, waar ondermeer studenten kunnen experimenteren met waterstoftechniek.

Sloop

Het was al enige tijd bekend dat de gasontzwavelingsfabriek langs de N862 gesloopt zou worden. Komende maanden begint NAM met de ontmanteling van de installatie staat gepland en die zal ruim een jaar in beslag nemen. SGS Search is ingehuurd voor het projectmanagement van de sloop. De meeste materialen zijn aan het einde van hun levensduur, een beperkt deel komt nog in aanmerking voor hergebruik. Het gas in de leidingen en de omliggende velden is inmiddels verwijderd en de fakkel in de top van de installatie is definitief gedoofd. Het afgelopen half jaar  is de NAM druk geweest met het sluiten van specifieke onderdelen van en leidingen naar de fabriek.

Knop om

De fabriek sluit omdat het operationeel houden van de installatie niet langer rendabel meer is. De fabriek opende in 1987 de deuren om het gas uit om en nabij de vijftien velden in Zuidoost-Drenthe en Twente te ontzwavelen. Op deze manier ontstond er een kwalitatief beter product. Op acht januari van dit jaar ging de knop letterlijk en figuurlijk om en was de fabriek officieel buiten gebruik. Met de stopzetting van de GZI werden ook de gasvelden in Emmen, Gasselternijveen en Collendoorn gesloten. Het gas uit de resterende velden wordt nu verwerkt in Collendoorn (Hardenberg) en Ten Arlo (Hoogeveen)

 

 

De NAM gaat in juli of augustus beginnen met de ontmanteling van de gaszuiveringsinstallatie in Emmen. De fabriek was in januari al definitief gesloten, waarna werkzaamheden zijn ingezet om de installatie volledig gasvrij en schoon te maken. Op die manier kunnen de sloopwerkzaamheden straks veilig worden uitgevoerd.

De installatie heeft bijna dertig jaar zwavelhoudend gas behandeld om het geschikt te maken voor huishoudelijk gebruik. Per dag werd er acht miljoen kubieke meter gas gezuiverd. Plan is nu om het terrein duurzaam in te zetten. Het ondergrondse leidingstelsel en de al aanwezige industriële elektriciteitsaanvoer zouden van pas kunnen komen bij nieuwe energievormen. Daarover is de NAM nog in gesprek met de gemeente Emmen, EMMTEC Services, Energy Valley, de NOM en Gasunie.

Rijkswaterstaat vervolgt op zaterdag 11 november 2017 de sloop van de oude Botlekbrug. Op 8 oktober was het hefgedeelte ontmanteld en deze keer worden lage brugdelen aan de oostzijde verwijderd. Daarna volgen de vakwerkbruggen en heftorens. Als laatste worden de pijlers en de rest van de brug gesloopt.

Om hinder zo veel mogelijk te beperken wordt de sloop gecombineerd met regulier onderhoud aan de nieuwe brug (sinds 2015 in gebruik). In verband met de sloop- en onderhoudswerkzaamheden is de Oude Maas gestremd voor het scheepvaartverkeer en gelden er afsluitingen voor het wegverkeer en voor (brom)fietsers en voetgangers.

Begin volgend jaar is de sloop zover gevorderd dat de scheepvaart de oostelijke doorvaart van de Nieuwe Botlekbrug kan gebruiken. Schepen van beide kanten kunnen dan de brug tegelijk passeren en hoeven dan niet meer op elkaar te wachten. Dit scheelt ook in de duur van een brugopening voor het wegverkeer.

Kijk op de website van Rijkswaterstaat voor verdere details en actuele informatie over afsluitingen voor wegverkeer. Ook is hier te vinden op welke data de Oude Maas is gestremd voor al het scheepvaartverkeer.