Digitalisering is niet meer weg te denken in de industrie. Er is steeds meer mogelijk. Wat zijn de innovaties op dit gebied met betrekking tot asset management? ‘Conditiemeting gebeurt in de industrie veel en vaak, maar tegelijkertijd voeren veel onderhoudsmonteurs ook nog manuele inspecties en preventief onderhoud uit. Toch zie je bedrijven werkzaam in de procesindustrie steeds vaker sensoren implementeren, er de meerwaarde van inzien en ze combineren met andere slimme technieken. Nieuwe communicatietechnologieën zoals NB-IoT en 5G, de cloud en AI-modellen met Machine Learning protocollen zorgen ervoor dat de industrie veel meer kan met digitalisering terwijl het ook goedkoper en betrouwbaarder wordt’, zegt Staf Seurinck, Country Managing Director bij ABB Nederland.

De technologie is marktbreed beschikbaar en de acceptatie neemt toe. Staf Seurinck: ‘De coronacrisis is een enorme enabler geweest voor veel bedrijven om die digitaliseringsslag te maken. Er is meer vertrouwen in bijvoorbeeld de cloud en online meetings, maar ook meer aandacht voor cybersecurity en remote service.’ Collega Robin Huber, condition monitoring expert, geeft een voorbeeld uit de praktijk. ‘Je kunt tegenwoordig vaak kiezen voor een éénweg- dan wel tweewegcommunicatie. Wij hebben voor onze drives onze gateways zo ingericht dat we niet alleen data kunnen uitlezen, maar indien nodig ook kunnen ingrijpen. Een engineer hoeft niet langer ter plaatse te komen, maar kan door in te loggen met een veilige digitale sleutel op afstand wijzigingen doorvoeren. Hiermee kun je veel kosten en tijd besparen.’

‘Ik verwacht dat augmented reality in 2022 definitief doorbreekt.’

Staf Seurinck, Country Managing Director ABB Nederland

Een aantal van ABB’s klanten maken al gebruik van de tweewegcommunicatie, maar andere klanten geven vooralsnog de voorkeur aan eenrichtingsverkeer. ‘Het klopt dat er bij tweewegcommunicatie meer cyberrisico’s zijn in vergelijking met éénwegcommunicatie omdat er tijdelijk een deur wordt opengezet, maar door goede monitoring en de juiste veiligheidsmaatregelen kun je indringers buiten houden. Dit betekent wel dat er blijvende aandacht voor cybersecurity nodig is. De aandacht daarvoor wordt in de toekomst nog belangrijker aangezien steeds meer digitaal gebeurt. De overheid maakt gelukkig ook fondsen vrij om er extra aandacht aan te besteden.’

5G

Met 5G zijn bepaalde technologieën ook eenvoudiger te implementeren, stelt Seurinck. ‘Met 4G en binnenkort 5G is veel mogelijk, maar het is tegelijkertijd vooralsnog niet goedkoop. Wil je dit in asset management toepassen, dan is een goed businessmodel essentieel. Het moet waarde genereren zoals het voorkomen van stilstanden, het verhogen van de productiviteit, het verlagen van kosten, verbeteren van processen enzovoort. Voor conditiemeting an sich is geen 5G nodig, maar wil je bijvoorbeeld augmented reality (AR) toepassen, dan is het een heel ander verhaal. Een engineer loopt met een AR-bril door de fabriek en ziet op het netvlies waarschuwingen opduiken bij een onderdeel van een asset.

De tablet, die eveneens met 5G is gekoppeld, gebruikt de engineer om via een wireless verbinding meer info van de betreffende asset via de cloud op te vragen of remote ondersteuning van collega-engineers. Real-time ontvangt de monteur instructies. Dit beeld werd in het verleden al eens beschreven, maar dit zal binnenkort bij veel bedrijven realiteit worden. De nieuwste generatie brillen zijn namelijk in combinatie met 5G en softwareontwikkeling eenvoudiger te dragen en veel intuïtiever, waardoor ik verwacht dat AR in 2022 definitief doorbreekt.

Het fieldlab VIA APPIA dat bij World Class Maintenance is opgestart heeft twee miljoen subsidie gekregen van de overheid. De doelstelling van dit Smart Industry Fieldlab is om toepassingen van VR/AR in combinatie met AI binnen een maintenance en service context te industrialiseren door de gezamenlijke krachten, kennis en ervaringen van projectdeelnemers te bundelen, gezamenlijk te analyseren waar de beste kansen liggen en te bepalen hoe het beste kan worden gekomen tot waardevolle industriële toepassingen. Denk bijvoorbeeld aan het ontwikkelen van software om engineers automatisch van antwoorden te voorzien als zij vragen hebben. Hiermee komt de techniek in een stroomversnelling.’

Combinatie

Het combineren van meerdere technieken heeft de toekomst, stelt Seurinck. ‘Sensoren en communicatieprotocollen worden beter en nauwkeuriger, rekenkracht wordt sneller en beter, machine learning wordt betrouwbaarder, vision technologie maakt stappen voorwaarts en AR is de kinderschoenen ontgroeid.’ Dit leidt tot nieuwe mogelijkheden, ook in asset management.

Huber geeft een voorbeeld. ‘Een van onze klanten voerde in het verleden ééns in het kwartaal trillingsmetingen uit aan motoren. Dat gebeurt nu één keer per uur met behulp van slimme sensoren. Voor drives was de frequentie één keer per jaar, terwijl er nu een continue datastroom wordt verzameld in de cloud. Tegenwoordig analyseren we deze data aan de hand van machine learning, anomaliedetectie en statistische tools in combinatie met historische kennis en modellen, waardoor we steeds nauwkeurigere conclusies kunnen trekken. Voor een motor kunnen we nu al aan de hand van data concluderen dat bijvoorbeeld de lager aan de aandrijfzijde binnen afzienbare tijd moet worden vervangen. Koppel je deze informatie aan je longterm en short term KPI ’s, dan kun je hier acties en een onderhoudsstrategie aan koppelen.’

Seurinck vult aan: ‘Bedrijven kunnen besluiten veel beter gefundeerd nemen omdat er met meer factoren rekening kan worden gehouden. De algoritmes kunnen elkaar versterken en corrigeren zodat de diagnose die wordt gesteld veel betrouwbaarder wordt. De tijd van trial and error is definitief voorbij. Kortom, verbeterde technieken leiden tot een exponentieel beter resultaat.’

Systeem grijpt in

We gaan van voorspellend naar oplossend onderhoud. Seurinck geeft een praktijkvoorbeeld: ‘In melkfabrieken is het probleem dat veel pompen te maken hebben met cavitatie. Het proces zorgt voor trillingen waardoor waaiers stuk gaan. Dat proces kunnen we meten in het stroombeeld van onze frequentiesturingen. Voorafgaand bepalen we in samenwerking met de procestechnoloog hoe het systeem hiermee om dient te gaan. Als het systeem cavitatie opmerkt, brengt dit het toerental gedurende een vooraf ingestelde periode naar beneden conform de input van de procestechnoloog. Na die periode van afschaling geeft het systeem het setpunt terug aan het bovenliggende controlesysteem. Zo wordt het systeem ingeregeld om zelfstandig cavitatie op te merken en daar zelf op te acteren. Dit gebeurt automatisch zonder tussenkomst van de procestechnoloog. Er komen steeds meer van dit soort applicaties op de markt. Je bent niet langer met preventief onderhoud bezig, maar ook prescriptief onderhoud.’

‘Data science is een belangrijke additionele competentie geworden.’

Johan Enters, directeur Digital Transformation Emerson Automations Solutions

Johan Enters, directeur Digital Transformation bij Emerson Automations Solutions, ziet ook behoorlijk wat kansen voor digitalisering in de industrie. ‘In het verleden werd de staat of gezondheid van de asset bepaald tijdens periodieke inspecties, maar wil je asset management naar een hoger plan brengen, dan moet je tussen twee inspectieperiodes ook iets over de gezondheid van de assets kunnen zeggen zodat je de juiste onderhoudsbeslissingen kunt nemen. Dit kan onder meer door (real-time) monitoring. Veel bedrijven maken stappen en zijn volop aan het innoveren.’

Open standaard

Steeds meer systemen genereren data. Deze worden – tegenwoordig vaak wireless – overgebracht naar een centraal systeem dat hier hiërarchie en context in aanbrengt en van data informatie maakt. Dit leidt tot het stroomlijnen van processen, het besparen van energie of het slimmer uitvoeren van onderhoud. Om dit mogelijk te maken moet informatie van diverse systemen van verschillende leveranciers aan elkaar kunnen worden gekoppeld. Enters: ‘Wat je merkt is dat een open standaard, zoals Namur Open architecture, nodig is om koppelingen probleemloos te kunnen maken. Er zijn diverse wireless communicatieprotocollen op de markt, maar ik verwacht dat er uiteindelijk één of twee de standaard worden.’

Platform

Wil een bedrijf voorspellende beslissingen kunnen nemen op het gebied van asset management, dan moet de beschikbare data verworden tot informatie. ‘Er zijn hiervoor diverse platforms op de markt, zoals bijvoorbeeld het Emerson Plantweb Optics-platform. Dit verbindt en verzamelt operationele gegevens van productie-, procesbesturings- en IT-systemen. Deze worden in een context geplaatst en met behulp van algoritmes en machine learning omgezet naar bruikbare informatie die volledig beschikbaar is voor de besluitvormer.’

(c) Emerson

Ook augmented reality kan hieraan worden gekoppeld. ‘AR kun je zien als de Google Maps van een fabriek. Op het moment dat je met een AR-bril rondloopt zie je de assets en de procesvariabelen boven de assets, zodat je meteen kunt zien of actie nodig is. Daarnaast leidt een AR-bril je, als je een specifiek onderdeel zoekt, snel naar dit onderdeel. Deze technologie is essentieel om jongere werknemers snel wegwijs te maken in de fabriek.’

Ontzorgen

Het doel is dat digitalisering bijdraagt aan het ontzorgen van de asset owner en werknemers met het bieden van meerwaarde. Enters: ‘Wanneer een apparaat op dit moment afwijkend gedrag vertoont, ontvangt de procesoperator een melding. Waar je heen wil, is dat het apparaat ook meteen de melding en onderliggende informatie naar de maintenance manager stuurt met de daarbij behorende prioriteit. Zodra de maintenance engineer klaar is met het onderhoud, zal de informatie over die specifieke asset automatisch worden bijgewerkt in onder andere het CMMS en ontvangen alle betrokkenen een melding van de status. Wanneer iedereen op diens niveau over de juiste actuele informatie kan beschikken, kun je misverstanden, miscommunicatie en tijdverlies voorkomen. Dit is het summum van digitale innovatie .’

Actie ondernemen

Beslissingsmomenten kun je eveneens ondersteunen met digitale middelen. ‘Op bepaalde assets kun je een AI-gebaseerde tool toepassen die vertelt of je optimaal produceert, of onderdelen slijtage vertonen, of de output klopt met de verwachtingen, of er een mismatch is. Dit kun je niet alleen op procescontroleniveau doen, maar ook op assetmanagementniveau. Een voorbeeld: In realiteit kun je niet in een destillatiekolom kijken, maar met behulp van metingen en analysetools kun je zien of de gegevens die een kolomschotel genereren afwijkingen vertonen. Tegenwoordig kun je met het softwarepakket Automated Root Cause Analysis (eRCA) geautomatiseerd bepalen wat er aan de hand is (symptoom) en wat de afwijking veroorzaakt (root cause). Je kunt meteen actie ondernemen op datgene waarvan het systeem aangeeft dat waarschijnlijk de oorzaak is.’

Operators van de toekomst

‘Data science is een belangrijke additionele competentie geworden’, stelt Enters. ‘Data scientists moeten zorgen dat betrouwbare informatiemodellen worden gebouwd. Ze bepalen echter niet wat er moet gebeuren in de fabriek omdat ze deze kennis niet hebben. Je hebt nog steeds operators en maintenance managers nodig die in de fabriek de juiste handelingen uitvoeren om de beschikbaarheid van de fabriek te garanderen. Dat zal niet zo snel veranderen.’

Wel moet de operator meer kennis hebben over digitale aspecten. ‘Om te laten zien wat mogelijk is, levert ons bedrijf daarom onder meer een bijdrage aan STC Brielle voor hun ‘Plant of the Future’. Deze opleidingsplant wordt volledig uitgerust met smart transmitters. Ze bieden informatie over de toestand van de apparaten zelf. Daarnaast geven ze inzicht in de manier waarop ze invloed hebben op het gehele systeem en de fabriek. De operators en monteurs van de toekomst zien hier wat nu mogelijk is op digitaal gebied en worden hierop opgeleid.’

Eerder dit jaar vertelden Sebastiaan Guzik en Nickel van de Mortel van Sitech in een artikel aan Industrielinqs dat het best wel wat voeten in de aarde had om met draadloze sensoren assets te monitoren. Wat kan er nu al met draadloze sensoren, wat zijn de ontwikkelingen en moeilijkheden?

Het hele artikel vind je in onze digitale Projecten Special 2021!

Als het in Rotterdam tegenwoordig een uurtje zo stinkt als dertig jaar geleden continu, dan regent het telefoontjes bij de milieudienst. Hiermee zeg ik eigenlijk twee dingen. De industrie in Nederland is de afgelopen decennia echt schoner geworden. Tegelijkertijd accepteert de samenleving steeds minder verstoring door de industrie. Dat kan een dubbel gevoel opleveren bij de mensen die in de industrie werken. Hun prestaties zijn steeds beter, maar de eisen worden nog sneller strenger.

Precies op de dag dat het RIVM onlangs het alarmerende rapport over Tata IJmuiden naar buiten bracht, had ik een interview met Mark Denys, directeur kwaliteit bij het staalconcern. Het was een inspirerend gesprek over digitalisering. De afgelopen vijf jaar heeft Tata in IJmuiden tal van verbeteringen aangebracht in de processen. Te danken aan de analyse van data. Door de duizelingwekkende ontwikkelingen op het gebied van rekencapaciteit, geheugen en snelheid van computers zijn analyses veel sneller uit te voeren. Dat levert meer bruikbare informatie op. Op het gebied van kwaliteit, efficiëntie, maar ook op het gebied van uitstoot.

Op het gebied van advanced analytics loopt Tata IJmuiden voorop in Nederland, Europa en misschien wel de wereld. Trots vertelt Denys dat gerenommeerde bedrijven in IJmuiden op bezoek komen om te kijken hoe Tata dat doet. Ze zijn van harte welkom. Behalve dan de concurrenten. Maar dat is logisch. Inmiddels lopen in IJmuiden meer dan tweehonderd data-analisten rond, die continu bezig zijn om de processen te verbeteren.

Ik probeer me voor te stellen hoe die mensen zich voelen als Tata negatief in het nieuws komt. Overdag hebben ze het idee dat ze met positieve ontwikkelingen bezig zijn. ’s Avonds zien ze op het journaal dat het allemaal niet genoeg is. En als burger begrijpen ze dat ook nog.

Het is uiteraard goed dat we – als samenleving – steeds minder verstoring accepteren van onze omgeving en met name onze gezondheid. Tegelijkertijd moet niet het beeld ontstaan dat er in de industrie mensen werken die met een kwade inborst alleen maar op eigen gewin uit zijn. Dat is namelijk niet zo. Bovendien maakt de industrie waardevolle producten die we allemaal in ons dagelijks leven gebruiken. Er is hier geen oorlog tussen goed en kwaad. Iedere consument is onderdeel van het systeem.

Politici moeten ook niet hun eigen straatje schoonvegen met dreigementen over sluiting van Tata in IJmuiden. Gemakkelijke spierballentaal. Want, wat dan? Het is veel beter om naar echte oplossingen te zoeken. Hoe kan de uitstoot van schadelijke stoffen zo snel mogelijk worden gereduceerd? Samen. En dan komt het juist goed uit dat Tata IJmuiden een heel bataljon aan data-analisten ter beschikking heeft.

Vijf jaar geleden startte Mark Denys bij Tata Steel IJmuiden samen met een collega een pilot project op het gebied van data-analyse, oftewel advanced analytics. Inmiddels heeft het programma vele miljoenen euro’s aan met name procesverbeteringen opgeleverd. En er lopen in de staalfabrieken meer dan tweehonderd gespecialiseerde data-analisten rond. ‘We zijn op het moment hard op weg naar een volledige digital twin van Tata Steel in IJmuiden.’

Praat met Mark Denys, directeur kwaliteit bij Tata Steel Europe, over digitalisering van de industrie en je krijgt een zee aan interessante mogelijkheden. Want er kan zo veel meer sinds computers steeds meer geheugen krijgen en processoren veel goedkoper en sneller worden bovendien. Vergeet ook niet de groeiende mogelijkheden van internet. En wat te denken van de opkomst van cloud-computers. Denys: ‘Alleen al internet is 100.000 keer sneller dan dertig jaar geleden en chips 10.000 keer goedkoper.’

Digitalisering heeft de laatste jaren door de haast onbegrensde mogelijkheden een heel andere dimensie gekregen. Denys: ‘Automatiseren en digitaliseren doen we natuurlijk al veel langer. In 1961 waren we een van de eerste bedrijven in Nederland met een computer. Die gebruikten we toentertijd voor onze productieplanning. Inmiddels is de procesbesturing van onze fabrieken verregaand geautomatiseerd. Wat is dan nieuw, zou je kunnen vragen. Maar we gaan nu met de enorme mogelijkheden echt een heel andere fase in.’

‘We zijn op het moment hard op weg naar een volledige digital twin van Tata Steel in IJmuiden.’

Mark Denys, directeur kwaliteit Tata Steel Europe

Digital twin

De productie van plaatstaal bij Tata is daarvan een voorbeeld. Om van het staal dat als dikke plakken uit de gieterij komt, dunne platen te maken zijn tal van productiestappen nodig. Meerdere malen gaat het staal door walsen heen en ondergaat het andere bewerkingen, zoals coaten. Denys: ‘De volledige route van plakken naar dunne platen duurt al gauw zes weken. Per seconde kan er iets fout gaan, wat de kwaliteit van het staal kan beïnvloeden.’ Dat maakte het ondoenlijk om het proces continu te bewaken. ‘Voorheen ontdekten we het vaak pas weken later als er een verstoring was geweest die een afwijkend oppervlak veroorzaakte in het eindproduct.’

Tata Steel produceert in IJmuiden een grote variatie aan staalproducten met verschillende eigenschappen. Denk aan combinaties van lasbaarheid en buigzaamheid; wat de klant maar nodig heeft. ‘Om een goede analyse te maken van één eigenschap van een product, hadden we in het verleden zes weken nodig’, vertelt Denys. ‘In totaal kostte het zes maanden om een verbetering van een product door te voeren. Met de komst van advanced analytics kon die analyse in een paar minuten. En niet alleen voor één eigenschap, maar voor alle eigenschappen tegelijk. Inmiddels kunnen we in een minuut alle eigenschappen van al onze producten analyseren. We zijn op het moment hard op weg naar een volledige digital twin van Tata Steel in IJmuiden.’

Dialoog

De voorheen tijdrovende data-analyse is daardoor niet meer de zwakste schakel bij productverbetering, stelt hij. ‘De bottleneck is nu de snelheid waarmee we veranderingen in de fabriek kunnen doorvoeren. Dat blijft mensenwerk. En daarbij gaat het niet om de acceptatie van de nieuwe inzichten. Het “not invented here syndrome” leeft hier echt niet. Te meer omdat onze technologen in de fabriek zelf bij de totstandkoming van de data-analyse betrokken zijn.’

Het is niet zo dat computers met panklare oplossingen komen. Het is een interactief proces waarbij mensen de resultaten interpreteren. ‘Het is ook mensenwerk om complexe algoritmes te vereenvoudigen. Zeg maar, van honderden variabelen terug naar tien. Die simpele algoritmes worden dan in de software voor procesbesturing of productie scheduling opgenomen.’ Vaak werken de eenvoudigste modellen het best. ‘Laatst hadden we een verbluffend simpel algoritme gevonden. Haast te mooi om waar te zijn, maar het werkte.’

Inmiddels lopen er meer dan tweehonderd data-analisten rond bij Tata Steel in IJmuiden en een nog grotere groep heeft kennisgemaakt met de basisbegrippen. ‘Zelfs mensen uit het senior management hebben een awareness-cursus gevolgd, waaronder de CEO van Tata Steel Europe. Ook om te onderstrepen dat de mens een doorslaggevende factor blijft.’ Doordat een grote groep medewerkers op verschillende niveaus begrijpt hoe bijvoorbeeld algoritmes werken, blijft daar een dialoog over mogelijk en kunnen veel mensen meedenken over mogelijke verbeteringen.

Minder spannend

Sinds 2016 heeft Tata met dat doel een grote schare mensen opgeleid. Zelf. ‘We hebben inderdaad bijna alle data scientists binnen de Tata Steel Academy opgeleid. Het is namelijk ondoenlijk om data-analisten te vinden die verstand hebben van metallurgie. Het is veel gemakkelijker om metallurgen kennis bij te brengen op het gebied van data-analyse!’ Het geeft ook meteen aan dat technische expertise van doorslaggevend belang is om de juiste analyses te maken en vereenvoudigde modellen op te stellen.

Dat is ook een groepsproces. De analyse van de data en het bedenken van verbeteringen gebeurt in groepen met verschillende rollen. ‘We willen op een agile manier van elkaar leren. Door continue dialoog en discussie ontstaat kennis. Ons inzicht wordt vergroot als we samen op zoek gaan naar verklaringen. Echt, de menselijke factor blijft extreem belangrijk. Helemaal in de complexe omgeving van fabrieken. Misschien dat data-analyse bij een verzekeraar of online winkelbedrijf minder spannend is.’

Piepje

Denys is trots op wat er allemaal al is bereikt. Zo heeft advanced analytics Tata Steel in IJmuiden al vele miljoenen aan besparingen opgeleverd. Uiteraard was dat niet kosteloos. ‘Vanaf het begin was de doelstelling dat de opbrengsten binnen één jaar minstens het dubbele waren van de kosten. Dat is ons ruimschoots gelukt.’

Door de intensieve inzet van data-analyse kon het bedrijf efficiëntieslagen maken op het gebied van energie en grondstoffen. En daardoor kon het ook emissies reduceren. ‘We gebruiken enorme hoeveelheden grondstoffen. Daardoor kan een kleine verbetering veel impact hebben.’ Ook op het vlak van kwaliteit, de huidige verantwoordelijkheid van Denys, werden meerdere stappen gezet.

Hij heeft ook nog wel wat concrete wensen. Bijvoorbeeld op het gebied van slimme sensoren. ‘We kunnen weer een enorme stap maken als we voor minder dan tien euro een sensor eigen intelligentie kunnen geven. Die kunnen dan zelf constateren dat er een verstoring optreedt en bijvoorbeeld een piepje geven. Zodat ook direct kan worden ingegrepen.’

‘Het is ondoenlijk om data-analisten te vinden die verstand hebben van metallurgie.’

Mark Denys, directeur kwaliteit Tata Steel Europe

Fieldlab

Sinds een jaar is er ook meer focus op smart maintenance gekomen. ‘Niet eerder helaas, hoewel juist op het vlak van slim onderhoud wel veel is gepubliceerd. Bij Tata Steel zagen we echter veel aantrekkelijkere business cases op andere vlakken.’ Dat heeft volgens Denys te maken met schaalbaarheid. Eén pomp, klep of afsluiter voorzien van een eigen intelligentie heeft weinig impact op de schaal van de staalindustrie. ‘Voor Tata Steel moeten we op zoek naar een algemener platform van algoritmes waarmee we in een keer een grote klap kunnen maken. Minder op het niveau van installatie-onderdelen, maar meer gericht op hele fabrieken.’

Meer focus op onderhoud valt ook samen met de start van het Fieldlab Smart Maintenance in IJmuiden, een initiatief van Techport. Het fieldlab, dat nu 1,5 jaar loopt, heeft tot doel “om het onderhoud 100 procent voorspelbaar te maken en het productieproces zo in te richten dat er tegen zo laag mogelijke kosten en zo min mogelijk energieverbruik zo veel als mogelijk wordt geproduceerd.”

Techport, met Denys als voorzitter, is een netwerk van meer dan zestig scholen, bedrijven en overheden in de metropoolregio Amsterdam met de IJmond als kern. De partners werken samen aan een gezonde arbeidsmarkt, een actueel en uitdagend opleidingsaanbod en aan voldoende talent. Uiteindelijk draait het binnen dit netwerk ook weer om de combinatie tussen mens en techniek.

iPad

Juist de brug slaan tussen industrie en onderwijs lijkt belangrijker dan ooit. Denys kent de veelgehoorde kritiek dat het onderwijs met zijn aanbod vaak niet aansluit op wat de industrie in de toekomst nodig heeft. Hij weigert echter mee te huilen met de wolven. ‘Wij weten ook niet precies welke kant het op gaat en wat er over tien jaar nodig is. Ontwikkelingen kunnen heel snel gaan. Neem bijvoorbeeld een iPad, die bestaat ook nog geen tien jaar! De oplossing ligt in een betere samenwerking tussen bedrijven en het onderwijs. Met ons Techport-netwerk zetten we hier sterk op in.’

iMaintain Techport

Mark Denys is een van de gasten tijdens iMaintain Techport op donderdag 7 oktober bij Tata Steel in Velsen. Als alle seinen op groen staan, is het evenement zowel fysiek als online te volgen. Thema is Smart Transition. Op het podium onder anderen ook: Marinus Tabak (RWE), Mark Haarman (Mainnovation), Olof van der Gaag (NVDE) en Daisy Beelen (Nova College). Inschrijven kan via www.imaintain.info.

Kiwa breidt haar testfaciliteiten en kantoor in Apeldoorn uit. Zo krijgt het laboratorium allerlei extra testfaciliteiten op het gebied van waterstoftechnologie en het Internet of Things (IoT). Ook biedt de locatie ruimte aan het grootste warmtepomplaboratorium van Europa. Dit lab zet Kiwa volledig geautomatiseerd in voor het testen van verschillende soorten warmtepompen.

Kiwa investeert sinds 2020 tientallen miljoenen euro’s in deze en andere testfaciliteiten in Apeldoorn. De oplevering van het gerenoveerde gebouw en alle nieuwe voorzieningen staat gepland voor de zomer van 2021. Kiwa verstevigt daarmee haar positie als expert op allerhande vitale infrastructuren, zoals de energievoorziening en verschillende internettoepassingen.

Waterstoftechnologie

Kiwa is er van overtuigd dat waterstoftechnologie een belangrijke bijdrage gaat leveren aan de energietransitie. Recent drongen energiebedrijven bij de overheid aan om waterstoftoepassing in bestaande situaties mogelijk te maken. Kiwa wil met haar investeringen in waterstoflaboratoria bijdragen aan het veilig toepassen van waterstof in het kader van de noodzakelijke energietransitie. Het bedrijf leverde een gelijksoortige bijdrage in de overschakeling van stadsgas naar aardgas in de jaren zestig.

Energietransitie

Kiwa verbreedt óók in haar rol als kennispartner en opleider op het gebied van waterstof in het kader van de energietransitie. Op het gebied van waterstoftechnologie bouwt het bedrijf een nieuwe teststraat voor waterstofleidingen en -componenten. Ook bouwt men trainingsruimtes en laboratoria voor het testen en keuren van producten die geschikt zijn voor waterstof.

Kiwa biedt organisaties verder de mogelijkheid om de toegevoegde waarde van waterstoftoepassingen te ontdekken. Onder meer met behulp van de zogenoemde waterstoftafel. Hiermee kunnen zij samen met Kiwa-experts experimenten uitvoeren om de verschillen en overeenkomsten tussen aardgas en waterstof te ervaren.

Ook leidt Kiwa in samenwerking met de energiesector, monteurs op voor het ombouwen van aardgasgestookte toestellen naar waterstof. Een veilige toepassing is de uitkomst van al deze activiteiten van Kiwa.

Jan Pieter Bijkerk, Vice President van Kiwa ‘Het warmtepomplaboratorium is gebaseerd op de allerlaatste technologie, zodat wij ook warmtepompen met brandbare koelmiddelen, zoals propaan, kunnen testen. In 2021 willen wij deze faciliteiten verder uitbreiden, zodat ook elektrische veiligheidstesten voor warmtepompen kunnen worden uitgevoerd. Daarmee testen en certificeren we op één locatie niet alleen de prestatie, maar ook de veiligheid op basis van internationale standaarden.’

Fire Laboratorium

Kiwa realiseert op de locatie in Apeldoorn tevens een Fire Laboratorium. In de bijbehorende rooktunnel, brandkamer en andere testopstellingen testen de experts detectoren en brandalarmen op basis van Europese normen. Dankzij de hoogwaardige inrichting van dit laboratorium kan Kiwa producten van organisaties sneller certificeren en doorlooptijden aanzienlijk verkorten. Ook wil zij op de locatie in Apeldoorn lektesten met brandbare koelmiddelen uitvoeren.

Ten slotte verhuizen ook de onderzoek- en testfaciliteiten voor de mobiliteitsinfrastructuur naar het nieuwe laboratorium in Apeldoorn. Door het samenbrengen van de verschillende labs creëert Kiwa een laboratorium gericht op de wegenbouw, met als doel de verbetering van onder andere wegen, vliegvelden, bedrijfsterreinen en dijkbekledingen.

 

Verregaande digitalisering, remote control en meer autonomie van fabrieken kunnen de veiligheid, efficiëntie, flexibiliteit en verduurzaming enorm verbeteren. Maar zoals bij zoveel innovatieve technologieën leveren ze ook nieuwe uitdagingen op. Op het vlak van cybersecurity bijvoorbeeld. Hoe houd je ongewenste bezoekers of cyberaanvallen buiten de deur als er steeds meer ingangen mogelijk zijn?

We spraken er in Industrielinqs LIVE over met Marinus Tabak (RWE), Marcel Jutte (Hudson Cybertec) en Carlo Totté (Emerson). Bij Kiwa in Apeldoorn. Kijk de aflevering nu terug.

Het team van Deltavisie is trots op een voorprogramma met slimme innovaties en disruptieve oplossingen die nu al worden ingezet. Met dynamische asset management visualisatie, virtual reality trainingen en drone inspecties in besloten ruimtes verhogen CEA Systems, Sitech en Terra Inspectioneering de veiligheid, efficiency en prestaties van kostbare assets. In drie interactieve Talkshows geven de partners inzicht in hun innovatieve oplossingen.

Donderdag 17 juni staat Deltavisie 2021 in het teken van Smart. In het voorprogramma, van 11.30 tot 12.40 toont een drietal partners welke slimme technieken zij inzetten voor training, inspecties en asset management. Schrijf u dus snel in, kijk online mee met de live talkshows en stel uw vragen via de live chat.

Programma

11.30 – 11.50 Slimme datavisualisatie – CEA Systems

Tijdens Deltavisie spreekt Thomas Koop van CEA Systems over de dynamische visualisatie van assets in complexe omgevingen.

Het succes van complexe organisaties binnen de procesindustrie is steeds meer afhankelijk van accurate asset data. Wanneer bedrijven de asset data echter niet goed structureren en beheren, verliezen ze veel tijd en geld. CEA Systems vond een manier om een slimme visualisatie van asset data te maken. En ze gebruikt die gegevens om waardevolle asset data informatie effectief en efficiënt op te slaan, te beheren en te delen. De slimme software integreert verschillende gegevensbronnen, met gerelateerde asset data, in één gemeenschappelijke locatie. Daardoor kunnen veranderingen niet onopgemerkt blijven. Zo krijgt de gehele organisatie continu toegang tot one source of thruth,  waar documentatie en certificaten van assets, inclusief slimme 2D- en 3D-modellen, altijd toegankelijk zijn.

11.55 – 12.15     Virtueel trainen – Sitech en Goal043

Sebastiaan de Reede van Sitech en Jeroen Trienes van Goal043 spreken over de mogelijkheden die VR-trainingen bieden voor de industrie.

Wie werkzaamheden op een chemische site moet uitvoeren, krijgt vaak ter plekke veiligheidsinstructies of moet een proef van bekwaamheid doorlopen. Dat is behoorlijk tijdrovend, terwijl tijd bij een turn around juist schaars is. Sitech services ontwikkelde met serious games ontwikkelaar Goal043 het smart learning management platform ENTER voor effectief trainen en onboarden. Met ENTER krijgen medewerkers van tevoren instructies over veiligheid en regels, wat niet alleen de veiligheidscultuur verstevigt, maar ook kostbare tijd bespaart bij bijvoorbeeld een turn around. Voor het opleiden van eigen personeel voegde Sitech Virtual Reality builder toe. Daarmee kunnen gebruikers zelfstandig een virtuele training maken aan de hand van 3D-scans van de eigen fabriek. Hiervoor is geen softwareontwikkelaar nodig. Fabrieken kunnen zo de opleidingstijd verkorten door situaties te oefenen die niet vaak voorkomen.

12.20 – 12.40 Drone inspecties – Terra Inspectioneering

Marien van den Hoek en Pieter Raes spreken over de inzet van drones bij inspecties in besloten ruimtes.

Waar bedrijven vroeger stellingen moesten bouwen voor visuele inspecties op hoogte, kunnen drones dit werk veel sneller uitvoeren. Terra Inspectioneering legt de lat echter nog een stuk hoger door ook in besloten ruimtes ook metingen uit te voeren. Het kostte jaren van ontwikkeling, maar inmiddels is het gelukt om drones in te zetten voor het meten van wanddiktes en volledig visualiseren van degradaties met 3D-technologie. En dat op plekken waar normaal gesproken geen mensen in mogen of alleen met zeer zware veiligheidsmaatregelen. Daarmee maakt Terra Inspectioneering inspecties en metingen veiliger, korter en dus ook goedkoper.

Schrijf u snel in voor zowel het hoofdprogramma als het voorprogramma van Deltavisie 2021.

Tennet bouwt ten noorden van de Maasvlakte het Net op zee Hollandse Kust (zuid) voor het aansluiten van nieuwe windparken. Voor de eerste tien kilometer van het kabeltracé op zee moeten vier kabels 5,5 meter de bodem in om de drukbevaren Rotterdamse Maasmond over te steken. Een onderwatterrobot helpt bij deze klus.

De installatie van de kabels is begonnen op 22 september met het aan land trekken van de kabel. De onderwater robot ‘Deep Dig-It’ is succesvol de Rotterdamse Maasmond overgestoken en is nu onderweg naar het recent geïnstalleerde Alpha jacket in het Hollandse Kust (zuid) windgebied.

Het Van Oord – Hellenic kabel consortium installeert de eerste twee kabels naar het Alpha platform dit jaar. De andere twee kabels, voor het Beta platform, volgen in 2021. De afgelopen dagen zijn de voorbereidende werkzaamheden afgerond. De kabel is met een gestuurde boring aan land getrokken naar het nieuw gebouwde transformatorstation op de Maasvlakte. Vanaf daar wordt de kabel met een totale lengte van 42 kilometer naar het windgebied Hollandse Kust (zuid) gelegd. Hiervoor heeft Van Oord speciaal de Deep Dig-It ontwikkeld, een gigantische, op afstand aangestuurde onderwater graafmachine.

Vloeibaar

De Deep Dig-It is een zogenaamd ‘Tracked Remotely Operated Vehicle’ (TROV) die onbemand over de zeebodem rijdt en een diepe sleuf maakt voor de kabels door de zeebodem vloeibaar te maken. Tegelijkertijd legt deze onderwater graafmachine de kabels in de sleuf en maakt deze weer dicht. Deze nieuwe robot is een van de allergrootste en meest krachtige in zijn soort. Hij weegt 125.000 kilo, is ruim 17 meter lang, meer dan 8 meter hoog, en 11 meter breed. De Deep Dig-It heeft een enorm vermogen, vergelijkbaar met maar liefst twee Leopard tanks (2.500 pk) en kan daarmee de kabels tot meer dan 5,5 meter diepte begraven in zeer harde grond. De Deep Dig-It wordt aangestuurd vanaf een offshore installatieschip.

Het Hollandse Kust (zuid) offshore windpark ligt 22 kilometer uit de kust van de Nederlandse provincie Zuid-Holland. De zeekabels verbinden de twee platforms op zee met het hoogspanningsstation De Maasvlakte en de Randstad 380 kV- Zuidring. Via het landelijk hoogspanningsnet gaat de windenergie vervolgens naar de stroomgebruiker in het land.

De eerste bedrijven hebben zich op Unmanned Valley gevestigd. Het fieldlab voor sensorgerelateerde technologieën en toepassingen is te vinden op voormalig marinevliegkamp Valkenburg in Katwijk.

Aerialtronics, Deck180, Drone Flight Company, Dutch Drone Academy, Elkay International(Europe) en Marshall Netherlands zijn de eerste ondernemingen die zijn verhuisd zijn. Ze zijn allemaal actief op het gebied van aerospace, drones en sensoren. De komende maanden volgen meer bedrijven.

Met de komst van deze bedrijven is de eerste fase van ‘gebouw 356’ zeer succesvol en is de recent beschikbaar gekomen ruimte nu al bijna volledig gevuld. Naar verwachting realiseert het Rijksvastgoedbedrijf in de volgende fase 1700 vierkante meter aan ruimte voor een mix van startups en scale-ups, volwassen bedrijven en kennisinstellingen.

Verdubbeling dronemarkt

Unmanned Valley is een initiatief van de TU Delft en gemeente Katwijk, en wordt mede mogelijk gemaakt door bijdrages van het Rijk, de provincie Zuid-Holland en het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling(EFRO).Op termijn moet Unmanned Valley uitgroeien tot een broedplaats voor hightech bedrijvigheid. Onderzoeksbureau Drone Industry Insights verwacht dat de dronemarkt wereldwijd in 2025 naar 42,8 miljard dollar groeit. Dit is bijna een verdubbeling ten opzichte van de omvang in 2020 (22,5 miljard dollar). Ook de Europese markt verdubbelt bijna: van 5,19 miljard dollar nu naar 9,86 miljard dollar in 2025.