Nouryon neemt de warmtekracht-eenheid Delesto 2 weer in gebruik. De installatie op het Chemiepark Delfzijl fungeert vanaf eind 2020 als start-stopinstallatie voor de levering van elektriciteit aan het openbare net op piekmomenten. Ruim acht jaar nadat de eenheid uit gebruik is genomen.

Aanleiding voor het besluit van Nouryon zijn de veranderingen in de energiemarkt, stelt het bedrijf in een open brief aan relaties. Denk daarbij aan de voorgenomen sluiting van kolencentrales en de enorme toename van duurzame energie in de vorm van wind- en zonne-energie. Dat maakt de inzet van flexibele units, zoals gasgestookte warmtekrachtcentrales, volgens Nouryon noodzakelijk. De gunstige prijsontwikkelingen en -verwachtingen op de elektriciteitsmarkt als gevolg hiervan spelen ook een belangrijke rol in het besluit.

Twintig arbeidsplaatsen

De warmtekrachtcentrale  gaat vanaf eind 2020 actief bijdragen aan de transitie naar een stabiel en duurzaam elektriciteitssysteem. De installatie zal daartoe jaarlijks zo’n 125 tot 200 keer als start-stopinstallatie worden ingezet gedurende beperkte periodes van de dagen of weken. Het zwaartepunt zal waarschijnlijk liggen in de herfst, winter en voorjaar. Met de herstart komt 350 MW aan elektrisch vermogen beschikbaar. Voor de site Delfzijl is dit besluit volgens Nouryon van groot belang. De uitstoot van CO2 van een gasgestookte centrale is ongeveer de helft van die van een kolencentrale. Met het besluit zijn in totaal twintig directe arbeidsplaatsen gemoeid.

Kolenstroom

Energiebedrijf Delesto is tegenwoordig honderd procent in handen van Nouryon. Gedwongen door de verslechterende energiemarkt nam het bedrijf in maart 2012 Delesto 2 voorlopig uit bedrijf. De slechte situatie op de energiemarkt werd toen veroorzaakt door een hoge inkoopprijs voor aardgas in relatie tot de lage prijs voor elektriciteit. Ook de concurrentie van goedkope kolenstroom speelde toen mee en ook het groeiende aanbod van gesubsidieerde zonne- en windenergie.

 

 

Energiebedrijf Azteq heeft in Antwerpen een zonnespiegelpark geïnstalleerd. Het park genereert groene warmte op basis van geconcentreerd zonlicht. Het is een proefproject om de haalbaarheid van de technologie aan te tonen. Naast Vlaanderen, staan ook projecten in Nederland, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk en Spanje op stapel.

Industriële bedrijven halen de warmte voor hun processen nu nog uit de verbranding van fossiele brandstoffen, zoals aardgas. Bij concentrated solar thermal energy (CST) concentreren parabolische spiegels het zonlicht en zetten het rechtstreeks om in warmte. De temperatuur kan daarbij oplopen tot vierhonderd graden Celsius. Hoogwaardige warmte dus, en daardoor geschikt voor industriële processen.

De technologie produceert drie keer meer energie per geïnstalleerde vierkante meter dan een zonnepaneleninstallatie. Bovendien kan de warmte worden opgeslagen in geïsoleerde vaten, zodat ze ook ’s nachts bruikbaar is. De technologie is een volledig groen alternatief voor de industriële warmtebehoefte en kan daardoor een significante bijdrage leveren aan reductie van de CO2-uitstoot.

Drie proefprojecten

Azteq heeft een park van 1.100 vierkante meter parabolische zonnespiegels geplaatst op de site van het logistieke bedrijf Adpo in Beveren. De zonnespiegels van elk vijf meter lang zijn in lijnen van 120 opgesteld en bewegen met de zon mee om het invallend zonlicht op collectorbuizen te concentreren. Adpo gebruikte tot nu toe gas voor de productie van stoom om tanks en containers op te warmen en te reinigen. Daarvoor zijn temperaturen van meer dan 140 graden Celsius nodig. Het zonnespiegelpark gaat jaarlijks 500 MWh gasverbruik vervangen.

De installatie bij Adpo is nog maar het eerste zonnespiegelpark. Ook in Oostende en Genk komen proefinstallaties met zonnespiegels. In totaal zullen deze drie installaties tussen de 1.260 en 1.390 MWh groene warmte per jaar produceren. De drie proefprojecten kosten bij elkaar 1,425 miljoen euro, waarvan 819.000 euro door de Vlaamse Regering wordt gefinancierd.